15.

(2024)

      Het gevoel terug te worden gevoerd naar het verleden drong zich op terwijl Styles langs een brede trap liep, zijn passen vloeiend en soepel. Hij verdween de schaduwen in en Audrey werd plotseling bewust van de stommiteit om bij een wildvreemde binnen te stappen. Ondanks de chronische problemen met haar been en rug was zo doorgaans fit en sterk en ze had zelfverdedigingscursussen gevolgd, maar zelfs in topconditie zou ze Styles niet aankunnen.
      Na de gedateerde inrichting van de rest van het huis was de keuken onverwacht vrolijk en modern ingericht, met roestvrijstalen apparaten en een magnetron en Audrey’s angst nam wat af. In deze omgeving was het moeilijk voor te stellen dat Styles haar met een bijl te lijf zou gaan.
      Zijn wenkbrauwen gingen omhoog, alsof hij precies wist wat er door haar heen ging. “Koken op een houtfornuis vond ik net iets te gortig.” Hij schoof een stoel onder de tafel vandaan en knikte naar haar.
      Dankbaar nam Audrey plaats. “Je zult wel denken dat ik gek ben.”
      Hij schonk een mok vol met koffie en zette die voor haar neer. Ze merkte dat hij er al melk in had gedaan en toen ze een slok nam proefde ze ook suiker.
      “Mijn dienst zit er net op. Ik word pas weer vanaf zes uur in de ochtend betaald om na te denken.”
      Dienst. Dat klonk alsof hij het over een fabriek had, maar als hij werd betaald om na te denken, moest het meer zijn dan lopendebandwerk. Ze bestudeerde de lange lijn van zijn rug terwijl hij zijn eigen mok vulde en een intense nieuwsgierigheid maakte zich van haar meester. Het t-shirt zat hem als gegoten; de jeans was verwassen, zijn sportschoenen waren hip. Zijn haar was kort en zo te zien pas geknipt. Ze kon zich hem niet voorstellen in een fabriek. Of misschien zat hij in de directie?
      Ze pakte de mok voor een tweede slok. Het hete vocht kalmeerde haar. Toen ze een potje pillen uit haar tas haalde en er een in haar palm probeerde te schudden, vielen er een paar op de grond.
      Zijn hand schoot naar voren, klemde zich om haar pols en onthutst wachtte ze af terwijl hij het etiket las. “Ontstekingsremmers. Soms spelen mijn beschadigde zenuwen op.”
      Zijn blik verankerde zich met de hare terwijl hij de gevallen tabletjes opraapte, ze terug stopte in het potje en het deksel erop draaide. Hij liet het in haar openstaande tas vallen. “Ik moest het even controleren.”
      “W-wat?” Een gespannen glimlachje speelde om haar mond. “Denk je soms dat ik een junk ben?”
      “Ik heb bij narcotica gewerkt.”
      Dus dat was het, de argwaan en de stoere houding. Ze had het kunnen weten toen hij het woord dienst gebruikte - hij zat bij de politie.
      “Wat is er met je gebeurd?”
      “Wist ik het maar.” Als hij er geen antwoord op had, was dit de zoveelste deur die in haar gezicht werd dichtgesmeten - ongeveer nummer zesenzeventig - vandaag. Ze pakte een andere foto, een van zichzelf die was genomen niet lang nadat de Callaghan’s haar hadden meegenomen naar Maine. Ze zag er mager en slecht uit en zat in een rolstoel, maar ze had niets anders wat dicht in de buurt van haar verschijning van voor het ongeluk kwam. “Deze is van twintig jaar geleden.” Kort legde ze de geschiedenis uit. “Ik probeer mijn familie op te sporen. Jij was mijn startpunt.”
      Zijn blik gleed van de foto naar haar en weer terug, alsof hij de twee met elkaar in verband probeerde te brengen. Ze begreep zijn dilemma wel. Zelf leek hij ook niet op zijn kinderfoto.
      Hij schudde zijn hoofd. “Wij zijn geen familie. Mijn vader is een Brit. Ze woonde in Londen en de Selley’s zijn dungezaaid. Mijn moeder was enig kind. Ze is gestorven toen ik twee was. Behalve een paar oudere nichten en neven is er niemand meer.”
      Weer een deur die dicht sloeg. Nu ze de jongen op de foto eindelijk had gevonden, was het moeilijk te accepteren dat het spoor hier doodliep. Harry Styles wist wie hij was en hij kende zijn familie. Als iemand een kind kwijt was geraakt, zou hij dat hebben gehoord - zeker een van ongeveer zijn eigen leeftijd. “En vrienden?”
      “Ik heb een goed geheugen voor gezichten en namen, maar mijn stiefvader en ik zijn geregeld verhuisd. Ik ben maar een paar keer in de zomervakantie in Lassiter geweest om familie te bezoeken. Daar moet deze foto van zijn. Behalve dat, heb ik hier nooit gewoond. Een paar jaar geleden heb ik dit huis geërfd en besloten hierheen te komen. Dat was zo’n half jaar terug.”
      “Vanuit Engeland?”
      “Je hebt het accent opgepikt?”
      “Het ligt er nogal dik op.” De korte klinkers, de harde uitstraling die zei dat hij je tegen de dichtstbijzijnde muur zou smijten als je hem voor de voeten liep. Hij mocht dan al zes maanden in Lassiter zijn, hij had zich duidelijk nog niet aangepast. Vergeleken met de trage, langgerekte klanken van de plaatselijke bewoners, hun lome bewegingen, leek hij wel een strak gespannen veer.
      “En jij? Uit New Hampshire?”
      “Maine.”
      Hij grijnsde. “Scheelt niet veel. Vreemden in een vreemd land.”
      Door dit moment van kameraadschappelijkheid kreeg ze een brok in haar keel en bijna schoot ze vol. Het was raar om te beseffen dat ze na al het zoeken, de jaren van vertwijfeling, hem eindelijk had gevonden en dat het enige wat ze hier in Lassiter gemeen hadden, was dat ze vreemden waren.
      Ze beantwoordde zijn vragen, gaf hem haar naam, de naam van het hotel waar ze logeerde, samen met een beknopte geschiedenis van haar leven - inclusief het feit dat ze gescheiden was. Toen hij ophield, realiseerde ze zich hoeveel informatie ze hem had gegeven, terwijl ze juist van alles van Harry Styles had willen weten.
      Ze had er naar gehunkerd dat hij zich haar zou herinneren - dat hij haar hel deel van haar leven zou teruggeven dat haar altijd had achtervolgd. Het feit dat zijn geheugen net zo blanco leek te zijn als het hare wanneer het op zijn jeugd aankwam, was moeilijk te verkroppen. “Weet je heel zeker dat je je niets herinnert?”
      Zijn gezicht kreeg een gesloten uitdrukking. “Het spijt me.”
      Alleen speet het hem niet, dat zag ze. Hij had haar een paar minuten van zijn tijd gegund, haar op adem laten komen en haar terloops aan een kruisverhoor onderworpen, maar nu zat haar tijd erop.
      De erkenning dat haar speurtocht vruchteloos was geweest, smaakte bitterzoet. In elk geval had ze het twijfelachtige plezier dit van haar verleden af te kunnen sluiten. Ze had zich er alleen niet op voorbereid dat Styles, op het uitvissen van een mogelijk crimineel verleden na, niet in het minst geïnteresseerd was in haar. Erger nog, hij wist niet hoe snel hij van haar af moest komen. Hij was beleefd, beheerst, maar zijn geduld raakte merkbaar op.
      De stok pakkend duwde ze zich overeind. Toen hij aanstalten maakte om haar te helpen, kromp ze ineen. Ineens zou ze het niet kunnen verdragen als hij haar aanraakte, ze kon het amper nog verdragen in dezelfde kamer te zijn als hij. Het was een kinderachtige reactie, maar ze vond dat ze na alles wat ze had doorstaan om hem te vinden wel recht had op wat boosheid. “Bedankt voor de koffie.”
      Ze haakte het hengsel van haar tas over haar schouder en hinkte de gang in, haar buikspieren strak aangespannen om de steken in haar rug te beperken. Met haar blik op de barokke voordeur gericht, sloot ze de donkere, vergane glorie van het huis en Harry Styles buiten.
      Toen ze de drempel had bereikt, boog hij zich over haar heen en trok de deur voor haar open. “Je foto’s.”
      Ze stak het kiekje van haarzelf in haar tas en gaf hem de foto met het jongetje erop. “Die is van jou. Houd hem maar.”

Styles keek toe terwijl ze moeizaam het pad af liep, stuntelde met het hek en in een dure SUV klom. Toen ze was aangekomen, had hij haar bestudeerd vanaf het moment waarop ze was uitgestapt totdat ze onder het dak van de veranda uit het zicht was verdwenen. Vervolgens was hij naar de keuken gelopen, had zijn wapen gepakt, de lading gecontroleerd en open gedaan.
      Plaisance Street lag in een nette buurt, maar hij was rechercheur en de laatste tijd had hij wat mensen tegen zich in het harnas gejaagd, vooral de broers Foster, die beiden waren aangeklaagd wegens drugshandel. Ze zag er niet uit als het type dat met Sander en Bart of welk ander van dat stelletje uitschot ook omging, maar hij had geen enkel risico willen nemen.
      Zodra hij had opengedaan, was zijn aanvankelijke indruk bevestigd. Ze was degelijk, zelfs saai gekleed, droeg geen make-up of sieraden, haar donkere haar was in haar nek bijeengebonden en haar slanke maar mooi gewelfde figuur was praktisch verborgen doordat haar kleren een maat te groot waren. Hij had geen alcohol geroken en haar blik was helder en open, wat erop wees dat ze niet gebruikte. Als hij enig teken van drugs of alcohol had bespeurd, had hij haar nooit binnengelaten. Na tien jaar bij de politie gaf hij verslaafden en dronkenlappen geen millimeter ruimte meer.
      Peinzend keek hij naar de foto in zijn hand. Zijn jeugd stond hem nog helder voor de geest. Hij herinnerde zich zijn grootouders in dit huis. Hij herinnerde zich zijn ooms en de oude suikerplantage die jaren in bezit was geweest van de Rhodes en de boerderij, die uiteindelijk was verkaveld. Hij herinnerde zich zelfs de kermis nog, al stond hem niet meer bij wanneer deze specifieke foto was genomen.
      Hij keek toe terwijl ze langzaam wegreed, keerde in de krappe doodlopende straat en toen weer langs zijn huis naar de kruising koerste. De remlichten van de SUV gloeiden rood op, vielen toen uit terwijl ze vaart meerderde op LeFort Street en in de richting reed van het centrum, vermoedelijk op weg naar haar hotel.
      Fronsend stak hij de foto in zijn portefeuille. Hoe gewoontjes ze er ook bij had gelopen, Audrey Callaghan was een markante persoonlijkheid, met prachtige delicate jukbeenderen. Zelfs als kind moest ze al opvallend zijn geweest. Als hij haar ooit had ontmoet, zou hij dat zeker hebben onthouden.
      Als agent hield hij per definitie niet van mysteries. Hij zou wat oude dossiers doornemen, maar hij had haar niets willen beloven. Ze was naamloos geweest, dus de kans dat hij informatie kon opdiepen die de autoriteiten twintig jaar geleden over het hoofd hadden gezien, was gering. Als hij iets vond, zou hij echter contact met haar opnemen. Hij had haar gegevens, haar vinden zou niet ingewikkeld zijn.
      Hij haalde zijn schouders op en sloot de voordeur. Volgens zijn reputatie was hij hard tegen vrouwen en koos hij types die net zo gecompliceerd waren als hij. Audrey Callaghan was zijn type niet, maar ondanks de saaie, seksloze kleding en het schoolfrikken haar had ze indruk op hem gemaakt. Misschien was het de ijzeren vastberadenheid die doorschemerde in alles wat ze had gezegd en gedaan - wie wist op hoeveel deuren ze had geklopt om hem te vinden? Of het kon de manier zijn waarop ze hem had bestudeerd, als een rechercheur die tegenover iemand met een strafblad zat. Er was niets seksueels geweest aan de manier waarop ze hem had benaderd. Ze had hem simpelweg bekeken, haar vragen gesteld en was weer vertrokken.
      Geen glimlach. Geen geladen sfeer. Geen blijk van emoties.

Reacties (3)

  • FollowYourDream

    Ik hou zoveel van dit verhaal!
    Je schrijft echt geweldig en je hebt de personages perfect uitgewerkt!

    Xxx

    2 jaar geleden
  • Manonxxx

    Jezus dit verhaal is ergens zo frustrerend, dat het spannend is. Ik wil gewoon doorlezen tot het einde.

    Snel verder? X

    2 jaar geleden
  • VampireMouse

    Wauw super goed geschreven. Mooi hoor.
    Ben benieuwd hoe dit nu verder gaat. Want als styles haar niks verteld wordt het lastig.

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen