Langzaam liep Star naar voren. Ze had geen idee waar ze heen moest en geen vermoeden aan wie ze het kon vragen. De aanwezigheid van de cipiers kon ze voelen, maar er was niemand te bekennen.
En ze zou blij zijn als ze hen niet tegenkwam. Ze besefte dat ze het helemaal geen slecht idee had gevonden als McGonnagall meegegaan was.
De druk van de dementors daalde op haar neer. Ze liep door een gang met aan beide kanten cellen, maar daar was ze zich maar vaag van bewust. Binnenin haar leek zich een enorme leegte te verspreiden, die haar dreigde te verscheuren. Ze kon er niet tegen vechten. Ze kon er nooit tegen vechten, het kwam altijd terug. Het was alsof ze naar de grond getrokken werd zonder dat ze de wil kon vinden om te vechten. Het was het niet waard om er nog voor te vechten.
Star voelde dat ze de koude stenen op de grond van de gang raakte, maar de kou van buitenaf drong nauwelijks tot haar door. Het enige wat ze merkte was dat haar hard versteende, verlamd raakte alsof het door een golf van ijzige angst bevroor.
“Expecto patronum!” De stem van veraf drong nauwelijks tot haar door. Een zilveren beest schoot langs Star heen en leek haar even te ontdooien.
“Kom mee,” gromde een stem in haar oor, terwijl ze overeind getrokken werd, “we zijn hier niet meer welkom.” Black sleurde haar mee door de gang.
Terwijl de warmte van de patronus verdween, voelde Star stille tranen over haar gezicht glijden. Ze liet zich meeslepen door de donkere, deprimerende gangen en probeerde het gevoel van de dementors van zich af te schudden.
Na een veel te lange tijd, duwde Black haar het licht van de buitenlucht in.
“Hier kunnen we verschijnselen.”
Voor Star goed en wel doorhad wat hij zei, voelde ze een arm om haar middel. Het volgende moment tolde ze rond.
Dus dit was verschijnselen, schoot het door haar heen. De adem werd haar ontnomen en ze besloot dat ze haar lessen niet voort wilde zetten.
Duizelig landde ze op haar rug in het vochtige gras. Ze hapte naar adem. Black had haar losgelaten en stond een paar meter van haar af. Hij omklemde zijn arm en had geen enkele aandacht voor haar. Star maakte van het moment gebruik om haar tranen weg te vegen.
“Waar heb je ons heen gebracht?” Haar stem klonk niet zo vast als ze zou willen. Ze was verbijsterd dat het Black was gelukt. Hij had niet meer verschijnsellessen gehad dan zij.
Black liet nergens uit blijken dat hij haar gehoord had. Hij zakte op zijn knieën in het gras en kreunde. Star naderde hem langzaam.
“Black?”
De mouw van zijn linkerarm kleurde donker. Black greep ernaar en vloekte. Zijn gezicht kleurde zo wit dat Star even bang was dat hij flauw zou vallen. Hij vloekte opnieuw toen ze naast hem kwam staan.
Plotseling wenste Star dat ze beter had opgelet tijdens de verschijnsellessen. Ze had nauwelijks geluisterd toen de term versprokkeling voorbij kwam en had niet verwacht zo snel al een live voorbeeld te zien te krijgen.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen