Foto bij Chapter 10: Verus amicus nunquam amici oblisviscitur

In het vorige hoofdstuk is Clint overleden en vertrekt Celeste uit de toren van de Avengers.
Dit hoofdstuk is voornamelijk Celeste en de Bakerstreet boys (a.k.a. Sherlock en John)

Verder is het je misschien opgevallen dat mijn titels van spoilergevende falende zinnen naar Latijnse zinnen zijn gegaan. Dit is mede om een verandering aan te geven. Ik ben namelijk al weer 2 jaar bezig met dit verhaal (yes ergens dezer dagen heb ik precies twee jaar geleden het eerste hoofdstuk geüpload).
Het viel mij op dat ik de eerste zes hoofdstukken nou niet mijn beste writing skills zijn (nu ook niet, maar ze zijn in ieder geval beter dan eerst). Daarnaast ben ik in bijna twee jaar maar een paar weken vooruit gegaan. Zo was het in Chapter 7 nog steeds ergens in januari 2015.
Daarom was er al een time skip in Chapter 9 en is Celeste weggegaan bij de Avengers. Daarnaast heb ik hoofdstuk 11 al sinds hoofdstuk 8 bijna klaar (ik had ineens inspiratie voor latere hoofdstukken oké!).

In ieder geval geniet van dit hoofdstuk en laat vooral je analyse achter Celeste.
En als je vragen hebt stel ze gerust

11:52 AM 4 July, Stark Tower, 200 Park Avenue, New York City, NY, , U.S.A.

‘Bucky?’ antwoord ik twijfelend. Geen idee waar ik nu eigenlijk op antwoord. Antwoord ik op de vraag wat de puppy zijn naam is of vraag ik twijfelend of de eigenaar van de stem Bucky heet.
Nog voordat ik kan beslissen welke van de twee ik bedoelde, vliegt er een arm op mij af. Net op tijd weet ik mezelf naar achteren te manoeuvreren om de arm te ontwijken. Ik zie hoe de arm vlak voor mijn neus langst sjeest. Snel werp ik een blik over mijn belager. Hij is gekleed in zwarte legerkleding, net zoals elke assassin die ons de afgelopen jaren hebben aangevallen. Het enige wat niet hetzelfde is de arm van deze assassin en het masker dat hij draagt. Bij de meeste assassin’s is het hele gezicht bedekt, maar bij deze loopt maar tot net over de neus en onder de ogen, zodat je hem gewoon aan kan kijken. De arm ziet er veel harder uit dan dat van de meeste mensen. Het heeft nogal veel weg van mijn arm. Niet veel later zie ik dezelfde arm nog een keer op mij afkomen, terwijl ik naar achteren stap manoeuvreer ik mij zo dat ik de aanvaller zelf een klap kan verkopen en kan tackelen. Tegelijkertijd trek ik het masker van het gezicht van mijn aanvaller en grijp zijn arm en draai die op zijn rug. Maar veel grip heb ik niet op zijn arm. Snel werp ik een blik op het gezicht van mijn belager.

‘Je bent het serieus.’ Zeg ik vol verbazing terwijl ik een verward blik terug krijg van niemand minder dan Bucky.
‘Steve?’ vraagt hij op een zeer wantrouwige en verwarde toon. De tweede keer dat hij mijn naam zegt klinkt hij al wat meer overtuigd van zichzelf.

‘Damnit Bucky, ik ben al naar je opzoek sinds al dat gedoe met die Triskelion in D.C. Ik werd wakker aan de rand van de rivier na ons gevecht en ik had geen idee waar je was.’ Fluister ik op een gefrustreerde toon.
‘Ik moest daar weg Steve, anders zouden ze mij oppakken. En god mag weten hoe ze tegenwoordig omgaan met misdadigers zoals mij.’ Gromt hij terug.
‘Je had kunnen wachten tot ik bijkwam en dan had ik je kunnen helpen.’ Grom ik op de zelfde toon terug.
‘Wat is gebeurd is gebeurd Steve daar kan ik niet veel aan veranderen. En als je mij zo graag wilt helpen dan kan je dat nu doen. Ik word achterna gezeten omdat ze denken dat ik een bom heb laten ontploffen. Ik zweer het je Steve, ik was dat niet ongeacht van wat ze je gaan zeggen.’

Kortaf knik ik naar hem en mompel dat het goed is. Voorzichtig pak ik Bucky, de pup, op en loop ermee naar de Breakroom. Hier springt Bucky meteen uit mijn armen op de tafel om de achtergelaten kruimels op te eten. ‘Heb je honger Bucky?’ vraag ik terwijl ik wat boterhammen en beleg uit de kast pak. Achter hoor ik wat gemompel wat klinkt als een bevestiging. Grinnikend mompel ik dat hij geen steek veranderd is sinds de oorlog.

11:52 AM 4 July, Stark Tower, 200 Park Avenue, New York City, NY, , U.S.A.

‘Steve?’ ‘Hmm, wat is er?’
‘Waarom heb je de hond Bucky genoemd?’ vraagt een nieuwsgierige Bucky. ‘Omdat het kan. Also kan je alsjeblieft anders gaan liggen? Mijn arm valt in slaap.’ Vraag ik hem.
Niet veel later heb ik de Avengers bij elkaar geroepen om te beslissen wat we gaan doen. Iets wat misschien later toch niet het slimste idee geweest blijkt te zijn.

-TIME SKIP-
(Geachte lezer; In het verhaal zijn we voorbij de events van Captain America: Civil War. De komende afleveringen spelen zich af vóór Infinity War)


Ik druk op de rode knop boven op de afstandsbediening en het scherm springt op zwart. De nieuwslezeres word midden in haar zin onderbroken, maar dat maakt mij geen ene shit uit. Langzaam klauter ik uit de stoel en strompel naar het bed waar ik vervolgens vol neer plof. Nog geen twee seconden later bevind ik mij al in dromenland.

De volgende dag word ik wakker. Eventjes moet ik nadenken over waar ik ben en waar Lucky is, maar al snel schiet het mij weer te binnen. London, dat is waar ik ben, onderweg naar een oude vriend van me. Ik wilde het Lucky niet aan doen om naar de andere kant van de wereld te vliegen dus die had ik tijdelijk bij Mulder achtergelaten. Wetend dat hij er goed voor zal zorgen. Misschien mede omdat hij weet dat ik hem anders op hele pijnlijke manieren kan vermoorden. Ik denk even terug aan gisteravond en zie het nieuws weer voor me.
In Duitsland was een van de vliegvelden een soort van Total Loss, nadat een stelletje superhelden dachten er een fight-off te hebben. Driemaal raden welke superhelden dat waren. Zuchtend schudt ik mijn hoofd.

10: 23 19 July, 221B Bakerstreet, Marylebone, City of Westminster, London, England

Na een klein eindje te reizen stopt de taxi voor de deur van het adres dat ik hem had gegeven. Ik bedank en betaal de man en stap uit met mijn weekendtas en rugzak. ‘Hier gaan we dan.’ Mompel ik tegen mezelf. Puur om mezelf meer vertrouwen te geven. Ik gooi de rugzak op mijn rug en pak de weekendtas en loop naar de deur. Nadat ik vier keer snel achter elkaar klop word de deur opengedaan door een al wat oudere vrouw.

‘Hello my dear. Hoe kan ik je helpen?’ Vraagt ze met een oprechte glimlach terwijl ze mij van top tot teen bestudeerd. Haar blik blijft iets langer hangen bij mijn gezicht. Waar zich nog steeds een mooi litteken bevind over mijn rechteroog en wenkbrauw. Daarnaast zit er ook nog een snee over mijn linker wenkbrauw, die afkomstig was van een op een gevechten met die rare aliens. Niet alleen op mijn gezicht zitten littekens, maar helaas ook op nog een aantal andere plekken. Zoals mijn gekneusde pols waar een druk verband op zat. En dan hebben we het nog niet over alle sneeën van het vallend puin en mijn eigen kleine vallen wanneer ik het niet meer aankon. Gelukkig waren die laatste niet al te zichtbaar vanwege de kleding.

‘Ik ben op zoek naar een oude vriend van me, John heet hij. John Watson?’

Ze werpt mij een wantrouwig blik toe en even denk ik dat ze de deur voor mij dicht gaat gooien en mij buiten laat staan zonder antwoord. Maar in plaats van dat te doen doet ze haar mond open, draait ze zich half om en roept ze: ‘JOHN! Er is hier iemand die zegt dat ze je kent?’

Eventjes ben ik geneigd met mijn handen mijn oren te beschermen, maar bedenk mij dan dat zoiets niet echt beleefd zou zijn. Er klinkt een antwoord terug, maar ik hoor het niet duidelijk. Altijd fijn explosies waarbij je vrienden doodgaan en je een gescheurde trommelvlies hebt en ik die dan ook nog eens zo eigenwijs is om uiteindelijk toch te gaan vliegen. Nee, dat helpt niet echt.

‘Kom maar even binnen, het duurt nog wel eventjes totdat ze naar beneden komen.’ Vertelt de vrouw terwijl ze mee bij de arm pakt en mij mee naar binnen neemt. Zodra we in een kamer komen wijst ze naar een stoel aan een grote eettafel. ‘Ga maar even zitten terwijl ik een kopje thee maak.
'Wil je ook wat?’ Vraagt ze mee neuriënd. Ik knik en loop vanuit de deuropening naar de stoel. Vanwege de snee door mijn oog zie ik niet helemaal goed met als gevolg dat ik vol tegen de tafel op bots. Er klinkt een zachte schreeuw uit mijn mond. Natuurlijk moest ik precies met een blauwe plek er tegen aan stoten.

‘Oh dear, gaat alles goed?’ Zegt de vrouw op een geruststellende toon. ‘Ja, sorry.’ Verontschuldig ik mij mompelend terwijl ik de tafel weer terug schuif naar de positie zoals die stond. ‘Ik ben gewoon een beetje onhandig.’ Ze knikt en kijkt mij nog even aan en keert zich dan weer terug naar haar thee.

Zodra de thee klaar is pakt ze twee kopjes en de thee en gaat ze tegenover mij zitten. Als een professioneel schenkt ze snel de thee in en zet een van de kopjes voor mij neer. In mijn achterhoofd mompelt een stemmetje dat dat vereist is van een Brit. Professioneel thee inschenken.
Plotseling steekt ze haar hand uit. ‘Ik ben mij helemaal vergeten voor te stellen.’ Zegt ze lachend. Ik begin ook te lachen. ‘Ik ben Mrs. Hudson, de landlady van de boys.’ Ik schenk haar een glimlach terwijl ik haar hand schudt. ‘Ik ben Celeste Braveheart.’ Stel ik mezelf voor.

Stilletjes drinken we onze thee. Ik werp een blik naar Mrs. Hudson en zie hoe ze mij nieuwsgierig aankijkt. ‘Excuseer mij voor het vragen, maar als ik vragen mag hoe ken je John?’
Mijn grijns veranderd meteen in een grote glimlach. ‘Natuurlijk mag dat. John heeft ooit mijn leven gered in zijn diensttijd. Man wat was hij in die tijd eigenwijs.’
‘Dat is hij soms nog steeds.’ Vertelt de landlady mij met een grijns.

Achter ons klinkt wat gestommel en er loopt ineens een vloekende man voorbij. Niet veel later klinkt er een dreun van de deur. Mrs. Hudson staat op en zet haar kopje op het aanrecht.
‘Kom, ze zijn nu klaar.’ Voorzichtig, maar snel, sta ik ook op en zet, net zoals Mrs. Hudson mijn kopje op het aanrecht.
Alsof ze nog in de bloei van haar leven zit loopt Mrs. Hudson naar boven. Ik loop naar boven alsof ik een bejaarde van 90 ben. Mijn handen zien helemaal wit van de grip die ik uitoefen op de railing. Terwijl ik naar bovenloop hoor ik iemand viool spelen.

Tegen de tijd dat ik boven aan de trap ben aangekomen is Mrs. Hudson al verdwenen. Angstig kijk ik naar de deuren, maar voor ik ook maar een keuze kan maken van welke deur ik zou moeten openen verdwijnt Mrs. Hudson al in een van de deuropeningen.
‘Door deze deur heen, dear.’ Zegt ze terwijl ze zich alweer omkeert, de kamer in. Snel volg ik haar door de deur, de kamer in. Het eerste wat ik zie is een lange man, met zijn rug naar mij toen, bij het raam staan. In zijn handen houdt hij een viool waarop hij speelt.

Stilletjes loop ik verder de kamer in en kijk om mij heen. Ik zie twee comfortable stoelen en een bank. Verder een bureau die door de papieren die erop liggen nauwelijks nog te zien is. Ook is er een schoorsteenmantel die helemaal vol ligt en een schedel. Dat wel erg veel weg heeft van dat van een mens.

‘Corona Braveheart! Wat heb ik jou lang niet gezien.’ Klinkt ineens een bekende stem achter me. Snel draai ik mij om en zie John staan in een (schuif)deuropening die naar, waarschijnlijk, de keuken lijdt. Achter hem is Mrs. Hudson bezig met thee te zetten. Er verschijnt een grote glimlach op zijn gezicht terwijl hij op mij afloopt en mij in zijn arme sluit.
Ik knuffel hem terug, maar wanneer ik hem loslaat doet hij niet hetzelfde.
‘Ehm… John, ik vind het ook erg leuk om jou te zien. Maar ik krijg zo niet echt adem in mijn longen.’ Weet ik eruit te hakkelen. Ineens lijkt John door te hebben waar ik het over heb en laat hij meteen los. ‘Oh shit, sorry.’ Zegt hij verontschuldigend. ‘Echt leuk dat je er bent, maar zou jij niet pas later dit jaar komen? Dat zei je in je mail twee maanden geleden althans.’ Vraagt hij voorzichtig.

‘Ja dat was wel de bedoeling, maar er waren wat dingen gebeurd dus ik dacht laat ik maar wat eerder gaan. Ik heb je er nog over gemaild pas geleden. Check jij je mail wel eens vaker dan eens in de 3 maanden?’ Zeg ik met een krakerige stem.
‘Ik heb niks voorbij zien komen Corona.’ Zucht John verwart. ‘Eh John ik heb mijn naam veranderd. Het is tegenwoordig Celeste.’ Vertel ik hem met een grijns op mijn gezicht. ‘Hmmpf’ Is het enige wat ik als antwoord krijg.
Plotseling verschijnt er een donker blik op John zijn gezicht.

‘SHERLOCK!’ Schreeuwt hij ineens naar de man met de viool. ‘Heb jij in mijn mail gezeten?!’ De man stopt met spelen.
‘Je verspild te veel tijd aan onbelangrijke dingen John.’ Verklaart de man terwijl hij weer begint met spelen. Waarschijnlijk om duidelijk te maken dat deze discussie afgelopen is. Ondanks het feit dat het net pas begonnen is.

‘Nee Sherlock. Ik ben nog niet klaar met dit gesprek.’ Zucht een geïrriteerde John. In de tussen tijd hoor ik een stemmetje in mijn achterhoofd een vreugdesprong maken en zeggen ‘I told you so’.

Terwijl John een hele waterval van argumenten naar Sherlock roept verplaats ik mij stilletjes naar de bank en plof daar neer. Ik realiseer mij dat dit de perfecte plek is om John zijn lichaamshouding en taal te analyseren. Een paar minuten later is John klaar en stopt de man met de viool met spelen.
John loopt naar mij toe en buigt zich zo dat hij in mijn oor kan fluisteren. Helaas doet hij dat bij mijn verkeerde oor en hoor ik niks van wat hij fluistert. ‘Het spijt mij John, maar ik hoor momenteel niet goed in dat oor. Wat zei je?’ Verklaar ik op een zachte toon. John kijk mij verbaasd aan en herhaalt wat hij zei. ‘Sorry voor hem. Als je wilt kunnen we even naar buiten om bij te praten.’ Ik schud mijn hoofd. ‘Dat hoeft niet John. Ik blijf liever in de warmte.’

Al lachend zegt hij dat ik niks ben veranderd. Hij ploft neer op een van de stoelen. Terwijl John vertelt wat hij sinds onze laatste mailuitwisseling, die niet door Sherlock was verstopt, realiseer ik mij dat een gesprek houden vanaf de bank niet echt handig was en al snel verhuis ik naar de stoel tegenover John. Een angstig blikt verschijnt er in John zijn ogen terwijl hij snel een blik werpt op Sherlock, die weer gestopt is met spelen. Ik draai mij om naar Sherlock, die mij recht in de ogen aankijkt, zijn ogen even versmalt en zich dan naar de bank verplaatst en daar gaat liggen.

John zijn gezichtsuitdrukking veranderd van angstig naar opgelucht en als snel zit hij weer verhalen te vertellen. Zo’n tien minuten later is hij uitgepraat en houdt hij eventjes zijn mond. Maar al snel trekt hij hem weer open.
‘Maar dat is genoeg over mij, hoe is het met jou?’ vraagt hij terwijl hij een blik werpt naar mijn oog. Ik negeer zijn beweging en vertel hem over al mijn ervaringen in New York.

‘En hoe is het met Clint? Ik heb je niet echt over hem horen praten. Terwijl hij juist zo’n aardige gast is. Ik heb nog aardig wat tijd met hem doorgebracht toen jij al weer naar Amerika terug was vertrokken.’ Zegt hij terwijl hij eventjes moet lachen. Ik glimlach eventjes maar werp dan vluchtig een blik naar de grond.
‘Corona? Eh. Ik bedoel Celeste?’ Vraagt hij, deze keer met een dwingerende stem.

‘John ik heb het daar liever niet over.’ Zeg ik gestrest. ‘Hoezo niet? Is er iets gebeurd?’
‘Nee er is niets gebeurd John, maar ze wilt het er niet overhebben? Natuurlijk is er iets gebeurd.’ Bemoeid Sherlock zich ineens met het gesprek. ‘Shut up!’ zucht John.
‘Ze verteld het je niet John.’ Zegt Sherlock met zo’n stemmetje van ik-ben-zo-super-slim-omg.
‘Wat gaat ze mij niet vertellen?’ vraagt John, niet oplettend wat hij nu doet. ‘Dat hij dood is.’ Verklaart Sherlock op een droge, het maakt mij niet uit, stem. Geschrokken en kwaad kijk ik hem aan, terwijl er tranen in mijn ogen verschijnen. Oh als blikken konden doden, dan was die lange spaghettisliert, met sexy cheekbones, dood geweest.

Langzaam rolt er een traan over mijn wang. Ik werp nog een blik naar Sherlock en sta dan op en loop zo snel als ik kan, dus niet erg snel, naar de gang en naar buiten. Mijn aanwezigheid word hier overduidelijk niet geaccepteerd.

Ik ben net de deur uit wanneer ik een hand op mijn schouder voel.
‘Celeste, stop even.’ Ik stop met lopen en draai mij om naar John. ‘Is het waar? Is hij dood?’ Ik probeer hem aan te kijken, maar vanwege mijn al verslechterde oog en de tranen lukt het mij niet echt. Mijn gezichtsuitdrukking en mijn reactie op de vraag zegt hem genoeg. Antwoord hoef ik hem niet meer. Voorzichtig pakt hij mijn, goede, arm en trek mij naar hem toe en geeft mij een knuffel. Na een paar seconden laat hij weer los. Zijn trui heeft een natte vlek op de schouder zitten. ‘Sorry voor de waterval op je trui.’ Verontschuldig ik me. ‘Geeft niet, dat droogt wel weer op. Zullen we weer naar binnen gaan?’ Vraagt hij terwijl hij mij al in de richting van de deur laat lopen. ‘Nog sorry van Sherlock. Hij is niet echt goed in dingen op een fijne of positieve manier over te brengen.’

Eenmaal binnen gekomen en weer boven aangekomen ploffen John en ik beide in een stoel neer. Sherlock kijkt niet eens op van wat hij ook aan het doen is.
Ik vertel John over de missie waar Clint bij stierf en wat er allemaal gebeurde en hoe. ‘Heb je dat’ Hij wijst naar mijn hoofd. ‘Gekregen toen hij…’ John zucht eventjes. ‘Toen hij je-weet-wel… ehm. Overleed?’ ‘Ja. Die snee is van een groot stuk vallend puin van de eerste explosie.’ Mompel ik terwijl ik er eventjes met mijn vingers overheen strijk. ‘Net zoals veel van de sneeën en blauwe plekken die ik heb.’ Hij knikt even terwijl hij mij verder bestudeerd. ‘En je pols en wenkbrauw?’
‘De wenkbrauw is van een mes en de pols is van een week na de missie. Toen ik nogal, ahum, slecht voor mezelf zorgde en van vermoeidheid van een stoel af flikkerde.’ Zeg ik. Eventjes verschijnt er een glimlach op mijn gezicht, wanneer ik terugdenk aan hoe falend dat er uitzag op Jarvis zijn camera.

Jarvis. De Avengers, die geen Avengers meer waren. Misschien was het maar goed dat ik daar niet meer ben. Anders was ik daar ook onderdeel van geweest en dat is nou niet echt iets wat ik om mijn bucketlist heb staan. Hoewel ik er misschien wel een klein beetje aan bij had gedragen. Ik had heel misschien ervoor gezorgd dat een oude vriend de weg kon vinden naar Steve, maar dat terzijde.

‘Is zijn dood de reden dat je naar London bent vertrokken en hier eerder bent dan de bedoeling was?’ ‘Ja.’ Zeg ik terwijl ik nog eens ter bevestiging knik. ‘Alleen?’ Vraagt hij vol verbazing. ‘Uh, ja. Ik ben geen kind meer John.’
‘Daar heeft ze een punt.’ Ik draai mij om naar Sherlock. Eventjes denk ik erover om een flauwe gemene opmerking te maken, maar ik bedenk mij en simpelweg bedank hem. Zachtjes mompelt John zijn excuses.
‘Is Clint zijn dood de enige reden dat je daar bent weggegaan of zijn er nog andere redenen?’ Vraagt John nieuwsgierig. ‘Jeesus John, is dit een verhoor?’ Reageer ik gefrustreerd. ‘Want laat ik je dan bij deze alvast melden dat ik daar geen zin in heb en dat ik ook geen woord meer ga zeggen.’ Achter mij klinkt een geluid dat erg lijkt op ‘Badum-tsss’

Zuchtend staat John op en loopt richting de keuken, waarschijnlijk om nog meer thee te maken en te drinken. Ik heb nog nooit mensen zoveel thee zien drinken. ‘Wat zijn Britten toch rare mensen.’ Denk ik.
‘Excuse me?’ Klinkt het ineens achter me. ‘Wat is er raar aan ons?’ Vraagt de stem van John achter me. Snel draai ik mij om en zie John daar inderdaad staan met een volle kop thee.
‘Niks, John. Niks.’ Zeg ik luchtig. ‘Jullie zijn heel erg uniek .’

‘We zijn normaler dan jullie Amerikanen. In ieder geval slimmer.’ Grinnikend geef ik hem een blik van as if. ‘Wij kiezen tenminste geen Cheeto als president.’ Kaatst John terug.
‘Eventjes, just so you know, ik ben geen Amerikaan. Ik werk weliswaar voor een in Amerika opgerichte organisatie, maar dat maakt mij verder niet meteen een Amerikaan John. Maar goed laten we stoppen met dit kinderachtige geruzie en laten we iets nuttigs gaan doen met ons leven.’

‘En wat is volgens jouw nuttig?’ vraagt Sherlock met de meest ongeïnteresseerde stem ooit. Niet dat ik het hem kwalijk neem. ‘Een goed hotel vinden tot de tijd dat ik een kamer heb gevonden. Ik weet het. Het is niet leuk, maar het zal wel moeten gebeuren. Ik ben namelijk niet echt van plan om op straat te gaan slapen.

‘Sherlock, kan ze niet gewoon hier slapen?’ vraagt John.
Nog nooit heb ik iemand zo zelfverzekerd en snel horen antwoorden als Sherlock 'Nee' zei. Ik kijk naar John die mij een sorry doorseint en een verontschuldigend blik trekt.

9: 46am 23 July, Colne Valley Regional Park, Denham, England

Zo ongeveer elke dag ging ik naar Bakerstreet. Elke ochtend stond ik daar stipt 9 uur voor de deur. Iets wat mij niet altijd in dank af werd genomen. Ik bedoel het is fantastisch op een slaperige chagrijnige egel de deur open te zien doen. Vandaag lukte het mij alleen niet om er op tijd te zijn. In verband met een ‘KLOTE TRAKTOR DIE OP DE WEG GEPARKEERD STAAT OP BULLSHIT DINGEN TE DOEN!’ Het laatste roep ik terwijl ik van mijn fiets afstap. Om het allemaal nog erger te maken begon het ook nog eens te regenen. Het leek mij leuk om vroeg op de fiets te stappen en een eindje langs landweggetjes te fietsen. Genietend van de rust en de stilte. In plaat van de drukke straten van London.

11:37 23 July, 221B Bakerstreet, Marylebone, City of Westminster, London, England

‘Dit is de laatste keer dat ik in dit godvergeten land een eindje ga fietsen.’ Mopper ik terwijl ik druppend de kamer binnenloop. Verbaasd kijkt John op van zijn krant. Hij kijkt mij aan en begint te lachen wanneer hij ziet hoe ik erbij loop. ‘Wat is er aan de hand?’ Vraagt Sherlock, die zijn hoofd om de keukendeur steekt. ‘Oh dat is er aan de hand.’ Ook hij begint te lachen.

‘Het minste wat jullie zouden kunnen zeggen is “oh wat verschrikkelijk voor je Celeste. Heb je misschien iets nodig om je mee af te drogen en op te warmen?”, maar nee dat is te moeilijk voor jullie om te zeggen.’ Mopper ik terwijl ik mijn jas uit doe en over de verwarming heen hang. Ik pak de handdoek aan van John, die hij snel gepakt had, en begin mijn haren af te drogen. In de tussentijd loop ik richting de schoorsteenmantel en kijk in de haard.
‘Enige kans dat dit ding toevallig aan kan?’
‘Ja, de aan-knop zit aan de zijkant.’ Zegt Sherlock met een kleine glimlach op zijn gezicht. ‘Heel erg grappig Holmes.’ Mopper ik. ‘Nee, maar serieus. Kan dit ding aan? Want anders is het pretty useless.’
‘Het is handig om een mes in te zetten.’ Brengt John in als argument.

‘Anyways, heeft iemand hier droge kleding die ik kan lenen? Ik ga niet in de regen terug naar mijn hotel fietsen om nog eens verzopen te raken.’ Vraag ik terwijl ik neerplof voor de haard.
‘Nee niemand? Ik pas echt niet in Mrs. Hudson haar jurken, heb je gezien hoe smal die vrouw is? Ik wil niet opschepperig klinken maar alleen al mijn schouder spieren maken mij te breed voor haar jurken.’ John en Sherlock kijken elkaar even aan waarnaar Sherlock op staat en wegloopt. Verwart kijk ik John aan en werp hem een blik van ‘gaat hij mij nu helpen of is dit saai en gaat hij wat anders doen?’

Een halve minuut later verschijnt Sherlock weer met wat kleding in zijn handen.
‘Hier trek dit maar aan, ik draag het toch nooit.’ Snel pak ik het aan voordat hij zich weer bedenkt en bedank hem. Eventjes werp ik een blik naar John die aanwijst waar ik heen kan om mij om te kleden.

Toen ik een paar minuten later terug kwam in droge warme kleding was Sherlock weer begonnen met viool te spelen terwijl John bezig was met zijn blog verder te schrijven. Rustig loop ik naar de keuken om een warme kop chocomel voor mezelf te zetten.
Terwijl ik aan het wachten ben tot de chocomel warm is check ik mijn mobiel op berichtjes. Afgezien van de standaardmeldingen van Trump die weer idiote ideeën tweette en de bosbranden in California. Er komt een melding voorbij van een nieuw lied van Halsey.

Er klinkt een zacht plingeltje. ‘Ah c’est fini.’ Zucht ik opgelucht terwijl ik mijn mobiel op het aanrecht leg en met mijn mok naar de haard loop.

13:18 23 July, 221B Bakerstreet, Marylebone, City of Westminster, London, England

Toen ik eindelijk mezelf goed comfortabel had gemaakt op Sherlock zijn stoel. Wat pas was nadat ik drie mokken chocomel had gemaakt en op had gedronken. Om vervolgens naar het toilet te moeten gaan, kan ik eindelijk verder in het boek waar ik jaren geleden al aan was begonnen. Maar nee het zat mij niet mee want precies op dat moment roept Sherlock iets in de trant van ‘The game is on’ en rent hij de trap af.

‘What the heck was dat John?’ Vraag ik aan John terwijl ik achter John aan loop die snel onze jassen van de kapstok haalt en de mijne naar mij door paast.
‘Een case. En hij heeft instinct dat aangeslagen is.’ Vertelt John vlug.
Vlug loop ik achter John aan en stap bij hem en Sherlock in de taxi. Sherlock mompelt iets tegen de chauffeur en niet veel later rijden we. ‘Hoe lang duurt het?’ vraag ik aan de chauffeur.
‘Ongeveer 20 minuten miss.’ Ik knik en kijk uit het raam naar buiten. Wanneer we stil staan bij een stoplicht zie ik iemand, in een small straatje, graffiti op de muur spuiten. De persoon is onherkenbaar door de capuchon die het gezicht verborgen houdt. Op het moment dat het stoplicht op groen springt draait de persoon zich om en gaat nonchalant tegen de muur leunen. Ik kijk nog eens en zie dat de persoon een vrouw is, met azuurblauwe haren. Ineens kijkt ze mij recht in mijn ogen aan en glimlacht. ‘John zag je dat?’ Vraag ik terwijl ik mij naar hem toewend, maar ik krijg geen reactie. We rijden nog steeds niet aangezien er een oud opaatje bij de streep staat. Snel draai ik mij dan ook terug naar het raam, maar de vrouw is alweer verdwenen. Verward haal ik mijn schouders op en draai mij terug naar John en Sherlock, benieuwd naar wat ze allemaal voor ideeën hebben.

14:27 23 July, Princess Street, City of London, London, England

‘You can’t just run around punching people you don’t like, Sherlock!’ Zucht ik terwijl ik met mijn arm een van de bewakers wegduw nadat hij mij los heeft gelaten.
‘Maar hij maakte racistische opmerkingen, Celeste.’ Roept Sherlock gefrustreerd terwijl hij over zijn wang streelt met zijn hand. Voelend naar de bult die er binnen no-time zich daar zal bevinden.
‘Daar heb je een punt.’ Mompel ik instemmend. ‘Maar waarschuw mij voortaan van te voren even, dan kan ik mij erop voorbereiden.’
‘Wat Celeste volgens mij probeert te zeggen is dat zij volgende keer wel de klappen uitdeelt.’ Lacht John. ‘Dat is als ze geen steek is veranderd sinds ik haar ken. Ik weet nog dat we vroeger zo’n bekend deuntje zeiden elke keer als ze weer iemand klappen had verkocht. Hoe ging het ook alweer?’ Vraagt John terwijl we de straat uitlopen richting het metro station dat zich daar bevindt.

‘John, Celeste, deze metro komt niet bij Bakerstreet uit.’ Klinkt een verveelde stem.
‘Ja dat klopt Sherlock. Dat heet overstappen.’ Zeggen John en ik alle twee tegelijk met een grijns op onze gezichten.
‘Maar dat kost alleen maar extra tijd.’ Zeurt Sherlock. ‘Dat is toch niet logisch. Hoe overleven jullie met jullie hersenen?’ Vraagt Sherlock verbaasd.
‘SHERLOCK’ Schreeuw John lichtelijk geïrriteerd. ‘We hebben het hierover gehad.’
Chagrijnig draait Sherlock met zijn ogen maar loopt toch met ons mee. Vlug geven John en ik elkaar een box voordat Sherlock het kan zien en een opmerking kan maken over hoe kinderachtig we zijn

16:56 27 July, 221B Bakerstreet, Marylebone, City of Westminster, London, England

Sherlock en ik zijn bezig met de kamer op te ruimen en schoon te maken als er ineens een schrille schreeuw klinkt uit de deuropening. Beide draaien we ons om naar de deur en zien daar een geschrokken John staan. Snel beweeg ik zijn kant op om de boodschappentas op te vangen in het geval dat hij ze laat vallen. Wat hij ook deed.

‘What the heck is er gebeurd terwijl ik boodschappen deed?’ Vraagt John, nog steeds op een geschrokken toon. Sherlock en ik werpen een blik naar elkaar toe en hij geeft mij een knikje en begint te praten. Hij vertelt John een een of ander onzin verhaal om te verklaren waarom de hele kamer overhoop ligt en er aardig wat bloed ligt. En dan hebben we het nog niet over het feit hoe wij er nu uitzien.

In de tussentijd heeft Sherlock de tas uit mijn handen gepakt en keert hem ondersteboven. Zijn gezicht wordt steeds kwader tot hij plotseling begint te roepen. ‘Where is my FUCKING pudding?’ terwijl hij panisch met zijn handen schudt.
‘Sherlock, you’re not fooling me. Dus wat the frick is hier gebeurd? En gaat het goed met jullie? Let me check you guys out. Waar is Mrs. Hudson? Gaat het goed met haar?’

‘John, rustig aan zeg. Alles is goed.’ Zeg ik terwijl ik mijn hand op zijn schouder leg om hem te kalmeren. ‘Verklaar dan eens hoe al dat bloed hier in de kamer komt? Huh?’ Snauwt hij kwaad naar mij terwijl hij mijn hand van zijn schouder duwt.
‘Sherlock is bezig met een experiment en dat liep een beetje fout.’ Bedenk ik snel. Sherlock knikt instemmend. ‘En dat is ook hoe jullie aan al drie krassen komen? En dat de hele kamer overhoop ligt?’ Vraagt hij ons met een stem die zegt dat hij ons voor geen cent gelooft. Iets wat ik compleet kan begrijpen.
‘Ja.’ Antwoorden Sherlock en ik tegelijkertijd, wat ons alleen maar minder onschuldig laat lijken.
John werpt ons een blik met “Oh really…?”

‘Dus als ik Mrs. Hudson over dit ‘experiment’ zou vragen dan weet ze waar ik het over heb?’ Weer geven Sherlock en ik op het zelfde moment een bevestigend antwoord. Deze keer iets overtuigender dan de vorige keer. John werpt ons nog een blik en draait zich dan om en loop naar beneden, naar Mrs. Hudson.

‘Dus hoe gaan we al dit bloed wegkrijgen Sherlock?’ Ik draai mij om naar Sherlock.
‘Oh ik ken wel iemand, die kan ook meteen onze assailant ondervragen en wegwerken.’ Verbaasd kijk ik hem aan.
‘Wie dan?’ Vraag ik.
'Mycroft.’ Antwoord hij. ‘Mijn broer.’ Mijn mond valt van verbazing nog verder open. ‘Je hebt een broer.’

Even later verschijnt er een busje in de straat en niet veel later lopen er een paar mannen door het huis. Binnen no-time zag de kamer er weer uit zoals een paar uur daarvoor. Alleen misschien iets schoner en opgeruimder dan eerst. Ik bedoel er lagen op de randomste plekken papieren, vol met John’s ideeën voor zijn blogs. Ongeopende brieven, die ook nooit geopend zouden worden, want volgens Sherlock was de inhoud of saai en oninteressant of het was iemand die geld wilde. In beide gevallen heeft hij er geen zin in dus gooit hij ze gewoon weg, niet kijkend waar het beland. Terwijl ik op de bank neerplof zie ik de teddy bear verschijnen. Voordat iemand het kan zien pak ik de beer snel en verhuis mij naar de keuken. Verbluft kijkt Sherlock mij na. Heilig er van overtuigd dat die beer zich eerder daar nog niet bevond en er vrij zeker van dat niemand van Mycroft zijn mannen het mee had gebracht.

In de keuken pak ik een mok uit een van de kasten en ruik er voorzichtig aan. ‘Nee deze is al gebruikt.’ Zucht ik diep terwijl ik ondertussen naar adem hap. Zo fijn wanneer Sherlock experimenten uitvoert met voor normale mensen dagelijkse onderdelen. Ik steek mijn hand nog een keer in de kast opzoek naar een schone mok. Weer ruik ik er aan. Ik snuif nog een keer extra en constateer dan dat dit wel een schone mok is. Ditzelfde doe ik nog een keer voor een tweede mok en loop vervolgens naar de koelkast om melk te pakken. Eenmaal bij de koelkast aangekomen zet ik de mokken op de tafel en open de deur. Om hem vervolgens weer dicht te gooien.

‘SHERLOCK!’ Schreeuw ik.
‘Volgens mij heeft iemand de beschimmelde hand gevonden.’ Fluistert iemand grinnikend.

15:57 27 September, 221B Bakerstreet, Marylebone, City of Westminster, London, England

John en ik stonden in de kamer met mijn koffers. Sherlock was nergens te bekennen. Ik was in juli bij hen ingetrokken, maar had eerder deze week besloten dat het tijd was voor mij om verder te gaan. Twee maanden geleden had ik nog helemaal geen idee wat ik zou gaan doen, maar ik weet niet hoe het kwam maar ik dacht ineens terug aan een gesprek met Clint. In dat gesprek hadden we het erover wat we zouden doen als we met pensioen zouden gaan, als we dat zouden halen en niet daarvoor al zouden overlijden. Clint had bedacht dat hij op een boerderij zou gaan wonen in the middle of nowhere. Het is daar immers rustig en moeilijk te vinden en als je dan zou overlijden zal niemand het meteen doorhebben. Als ze je dan eenmaal vonden was je al lekker aan het wegrotten dus kon je mensen ook nog eens laten schrikken.

Ik moet zeggen dat het erg fijn was, de afgelopen twee maanden. Naast er te wonen had ik ook nog wat geholpen met de verschillende zaken die ze binnen hadden gekregen. Die zaken gingen niet altijd even makkelijk, maar ze waren in ieder geval fijner dan de missies van SHIELD.

Ik kijk John nog een keer glimlachend aan en geef hem een knuffel. Ik voel hoe John zijn armen stevig ommijheen slaat en hoe beetje bij beetje de lucht uit mijn longen geperst worden.
‘Eh… John… Ik kan ni… niet meer… adem… men.’ Hakkel ik met een krakerige stem. Geschrokken laat John mij los. ‘So sorry Celeste, doet het ergens pijn? Adem in en uit met mij.’ Beveelt hij met een paniekerige stem terwijl hij mij met angst in zijn ogen aankijkt.

‘Nee, het gaat goed hoor John.’ Lach ik. ‘Dit is in ieder geval een afscheid die ik nooit zal vergeten.’
Eventjes kijkt John mij verward, maar al snel is hij ook aan het lachen.
‘Take care, Celeste.’ Zegt hij op een zachte rustgevende, maar bezorgde toon.
‘Ik doe mijn best John.’ Zuchtend geef ik hem nog een knuffel. Als ik loslaat zie ik dat John nog snel een traan van zijn gezicht veegt.
‘JAWN!’ Klinkt het ineens van boven aan de trap. ‘Waar is Celeste ik moet haar wat belangrijks vragen.’ Als antwoord draait John zijn ogen en draait zich om richting de deur.

‘Ze is hier Sherlock, maar mocht je het nog niet doorhebben. Ze gaat weg.’ Bij de laatste zin breekt zijn stem een beetje. Ik geef hem een meelevende glimlach en loop richting de trap om nog een keer gedag te zeggen tegen Sherlock. Zoals verwacht krijg ik niet echt een reactie dus loop ik weer terug naar John en mijn taxi. ‘De vraag was blijkbaar niet zo belangrijk.’ Voor de allerlaatste keer geef ik John een knuffel en dan stap ik in. Zodra ik goed zit doet John de deur dicht en zwaait hij nog een keer. De taxichauffeur haalt de auto van de parkeerrem af en begint te rijden.

Ik ben de straat nog niet uit of mijn telefoon gaat alweer af. Snel vis ik hem uit mijn jaszak en kijk naar de ID. “Sherlock” Zuchtend schud ik mijn hoofd.
Zachtjes mompel ik ‘Die gast weet ook echt niet wat hij wilt’. Terwijl ik opneem en Sherlock begroet.
‘Celeste, waar ben je nu? Kom nu meteen terug!’ Roept hij met een redelijk hese en hoge stem door de telefoon.
‘En waarom zou ik dat nou weer doen Sherlock?’
‘Omdat ik je nodig heb om iets op te lossen.’ Vertelt hij, nu met een stem die iets minder hees klinkt.
‘Sherlock ik ben er bijna drie maanden geweest. Ik heb besloten nu weer verder te gaan met iets anders. Ik bedoel ik vond het echt fantastisch hier, maar ik heb weer wat verandering nodig.’
‘London doet je te veel aan hem denken, is dat het?’ vraagt hij. ‘Wie bedoel je? Over wie heb je het?’ antwoord ik hem.
‘Celeste!’ Schreeuwt hij. ‘Je weet donders goed over wie ik het heb.’
‘Nee, dat weet ik niet. Dus zeg maar gewoon over wie je het hebt.’ Ik krijg een angstig blik van mijn chauffeur via de achteruitkijkspiegel naar mij toe geworpen. Glimlachend stel ik hem gerust terwijl ik gebaar naar mijn telefoon en mijn ogen even draai. De chauffeur grinnikt even en werpt zijn blik dan weer op de weg voor hem.

‘Ik heb het over je broer Celeste.’ Als ik op dat moment wat aan het drinken was, was ik zeker gestikt.
‘Broer, welke broer? Waar heb je het over, ik heb helemaal geen broer, Twat!.’ Schreeuw ik op een zachte toon.
‘Ik bedoel diegene die overleed en de reden was dat je wegging uit Amerika.’
Verbaasd laat ik de telefoon uit mijn handen glijden. Pas wanneer ik Sherlock zijn stem een stuk verder weg vanmijhoor realiseer ik mij dat ik mijn telefoon heb laten vallen.

‘Sherlock ik weet niet of ik je ooit een foto van hem heb laten zien, maar we zien er compleet anders uit. Alleen al het feit van een andere huiskleur en haren. En ja ik weet dat je dan alsnog wel voor een deel de zelfde ouders kan hebben maar dat is niet het geval. En waag het niet met mijn gevoelens te spelen want hij was wel als een broer voor mij. EN NU IS HIJ DOOD.’ Dat laatste zei ik een stuk harder dan de rest van de zin. ‘Dus het spijt mij ik kom niet terug en ja het klopt. London doet mij aan hem denken. Ik vond het erg leuk de afgelopen maanden, maar ik moet weer verder. Ik stuur John wel mijn nieuwe adres, zodra ik weet waar ik ga wonen. Kom gerust een keer langs.’ Fluister ik zachtjes op een rustgevende toon. ‘Dan mag je mij gerust komen vertellen over Clint, maar nu niet. Tot ziens Sherlock.’

Eventjes blijft het stil aan de andere kant van de lijn. Totdat heel zachtjes Sherlock antwoord geeft. ‘Goodbye Celeste.’
Ik glimlach. ’Goodbye, Sherlock. Doe de groeten aan Mrs. Hudson, please.’
‘Zal ik doen.’ Klinkt zijn stem. En voor deze keer heb ik ook echt het gevoel dat Sherlock het zal zeggen. Normaal zou hij het als nutteloos beschouwen, maar misschien deze ene keer niet. 'En vergeet niet, zijn dood was niet jouw schuld.'
Ik voel hoe een traan ontsnapt en snel zijn weg over mijn wang naar beneden maakt. Waar die vervolgens op mijn broek beland.

Terwijl de taxi verder weg rijdt van Bakerstreet, kijk ik naar buiten. Er hangen een paar wolken in de lucht waar hier en daar een beetje regen uitvalt, maar verder was er een blauwe lucht zichtbaar.
‘Een perfecte dag.’ Mompel ik tegen mezelf.

17:15 27 September, Heathrow Airport, Nelson Road, Hounslow, Middlesex, TW6 Longford, England

Met mijn rugzak loop ik weg van de check-in. Mijn koffers had ik net afgegeven en die waren onderweg naar de douane en vervolgens het vliegtuig. Zelf loop ik ook naar de douane met het ticket in mijn broekzak.

Als ik even later door de douane ben, zonder problemen loop ik maar een beetje rond te dwalen. Onderweg kom ik een Starbucks tegen en kan het dan ook niet laten om een chocomel te kopen. Niet veel later loop ik weer rond te dwalen, maar deze keer met chocomel. Voorzichtig begin ik weer wat meer te glimlachen. Iets waar John de afgelopen maanden over zat te klagen. Het feit dat ik te weinig glimlachte en als ik dan glimlachte het niet een grote glimlach had. Iets waar ik het niet kon laten te zeggen dat dat komt omdat ik niet zon grote mond als Sherlock heb. Ik ben gewoon niet zo grof.
Eigenlijk wel maar dat terzijde.

Terwijl ik de laatste slok chocomel opdrink, kijk ik naar de landende en vertrekkende vliegtuigen die op de baan rijden. Voor ik het weet denk ik ineens terug aan een missie met Natasha en Clint toen ik net lid was van SHIELD. We hadden de missie net afgerond, maar omdat er een noodsituatie ergens anders bij een SHIELD basis was konden ze geen quinjet voor ons regelen. Iets dat resulteerde in gedoe met de douane, totdat een Heathrow based SHIELD-Agent ons uit de brand hielp. Maar vervolgens moesten we nog een uur wachten voordat het vliegtuig arriveerde wat basically betekende dat ik met twee master-assassins opgescheept zat. Ergens had ik nog een foto van Natasha die in slaap was gevallen met een vredig blik op haar gezicht. I know Natasha en vredig dat is een onmogelijke combinatie. Dus niet.

Anyways ik was ook al half in slaap gevallen, maar Clint die had besloten niet te gaan slapen en bleef de hele tijd naar de vliegtuigen kijken. Iets wat er ook erg rustgevend uitzag. Dat was basically ook het moment dat ik besloot dat ik die twee idioten altijd met mijn leven zou kunnen vertrouwen en het was het moment waarop zij hetzelfde besloten.

Ik glimlach nog een keer terwijl ik met de rug van mijn hand nog snel een traan wegveeg voordat ik mij omdraai. Ik werp een vluchtig blik over de ruimte waar ik mij vind totdat ik vind waar ik naar zocht. Met een paar stappen ben ik er en ik gooi de lege Starbucks-beker erin. Net wanneer ik mij omdraai botst er iemand tegen mij aan.
‘Oh sorry. Ik zag u niet.’ Klinkt de stem van een man. ‘Het geeft niet, ik keek niet toen ik mij omdraaide. Mijn fout sorry.’ Zeg ik verontschuldigend terug. Voordat ik nog iets anders kan zeggen is de man alweer weg. Eventjes kijk ik hem nog na, maar hij verdwijnt al snel weer in het publiek.

‘Weird.’ Mompel ik nog even tegen mezelf voordat ik langzaam aan richting de terminal loop waar mijn vliegtuig vertrekt.

17:28 27 September, Heathrow Airport, Nelson Road, Hounslow, Middlesex, TW6 Longford, England

Aangezien het nog even duurde voordat ik en de andere passagiers het vliegtuig in mochten. Pak ik mijn oude SHIELD mobiel en kijk naar alle gemiste berichten. Ik weet dat ze mij nu kunnen tracen, maar iets zegt mij dat ze dat toch al de afgelopen tijd deden en anders ik stap nu op het vliegtuig naar een compleet ander land dus succes met mij weer terug te vinden.

Ik werp mijn blik weer op mijn mobiel en zie ongeveer 389 gemiste oproepen en berichten, verdeeld over de afgelopen maanden. Ook heb ik aardig wat nieuwe mailtjes. Nadat ik ze allemaal gelezen heb moet ik eventjes lachen. Fury, Coulson en agent Hill die basically het aan het uit freaken waren aangezien Clint en ik daar zaten met een missie en we daar alle twee niet meer waren. Ook zaten er berichten van Fury in over het feit dat twee maanden ruim genoeg is om te rouwen en het nou eens tijd word dat ik terug kom. Had ik toch gelijk in mijn weddenschap met Stark. Ik had gewed dat hij gewoon geen emoties heeft, geen gevoelens. En het feit dat ik dat bericht van hem ontving maakt dat wel duidelijk. Of hij moet gewoon geen ervaringen met de dood hebben op een schaal zo dichtbij.
Daarnaast heeft hij obviously niet de memo gekregen waarin ik mijn ontslag heb gezet, maar dat is zijn shit niet die van mij. Ik hoef dit mobieltje eigenlijk niet meer te houden. Het is alleen dat daar nog een paar foto’s opstaan en een paar contacten die ik niet kwijt wil maar ook niet wil verplaatsen naar een ander mobieltje.

Er klinkt een stem en al snel bevind zich er een rij. Ik blijf rustig zitten totdat de rij wat korter wordt. Verveeld kijk ik eens rond door de hal. Overal lopen mensen, sommige gehaast en sommige hun kinderen meesleurend. Ik kijk verder en zie iemand tegen een van de vele ramen leunen terwijl ze mij aanstaart. Tenminste daar lijkt het op, maar het is niet duidelijk vanwege de zonnebril die ze draagt. De zonnebril mag dan wel eens waar een soort van door zichtbaar zijn, maar ondanks het feit dat het oranje glazen zijn is ze toch te ver weg om haar ogen te kunnen zien. Ik trek een wenkbrauw op als of te vragen wat er is. Het enige wat ze doet is glimlachen en knikken, om vervolgens weg te lopen. Ik kijk hoe haar gedaante steeds verder weg loopt.
Verwart schudt ik mijn hoofd. Begin ik nou gek te worden. In mijn achterhoofd hoor ik Clint al zeggen: Gek worden? Je bedoeld nog gekker worden.
Het kan ook gewoon zijn dat je ineens de aardige mensen op deze wereld tegenkomt die gewoon beleefd glimlachen. Niet dat zoiets ooit voorkwam in het leven dat ik de afgelopen jaren heb geleefd.

Wanneer ik bij de werknemers aankom, die je ticket scannen voordat je naar binnen mag, geef ik mijn ticket aan de man achter de balie. Ik glimlach naar hem en hij glimlacht terug, hoewel ook zijn ogen verschuil gaan achter zonnebril. ‘Raar.’ Denk ik in mezelf. ‘Volgens mij mogen dit soort mensen het nooit.’ De man glimlacht nog een keer.
‘Waar bent u van plan heen te gaan, mevrouw?’ Vraagt de man mij nieuwsgierig.
‘Tja, dat weet ik eigenlijk nog niet echt, zolang het maar weg is van hier.’ Zeg ik grinnikend. De man lacht terug, maar doordat hij aan het lachen is zakt zijn bril een beetje af. In plaats van “menselijke” ogen te zien, zie ik vel gele ogen met een zwart streep erin, zoals een kat.

Maar in mijn leven heb ik raardere dingen meegemaakt dus wanneer ik doorloop buig ik een beetje richting de man. ‘Uw zonnebril zit wat lager, uw ogen zijn zichtbaar voor andere.’ De man kijkt mij geschrokken aan en zet snel zijn bril weer goed op zijn neus. ‘Dankuwel, Celeste Braveheart.’

Wanneer ik iets verder weg ben hoor ik hem zachtjes wat mompelen maar veel kan ik er niet van verstaan. Alleen iets van, 'Weird ik zou toch echt zweren dat zij het niet was.’ De rest van het gemompel valt weg in het gekrijs van een kind.

Wanneer ik het vliegtuig instap staat daar een stewardess die naar mijn ticket kijkt en zegt: ‘Rechtdoor, die kant op.’ Terwijl ze met haar hand het vliegtuig in gebaard. Iets wat ik nog steeds verschrikkelijk onnodig vind. Ik bedoel: HET IS EEN LANGE TUBE. JE KAN NIET ECHT EEN ANDERE KANT OP. Het is nogal een soort van duidelijk waar je heen moet.

Desalniettemin loop ik toch rechtdoor die kant op totdat ik bij mijn stoel kom en ga zitten. Vlug haal ik mijn koptelefoon uit mijn rugzak en zet die op. Binnen no-time hoor ik alleen nog maar Johnny Cash en Imagine Dragons.

Reacties (1)

  • Hyacintho

    'A true friend will never forget the old friend.'


    STUCKY AFSCJEJBGWYIFJ

    ‘Steve?’ ‘Hmm, wat is er?’
    ‘Waarom heb je de hond Bucky genoemd?’ vraagt een nieuwsgierige Bucky. ‘Omdat het kan. Also kan je alsjeblieft anders gaan liggen? Mijn arm valt in slaap.’ Vraag ik hem.


    MY BABIES ASGYUDWIBF

    Nadat ik vier keer snel achter te klop word de deur opengedaan door een al wat oudere vrouw.


    Hudson yess!

    Verder een schoorsteenmantel die helemaal vol ligt en skelettenhoofd.


    Je weet dat dat een schedel heet, toch?

    Ik draai mij om naar Sherlock, die mij recht in de ogen aankijkt, zijn ogen even versmalt en zich dan naar de bank verplaatst en daar gaat liggen.


    Om de één of andere reden moest ik hierom lachen. Het is heel in character voor Sheryl.

    Oh als blikken konden doden, dan was die lange spaghettisliert, met sexy cheekbones, dood geweest.


    Meest accurate beschrijving ooit.

    Ik had heel misschien ervoor gezorgd dat een oude vriend de weg kon vinden naar Steve, maar dat terzijde.


    Wacht wat? Cellie heeft ervoor gezorgd dat Bucky bij Steve terechtkwam? Dit heb ik even gemist.

    ‘Eventjes, just so you know, ik ben geen Amerikaan. Ik werk weliswaar voor een in Amerika opgerichte organisatie, maar dat maakt mij verder niet meteen een Amerikaan John.


    Wat Is Celeste? Een Zoektocht Naar Haar Ware Identiteit.

    ‘Ja, de aan-knop zit aan de zijkant.’ Zegt Sherlock met een kleine glimlach op zijn gezicht./quote]

    Sassy Sherlock! I approve

    Er komt een melding voorbij van een nieuw lied van Halsey.


    *beukt de tafel omdat ze zo excited is* *begint Him & I te zingen*

    ‘You can’t just run around punching people you don’t like, Sherlock!’ Zucht ik terwijl ik met mijn arm een van de bewakers wegduw nadat hij mij los heeft gelaten.
    ‘Maar hij maakte racistische opmerkingen, Celeste.’ Roept Sherlock gefrustreerd terwijl hij over zijn wang streelt met zijn hand.


    Yes punch racists.

    ‘Dus hoe gaan we al dit bloed wegkrijgen Sherlock?’ Ik draai mij om naar Sherlock.


    Bloed kan je onder andere wegkrijgen met een goed stuk zeep of melk.

    ‘Zal ik doen.’ Klinkt zijn stem. En voor deze keer heb ik ook echt het gevoel dat Sherlock het zal zeggen. Normaal zou hij het als nutteloos beschouwen, maar misschien deze ene keer niet. 'En vergeet niet, zijn dood was niet jouw schuld.'


    Sherlock is een goed mens en John is een schat.

    Ik trek een wenkbrauw op als of te vragen wat er is. Het enige wat ze doet is glimlachen en knikken, om vervolgens weg te lopen. Ik kijk hoe haar gedaante steeds verder weg loopt.


    I ship them

    De man lacht terug, maar doordat hij aan het lachen is zakt zijn bril een beetje af. In plaats van “menselijke” ogen te zien, zie ik vel gele ogen met een zwart streep erin, zoals een kat.


    CROWLEY? Wat doet hij op een vliegveld? Vluchten laten vertragen? Maar dat kunnen we toch ook zonder demonen?



    Sorry dat dit niet zo'n heel lang is. Ik vond t wel heel leuk en ook aardig van je dat je dit doet (:









    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here