Foto bij H.54.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Ik raakte mijn baantjes kwijt. Bij Bidsy's en bij de supermarkt en ik... ik had geld nodig. Dat weet je. Ik had alleen maar geld nodig', wanhopig kijk ik hem aan. Zijn gezicht is strak, niet boos, maar strak, glad. Zijn kaakspieren zijn aangespannen,' En een paar dagen eerder, toen mijn moeder er nog was, toen... toen kwam ze thuis en ik had Ammay verstopt en ze dwong me met haar mee te gaan omdat ze iets bij iemand moest afleveren, maar ze wilde dat ik het deed. Ze zei dat ze hen niet vertrouwde en ze wilde dat ik het deed. En ik was bang dat ze Ammay iets aan zou doen als ik niet luisterde. Je weet dat ik niet wil dat...' voor een moment sterft mijn stem weg, maar daarna herpak ik mijzelf, al klinkt mijn stem nog steeds allesbehalve krachtig,' En het was... het was cocaïne. Maar ik kon niet meer terug. Zij wachten in de auto en ik... ik deed dat. En de man waarmee ik het moest doen hij ga mij een kaartje met zijn nummer en... en hij zei dat hij wilde dat ik... dat ik voor hem ging werken en...'
Ik wil het kwijt, ik wil het hem allemaal vertellen, want hij verdiend de waarheid, maar ik begin te huilen.
Het feit dat hij geen spier vertrekt zorgt ervoor dat het alleen maar moeilijker wordt te stoppen.
Maar als ik in mijn ooghoek zijn gezicht zie, zie ik dat hij niet boos kijkt, of veracht, maar versteend, alsof hij het niet kan bevatten, niet weet wat hij met de informatie moet.
Boos wrijf ik de tranen uit mijn ogen.
Hier heb ik geen tijd voor.
'En ik wilde het niet doen. Echt niet. Ik beloof het. Ik wilde het echt niet. Maar toen raakte ik mijn werk kwijt. En ik had wel werk nodig. Dus ik deed het. En eergisteren toen gingen we een deal maken en... die mannen waar we aan moesten verkopen leek het leuk om mij... mij te treiteren... denk ik', stamel ik en ik voel mijn maag zichzelf omdraaien,' Hij had mij vast en hij had dat pistool tegen mijn hoofd en zijn baas zij dat hij moest schieten, maar...'
Er komt een snik uit mijn mond en ik pak de zijkanten van mijn hoofd vast, alsof ik anders uit elkaar val, ophoud met bestaan.
'Maar ik schoot eerst.'

Ik voel me kwetsbaar.
Het voelt niet alsof ik naakt ben, dat is te zwak uitgedrukt.
Op die manier zie je alleen de buitenkant - zit is anders.
Het voelt alsof Evan echt alles van me kan zien.
Alsof hij door mij heen kan bladeren en dingen over mij te weten kan komen die ik zelf niet eens weet.
Ik weet tegelijkertijd wel en niet zeker of ik hem wel aan wil kijken, maar uiteindelijk doe ik dat toch.
Zijn gezicht straalt pijn uit, schuldgevoel, maar het is zijn schuld niet.
Niets hiervan is zijn schuld.
Hij bedekt zijn ogen met zijn handen en ik zie dat zijn vingers trillen.
'Toen je vrijdag al die... al die', hij zoekt even naar het juiste woord, ook al weten we dat het juiste woord nooit bestaat. Een woord kan iets maar een beetje beschrijven, want iets kunnen beschrijven is beperkt en gebeurtenissen zijn zo veel meer,' al die verwondingen had. Was dat omdat je toen... daar was geweest?'
Ik bijt zo hard op mijn lip dat ik even uit het veld geslagen ben door de pijn.
De metaalachtige smaak van een eerste druppel bloed brengt mij terug in de werkelijkheid.
'Ja.' zeg ik, maar ja is te simpel, ook al weet ik niet hoe ik het anders kan verwoorden.
Dan kijkt hij mij aan en even schrik ik van zijn blik in de mijne, want het is zo onverwacht en het gevoel van blootstelling is verre van weg.
'Het spijt me zo.' zegt hij.
Ik frons.
Ik snap oprecht niet wat hij bedoeld.
'Het is niet jouw schuld.' zeg ik.
Mijn stem hapert.
Hij schudt zijn hoofd en schuift naar mij toe op de bank.
Wanneer hij zijn armen om mij heen slaat valt alles weg.
Alle pijn, alle last, al het schuldgevoel.
'Ik had het moeten weten. Ik had wel kunnen raden dat er iets was', zegt hij, de woorden zo snel achter elkaar dat ik het moeilijk vind om het te volgen', Het spijt me zo.'
Ik wil weer mijn hoofd schudden, maar al mijn spieren zijn zo ontspannen.
Om de een of andere rede voelt het voor het eerst in tijden alsof ik niet alle last van mijn leven en fouten in mijn eentje hoef te dragen.
'Houd op met sorry zeggen. Jij kan er echt niets aan doen', beloof ik hem,' Als iemand hier het foute gedaan heeft, dan.. dan ben ik het.'
De laatste woorden klinken kleiner en zachter dan ik bedoelde, maar ik ben niet eens verbaasd - de laatste keer dat mijn stem echt vast klonk lijkt tijden geleden.
Ik voel zijn greep verstevigen, alsof hij zich ergens aan vast wilt klampen, of misschien bang is dat hij mij kwijtraakt als hij dat niet doet.
'Als het iemands schuld is, dan is het die van de man die jou wilde vermoorden, zijn opdrachtgever en degene die jou die wereld in gesleurd heeft.' fluistert hij in mijn haar.
Ik wil hem zeggen dat James Grint helemaal niet zo'n slechte man is, dat hij eigenlijk een hele goede rede heeft om in die wereld te zijn, maar ik doe het niet, bang dat het een ruzie uit zal lokken.
En als ik iets op dit moment echt niet aankan, dan is het een ruzie.
Ik weet niet precies hoe lang we daar zitten, weet niet op welk punt ik precies begin te huilen, maar hij zegt er niets van, houdt me stevig vast.
Hij vraagt niet wat er aan de hand is en daar ben ik blij om, want ik weet het zelf niet eens.
Ik ben bang, voel schuldgevoel, voel een verscheurend verdriet, maar bovenal voel ik me als een nutteloos blok aan Evans been.

Reacties (3)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Ik hoop dat ze gaan zoenen!

    -kom ik ff aan(baby)-

    2 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Wie weet komt dat nog. Ik hoop het voor je. Maar eerst zal Gioa hem wat meer moeten vertrouwen, vind je niet. (Kom ik ff aan, de karakters in mijn eigen verhaal lopen shippen).
      Misschien moeten we hun namen samenvoegen. Gievan. Evoa.xD

      2 jaar geleden
  • Luckey

    Ze is sterk maar nu heeft ze te veel tegen slagen achter elkaar
    Dat geeft iedereen een klap
    Evan helpt je

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen