De duisternis van de nacht geeft me het vermoedden dat het zo'n 3 uur is, midden in mijn kamer staat Suus met een zaklamp. Ze heeft hem op haar gezicht gericht, zoals je mensen op TV ziet doen als ze een spookverhaal vertellen. "Hoi Cloë" fluisterd ze opgewekt. "Overleg in de woonkamer." Ze draait zich om en loopt weg.
Ik knipper onnodig vaak om de slaap uit mijn ogen te krijgen, ga rechtop zitten en zwaai mijn benen over de rand van het bed. Ik sta op, de betonnen vloer voelt koud en ruw aan onder mijn voeten. Op mijn tenen loop ik de gang op, niet omdat ik bang ben geluid te maken maar om de vloer niet te hoeven aanraken. Op de gang ligt blauw stekelig tapijt, ook niet de meest prettige vloerbedekking. Het is nu niet te zien, maar overdag kan je twister spelen met de vlekken. Ik hoor iets en kijk achterom, Maxime komt aanlopen. Ze zit met haar volledige aandacht bij een spel op de mobiel die ze in haar handen heeft en loopt zo langs me heen. Iets voor me loopt ze tegen de deurpost op, ik lach binnensmonds.
Ik ben de laatste die de woonkamer binnen komt, Guus staat aan het hoofd van de tafel en gebaart me te zitten. Er is nog een stoel vrij tussen Anna en Maxime, ik maak het mezelf gemakkelijk en slinger mijn voeten op tafel. Ik richt, net als de anderen, mijn blik op Guus. "Wat gaan we doen aan die Donna?" vraagt hij. De manier waarop hij haar naam had uitgesproken was beledigend geweest, wat niet verassend zou moeten zijn. Bij Magda had hij dezelfde vraag gesteld, maar dit keer had ik er moeite mee. Het was niet verstandig te laten merken dat ik Donna helemaal nog niet weg wou hebben, en dus kwam ik met het eerste idee. "Waarom zouden we moeite doen? Jullie hebben haar toch gezien? Die houd het hier nog geen week vol." zeg ik lacherig. De anderen knikken instemmend. "Goed, dan laten we het hier bij." zegt Guus. "Terug naar jullie kamers voor we ontdekt worden." Hij staat op en loopt weg, op de voet gevolgd door Suus die het liefst vergroeid zou zijn met haar tweelingbroer. Maxime vertrekt ook en dan zijn alleen Mike, Anna en ik nog over.
"Wat zit je te kijken?" snauwt Anna. "Heb ik iets van je aan ofzo?" Anna draagt een zwart vest, er zit een gat bij de schouder en de rits is kapot. Hij hangt open, en er onder zit een knal roze BH. De BH is een paar maten te klein, want haar borsten kunnen elk moment over de rand wippen. Iets waar Mike, gezien zijn blik, al een tijdje op zit te wachten. Boven haar zwarte joggingbroek is een bijpassende string zichtbaar hoog opgetrokken, het is haar manier van rebellen. Had ze maar iets van mij aan, ik krijg het al koud door alleen naar haar te kijken. Ik blijf zitten waar ik zit, ondanks dat Anna's vraag bedoeld was om me weg te jagen. Anna en Mike samen in een ruimte is vragen om problemen. Anna wacht niet langer op een antwoord op haar vraag, als ze die überhaupt ooit verwachtte. Ze praat luid, althans zo klinkt haar schelle stem in de stille nacht.
Het zal nu een uur later zijn, of misschien slechts een halve. Ik heb ineens de behoefte om te weten hoe laat het is. De klok in de gezamenlijke ruimte staat stil, de wijzers hangen op kwart voor negen. Dat het later is dan dat weet ik zeker en dus ga ik opzoek naar een andere klok. Ik had het Maxime moeten vragen, die heeft wel een klok op die mobiel staan. Ze was de enige met een mobiel, volgens het beleid zijn telefoons niet toegestaan. Voor Maxime is een telefoon het gevaarlijkste, ze heeft een game verslaving. Ik vind het ook niet gek dat ze zo diep is weggedoken in een virtuele wereld, dat had ik in haar situatie ook gedaan. Maxime heeft last van allerlei stoornissen in haar hoofd, waar ze elke week wel een paar keer voor naar de dokter moest. Haar moeder is er een die in strijd is voor de beste moeder award en gunt Maxime geen moment rust. Altijd maar gesprekken, opdrachten, therapeutisch gelul. Maxime vertelde me dat ze via die games haar eerste vrienden ontmoette, en ze zich eindelijk normaal voelde. Het begon met een paar uur per dag, maar het sloeg vrij snel om in een wel gamen en niet slapen ritme, toen sloeg haar moeder alarm. Ik ken Maxime al een tijdje, en hoewel dat gamen een beetje is doorgeslagen begrijp ik hoe ze zich voelt. Er is niets erger dan je eenzaam voelen, dus help ik haar. Al onze bezittingen van voor we hier kwamen liggen in de archiefkast in Rolands kantoor, hij heeft er een cijfercode op gezet zodat niemand er in komt. 140302, 14 maart 2002, de datum waarom hij verbitterd raakte. Die telefoon terug pakken voor Maxime was dus maar een kleine moeite.
In gedachten verzonken ben ik tot aan Rolands kantoor gelopen, ik druk de deurklink omlaag en langzaam aan duw ik de deur open. Het is pikdonker in de ruimte, het enige licht komt vanuit de deuropening. Op de tast loop ik naar Rolands bureau, naast de bureaulamp ligt een klaptelefoon. Ik lach in mezelf, wat is Roland ook vreselijk ouderwets. Dan klap ik het mobieltje open om de tijd de zien maar iets anders vangt mijn blik.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen