||Diana Cassandra Volturi

Ik voel een paar gloeiendhete vingers zachtjes over mijn voorhoofd en door mijn haren strijken. Mijn ijskoude huid lijkt te verschroeien onder zijn aanraking en mijn eerste instinct is om op te springen en de nek van de wolf om te draaien, maar ik doe het niet, want het is eeuwen geleden dat ik me zo kinds en comfortabel heb gevoeld.

      'Morgen mag je voor het eerst met je broer mee jagen,' zei mijn vader zachtjes. Hij zat naast me op een houtenstoel, terwijl de zesjarige ik onder dekens van schapenwol in mijn bedstee lag. Ik zit rechtop in mijn bed, klaar om te slapen. Mensen in die tijd geloofden nog dat als je plat zou gaan liggen, dat het bloed naar je hersenen zou stromen en dat je zou sterven. Ik geloofde dat ook.
      'Echt waar, vader?' vroeg ik bewonderend, mijn oren niet gelovend.
      'Als je vannacht goed slaapt en in de ochtend met je moeder langs de winkels gaat om boodschappen te doen, dan mag je in de middag met mij en Nathaniel gaan jagen,' beloofde mijn vader me. 'We hebben je immers niet voor niets naar de godin van de jacht en de maan vernoemd.'
      Mijn familie was een van de meest gewaardeerde en gerespecteerde families in het dorp. Als er iets kapot was of als de armen van het dorp niets te eten hadden, dan gingen mijn broer en vader snel nog wat jagen. Als er snel een jurk genaaid moest worden dan stond mijn moeder voor iedereen klaar en als er een zak suiker naar de boerin gebracht moest worden, wist ik niet hoe snel ik naar de markt moest rennen om het te halen. Vaak kreeg ik dan een kleinigheidje van de boerin of mocht ik meehelpen met het melken van de koeien.
      Maar ondanks dat ik alles had wat ik wilde, wilde ik zo graag een keer mee met jagen. Ik wilde graag een keer bij mijn broer en vader horen, in plaats van lapjes haken met mijn moeder. En nu mijn vader me dat beloofd had, leek mijn week niet meer kapot te gaan. En dat deed het ook niet.
      Zachtjes streek mijn vader mijn haren tot ik in slaap viel, dromend over hoe geweldig morgen zou worden.

      'Cass?'
      De stem van Paul klinkt zo dichtbij dat er rillingen over mijn rug kruipen en dat zelfs de kleinste haartjes in mijn nek omhoog krullen. Ik mag misschien dan wel geen kloppend hart hebben, maar mijn lichaam weet daar een weg omheen te vinden.
      Ik open mijn ogen en het eerste wat ik zie zijn Pauls bezorgde, donkerbruine poelen. Ik moet de glimlach die dreigt te ontstaan weg drukken en in plaats van een glimlach te laten zien, druk ik mijn wenkbrauwen in een frons.
      'Wat doe je hier, Paul?' vraag ik met opgetrokken wenkbrauwen. Ik sla de dekens van mijn lichaam en ben blij dat ik nog mijn gewone kleding aanheb.
      'Ik heb nog nooit een vampier weg zien vallen en dat verbaasde me en dus wilde ik kijken hoe het met je ging,' ratelt Paul, terwijl zijn ogen me volgen. Zijn ogen hebben een aparte uitstraling, alsof ik het kostbaarste dat hij ooit gezien heeft.
      'En daarvoor moest je aan mijn haren zitten?' vraag ik nonchalant, terwijl ik het helmteken van de Volturi over mijn losse haren doe. Het amulet weerkaatst het licht van het raam en met opgetrokken wenkbrauwen kijk ik over mijn schouder. Paul heeft zijn ogen gericht op zijn friemelende duimen en het lijkt er verdomd veel op dat hij bloost.
      Het lijkt er ook op dat de arrogante jongen van een week geleden nog steeds op vakantie is. En ik hoop dat hij voor altijd op vakantie blijft.

Reacties (2)

  • Chantilly

    Paul is echt te leuk zo 😍

    2 jaar geleden
  • Butterflygirl

    Aaawh mag ik er ook zo een hebben?

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here