Foto bij H.53.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
En dan voel ik mij opeens iets heel doms doen, maar ik kan het niet stoppen.
Ik weet dat het fout is, maar het lijkt alsof er twee delen van mijzelf zijn, ver uit elkaar.
De ene weet dat ik moet maken dat ik wegkom en de andere kan dat niet.
'Ik... ik heb iemand vermoord... denk ik... ik weet het niet zeker', de snik die volgt is zo heftig dat de beweging die ik erbij maak pijn doet in mijn borst,' het ging zo snel en hij had een pistool en hij ging op mij schieten. Evan, ik wist... hij ging me doodschieten. En het ging zo snel en... en...'
Ik kan mijn zin niet afmaken, weet niet eens hoe hij eindigt.
En ik geef op.
Hij gaat niet opendoen.
Waarom zou hij?
Hij heeft net gehoord dat ik een moordenaar ben.
Waarschijnlijk ga ik mij aangeven, heb ik mijn toekomst zojuist verpest, net als die van Ammay.
Ik heb Ammay zojuist de kans op een zo normaal mogelijk leven ontnomen.
Ik doe mijn best niet eens meer om niet te huilen en ik draai mij om.
Net wanneer ik van de veranda af begin te lopen gaat de deur open.
'Gioa?'

Ik draai mij zo snel om dat ik duizelig word en ik struikel, kan mij nog maar net overeind houden om tegen een houten hekje van de veranda te steunen.
Evan snelt naar me toe en pakt mijn onderarmen vast, bang dat ik alsnog val.
Maar de mist verdwijnt uit mijn hoofd en al snel kan ik weer beter zien en redelijk goed op mijn eigen benen staan.
En dan pas zie ik zijn gezicht goed.
Hij ziet er verschrikkelijk uit.
Zijn gezicht is rood en vlekkerig, alsof hij gehuild heeft, of de hele nacht wakker is gebleven, of misschien wel allebei.
Zijn knokkels zijn ontveld en bebloed door het op de bokszak blijven slaan, zelfs wanneer dat niet meer goed voor je is.
Maar hij is nog steeds knap, alsof het onmogelijk voor hem is om dat niet te zijn.
'Wat is er precies gebeurd?' vraagt hij ademloos.
Ik knijp mijn ogen dicht, schud mijn hoofd, verward.
Hij lijkt niet eens boos, lijkt het mij niet eens kwalijk te nemen.
Ik heb iemand vermoord en hij weet niet waarom, maar hij vertrouwd mij genoeg om ervan overtuigd te zijn dat het niet mijn schuld was.
Dat is niet eerlijk.
Kan ik hem ooit echt zo goed vertrouwen zoals hij dat bij mij doet?
Ik wil iets zeggen, wil het hem uitleggen, maar weet niet waar ik moet beginnen.
Ik vergeet spontaan wat hij wel en niet weet.
'Laten we', zegt hij en denkt even na, alsof hij voor zichzelf even moet bevestigen of dat inderdaad hetgeen is wat hij wilt zeggen,' laten we even naar binnen gaan.'
Ik knik, want ik ben niet in staat te praten.
Binnen begeleid hij mij naar een oude, versleten bank.
Ik ga zitten, hij ook.
Als ik opnieuw naar hem kijk, lijkt zijn hele houding veranderd te zijn.
Waar hij eerst bezorgd was, is hij nu gereserveerd, wantrouwig, afstandelijk.
'Wat is er gebeurd?' vraagt hij.
Ik weet niet waarom ik zo van slag ben dat het vertrouwen van eerst weggesmolten is.
Impulsief was hij bezorgd, omdat hij zag dat ik mij kwetsbaar voelde, omdat ik kwetsbaar was.
Maar nu heeft hij zich eraan kunnen herinneren dat ik zojuist een moord bekend heb.
Het is alleen maar een natuurlijke reactie.
Ik bijt op mijn lip en daarna op een aantal van mijn nagels terwijl ik op een rijtje probeer te zetten wat ik moet zeggen.
'Ik raakte mijn baantjes kwijt. Bij Bidsy's en bij de supermarkt en ik... ik had geld nodig. Dat weet je. Ik had alleen maar geld nodig', wanhopig kijk ik hem aan. Zijn gezicht is strak. Niet boos, maar strak, glad. Zijn kaakspieren zijn aangespannen,' En een paar dagen eerder, toen mijn moeder er nog was, toen... toen kwam ze thuis en ik had Ammay verstopt en ze dwong me met haar mee te gaan omdat ze iets bij iemand moest afleveren, maar ze wilde dat ik het deed. Ze zei dat ze hen niet vertrouwde en ze wilde dat ik het deed. En ik was bang dat ze Ammay iets aan zou doen als ik niet luisterde. Je weet dat ik niet wil dat...' voor een moment sterft mijn stem weg, maar daarna herpak ik mijzelf, al klinkt mijn stem nog steeds allesbehalve krachtig,' En het was... het was cocaïne. Maar ik kon niet meer terug. Zij wachtte in de auto en ik... ik deed dat. En de man waarmee ik het moest doen hij ga mij een kaartje met zijn nummer en... en hij zei dat hij wilde dat ik... dat ik voor hem ging werken en...'
Ik wil het kwijt, ik wil het hem allemaal vertellen, want hij verdient de waarheid, maar ik begin te huilen.
Het feit dat hij geen spier vertrekt zorgt ervoor dat het alleen maar moeilijker wordt te stoppen.
Maar als ik in mijn ooghoek zijn gezicht zie, zie ik dat hij niet boos kijkt, of veracht, maar versteend, alsof hij het niet kan bevatten, niet weet wat hij met de informatie moet.
Boos wrijf ik de tranen uit mijn ogen.
Hier heb ik geen tijd voor.
'En ik wilde het niet doen. Echt niet. Ik beloof het. Ik wilde het echt niet. Maar toen raakte ik mijn werk kwijt. En ik had wel werk nodig. Dus ik deed het. En eergisteren toen gingen we een deal maken en... die mannen waar we aan moesten verkopen leek het leuk om mij... mij te treiteren... denk ik', stamel ik en ik voel mijn maag zichzelf omdraaien,' Hij had mij vast en hij had dat pistool tegen mijn hoofd en zijn baas zij dat hij moest schieten, maar...'
Er komt een snik uit mijn mond en ik pak de zijkanten van mijn hoofd vast, alsof ik anders uit elkaar val, ophoud met bestaan.
'Maar ik schoot eerst.'

Reacties (5)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    1 jaar geleden
  • TropiaXL

    Rot moeder... echt... uhg

    2 jaar geleden
  • BethGoes

    Ik hoop zo dat Even hier soepel mee om kan gaan!

    2 jaar geleden
  • Luckey

    oh boy

    2 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    Ik heb normaal moeite om me echt in te leven in mensen in stories hier.
    Maar dit is zo realistisch geschreven dat ik wel moet.

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen