||Rosemary Tyler Ahotley

De volgende kamer schiet ik wakker van de deur van de logeerkamer die open wordt geduwd. Ik heb de hele nacht al heel licht geslapen, dus bij het minste geringste van een geluidje schiet ik wakker.
      Ik laat een geërgerde zucht horen als Embry's ogen die van mij ontmoeten en ik laat me met mijn gezicht in mijn kussen vallen. Laten we het erop houden dat ik er niet als een prinses in de ochtend uitzie en ik heb liever dat zo weinig mensen als mogelijk mijn hoofd in de ochtend aanschouwen.
      'Wat wil je, Embry?' vraag ik moe, mijn stem gedempt door mijn kussen.
      Ik voel hoe de zijkant van mijn bed inzakt en hoe een warme hand voorzichtig over mijn rug strijkt. De warmte van Embry's hand vloeit direct mijn lichaam in en een huivering kruipt over mijn rug. Zo kan ik wel voor eeuwig blijven liggen.
      'Ik wilde kijken of je er nog was,' mompelt Embry zachtjes.
      'Nah, ik heb vleugels gekregen en ben in het midden van de nacht weggevlogen. Je staart momenteel naar een illusie,' antwoord ik lichtelijk sarcastisch. Het is niet dat het mijn bedoeling is om Embry af te snauwen, maar als ik moe en zwak ben gebeurt het gewoon. Sarcasme is mijn enige verdediging, zeker in vergelijking met wat de jongens hier kunnen. Ik bedoel Emily heeft een pollepel en Serena heeft Jake, dus dan blijf ik alleen met mijn sarcasme over.
      'Ah, dat vermoedde ik al,' hoor ik Embry onder zijn adem mompelen.
      Voor even is het stil, maar dan word ik ineens voorzichtig bij mijn armen op getild en zet Embry me op zijn schoot, zijn armen om mijn rug en zijn hoofd verborgen in de holte van mijn nek.
      Nog een beetje geschrokken wikkel ik mijn benen om zijn middel en mijn armen om zijn nek. Ondanks dat ik zojuist minstens tien uur heb geslapen, leg ik nog steeds vermoeid mijn hoofd op mijn arm, terwijl de vertrouwde geur van Embry mijn neus binnen dringt. Normaal zou ik me zo ongemakkelijk voelen, om op deze manier met jongen of ook maar iemand te knuffelen, maar tot mijn allergrootste verbazing voelt het niet meer en niet minder dan thuis. Alsof het werkelijk zo hoort te zijn.
      Ik voel hoe mijn ogen beginnen te branden en hoe mijn tranen beginnen te vechten om over mijn wangen te rollen, dus ik sla mijn ogen naar het plafond en doe het trucje dat mijn vader me meer dan tien jaar geleden geleerd heeft: ik probeer in mijn eigen ogen te blazen zodat de tranen verdwijnen. Als ik ergens een hekel aan heb dan is het aan huilen en zeker waar andere mensen bij zijn, dus het zou hypocriet zijn als ik het zelf zou doen.
      'Wat ben je aan het doen, Thorn?' vraagt Embry zachtjes.
      'Niets,' antwoord ik nog veel zachter terug. 'Zoals gewoonlijk.'

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen