Dit is het laatste hoofdstuk. Hopelijk heb je met plezier dit verhaal gelezen!

Jack komt binnen. "Heb je al gehoord dat er een jongen en een meisje de put naar Wonderland in zijn gevallen?" vraagt hij als hij de deur dicht doet. "Ik heb het meisje zelf zien vallen, ik ben degene die het aangaf bij professor Sneeuwwitje," antwoord ik. "Weet je dan ook wat meer over die jongen?" vraagt Jack. "Het is een kat die door een mislukte spreuk een jongen is geworden en daarna de put in is gevallen omdat hij verward was," antwoord ik als ik op kijk. Ik kan een grijns niet onder drukken, maar ik weet ook dat ik bij Jack geen problemen er mee ga krijgen. "Wat heb je gedaan?" vraagt hij als hij naast me komt zitten. "Om het nieuwe sprookje te starten hadden we alleen maar een Cheshire Cat en een Alice nodig. Daar heb ik voor gezorgd," leg ik beknopt uit. "Dus je hebt het sprookje overnieuw laten starten?" vraagt Jack. "Alleen als professor Sneeuwwitje dalijk met dat nieuws komt. En dan word er op de deur geklopt. Ik maak open. Professor Sneeuwwitje staat er, wat een timing. "Het sprookje Alice in Wonderland is weer overnieuw gestart, bedankt dat je kwam melden dat iemand in de put is gevallen," zegt ze als ze weg loopt. Ik maak de deur weer dicht.

Ik kan het niet geloven, het was zo makkelijk om van die Alice titel af te komen. Bijna te makkelijk. Dan komt Jack naar mij toe. "Je hebt wel gewoon mijn naam als Cheshire Cat weggegeven," zegt hij. Is hij boos? "Sorry," probeer ik. "Geen sorry, ik ben er blij mee. Cheshire Cat word meteen vergeleken met een of andere doorgedraaide kat," zegt hij. Ik sla tegen zijn schouder. "Doe dan ook niet alsof je boos bent," zeg ik. Hij lacht. Dan kijkt hij me aan. "Dus... Nu we geen deel meer zijn van een sprookje," begint hij. Ik knuffel hem. Hij pakt me vast bij mijn middel. "Wil jij mijn vriendin zijn?" vraagt hij, hij fluistert het in mijn oor alsof hij bang is dat iemand anders het hoort. "Ja," fluister ik terug. Ik weet niet waarom we fluisteren, er is niemand anders in de kamer. Maar het maakt niet uit. Ik voel zijn adem in mijn nek en leg mijn hoofd op zijn schouder. Dan laat hij me los. Ik ga op het bed zitten en hij komt ernaast zitten, terwijl hij een arm om mijn schouders slaat. "Het is wel een klein beetje slecht om mensen op te sluiten in een sprookje," zegt Jack. "Dan lijk ik misschien toch meer op mijn moeder dan ik dacht," zeg ik lachend. Dan kijkt hij me weer aan. Dit mag altijd duren, hem gewoon aan kijken. Als ik daarover nadenk voel ik opeens zijn lippen weer op de mijne. Ik sluit mijn ogen en pak hem vast. Dan gaat de deur open. Ik kijk, een beetje geschrokken op, en zie Tiara. Ze kijkt me met grote ogen aan. "Ik hoorde dat je terug was dus wou even hoi komen zeggen maar als ik op eens slecht moment kom," mompelt ze. "Het is niet erg," zeg ik snel als ik Jack weer los laat en goed ga zitten. "Hoe wist je dat ik hier was?" vraag ik. "Iedereen heeft het over je, vooral over hoe snel je je naam als Alice weer kwijt bent geraakt. Vind je dat niet erg?" vraagt ze. "Niks aan te doen," zeg ik alsof ik het nog een beetje erg vind. "Wie is dit eigenlijk?" vraagt Jack dan. "Oh... Dit is Tiara Rapunzel," zeg ik snel. "Oh, ik ben Jack," stelt hij zich voor. Dan word ik door Tiara meegetrokken de gang op.

"Waarom trek je me plots mee de gang op?" vraag ik. "Je zit eerst in Wonderland, komt het me niet even vertellen en hebt een vriendje. Dat hoor je tegen je vriendinnen te zeggen," zegt ze lachend. "Bedoel je hiermee dat je een heel verslag wilt?" vraag ik. "Minimaal van jou en Jack," eist ze. Ik moet lachen. "Oké, ik kwam hem eerst tegen op het openingsfeest, hij heeft me door Wonderland heen getrokken en toen we terug kwamen... Dit..." leg ik uit. "Hij was ook in Wonderland?" vraagt Tiara. "Ja, als Cheshire Cat," leg ik uit. "Dus dan heb je eigenlijk geluk dat het sprookje overnieuw is begonnen," concludeert Tiara. "Ja, ik vind het rottig voor degene die er per ongeluk zijn beland maar ik ben er van een kant ook wel blij om," zeg ik. "Oké, maar ik moet huiswerk gaan maken! Zie je later!" roept hij. Ik loop dus weer de kamer in. Als ik de deur dicht maak en me om draai staat Jack voor me. Hij draait de deur achter me op slot. "Nou, hopelijk kan het nu dan zonder onderbrekingen," zegt Jack als hij me weer kust. Ik kus hem terug. Misschien heb ik een slecht ding gedaan maar dit is het waard. Dan trekt hij terug. "Eigenlijk is alles weer terug naar normaal," zegt hij zachtjes. Ik leun tegen zijn borst op. "Inderdaad, gewoon weer naar school en huiswerk moeten maken," zeg ik. "Wie zegt dat we moeten gaan?" vraagt hij. Als ik op kijk zie ik een ondeugende glimlach op zijn gezicht. Dezelfde die je bij jongetjes van 8 ziet als ze iets fout hebben gedaan en ze het weten. Ik moet lachen. "Je bent echt een ondeugende kitten," lach ik. "Ik ben geen kitten!" houd hij nog steeds koppig vol. "Wel waar," zeg ik als ik me op het bed laat vallen. Hij komt boven me hangen. "Echt niet," zegt hij. Ik geef hem een kus op zijn wang en duw hem dan van me af. Ik kruip tegen hem op.

Ik word wakker door een geluid. Ik ben dus in slaap gevallen tegen Jack op. Ik kijk om hoog en zie dat hij naar me kijkt. Nu weet ik wat het geluid is. Jack spint! "Je spint!" roep ik verbaasd. Ik zie zijn wangen rood kleuren. "Echt niet!" zegt hij koppig. "Echt wel!" zeg ik weer. Ik begin achter een van zijn oortjes te kriebelen en hij gaat gewoon door met spinnen. Ik moet erom lachen terwijl hij probeert om me te stoppen. Ik stop maar na een tijdje. "Dat was gemeen," zegt hij, hij is nu vuurrood. "Nee, dat was schattig!" breng ik ertegen in. "Ik ben niet schattig!" roept hij weer. "Jawel, je bent mijn schattige kitten," zeg ik als ik weer tegen hem aan ga liggen. "Daar kan ik misschien nog wel mee leven," hoor ik hem mompelen als hij door mijn haar wrijft.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen