Er klinkt een donderklap, die uitrolt over de hele vlakte. De grond beeft onder mijn voeten. Ik zet twee stappen opzij, modder en bloed spatten op. Een nieuwe bliksemschicht schiet door de gitzwarte hemel en laat een van de zeven drakenkoppen oplichten. Het regent te hard om te kunnen ontdekken of ze er nog allemaal aan zitten.
      ‘Voor de Alvader!’ brul ik. Mijn stem voelt rauw van het schreeuwen. Ik haal uit met mijn zwaard, dat afketst tegen stenen schubben. Tanden sluiten zich om mijn arm, dan verdwijnt de grond onder mijn voeten.
      Pijn, onnoemelijke pijn. Het monster laat me los en ik suis door de lucht. Mijn arm – mijn arm is eraf gerukt! Bloed gutst naar buiten, spat op mijn zusters die onder mij vechten. Er liggen lijken, lijken zo ver als het oog reikt. De stank van de dood verstikt me. Vreemd. Dat heeft hij nooit gedaan. Is dat omdat ik zelf stervende ben?
      Ik probeer met mijn vleugels te slaan, maar de pijn neemt iedere vorm van motoriek weg. Ik smak neer in de naar ijzer smakende blubber. Hijgend en huilend kruip ik weg, op zoek naar beschutting. Naar een plaats waar ik vredig kan sterven. Maar vrede is niet te vinden op een slagveld, waar duizenden helden sneuvelen en niemand hen naar hun laatste rustplaats zal begeleiden.
      Iemand knielt naast me neer. Het is een jonge vrouw, met ravenzwart haar en hemelsblauwe ogen die glimmen door de tranen. ‘Laat me je helpen, vrouwe.’ Ze houdt een gouden object in haar handen. ‘Blaas hier je laatste zucht in. Dan…’
      ‘Och zwijg, Deugniet!’ Woede laait in me op. ‘Dacht je werkelijk dat ik je niet zou herkennen?’ De pijn die mijn hart treft, is scherper dan die van mijn schouderstomp.
      De liefelijke glimlach verdwijnt en de gestalte verandert in die van de zwartharige god. Zijn gezicht ziet bleek en zijn ogen flitsen van de bloederige waterval naar mijn gezicht.
      ‘Je hebt me verraden. Je hebt iedereen verraden.’ Ik haal beverig adem. ‘Ik had het kunnen weten. Onbewust héb ik het altijd geweten.’
      Hij toont geen spottende glimlach, maar kijkt over zijn schouder. ‘Denk je dat dit mijn werk is?’
      ‘Natuurlijk… denk ik… dat.’
      Loki buigt zich over me heen en drukt zijn lippen tegen mijn voorhoofd. Vol onbegrip zoek ik naar zijn ogen. ‘Doe dat niet.’ Hij slaat zijn armen om me heen en een volgend moment bevinden we ons in een vredig veld. ‘Hier kun je sterven.’ Hij strijkt door mijn haren en staat dan op. Voor ik met mijn ogen kan knipperen, is hij verdwenen.
      Loki had mijn leven kunnen redden.
      Hij deed het niet.



Reacties (11)

  • Slice

    Oh gosh.
    Echt het enige wat ik uit kon brengen was een ademloze 'Oh my god'.

    2 jaar geleden
  • EvilDaughter

    Oh
    My
    God

    Ik ben een tijdje niet op Q geweest, ik vind dit verhaal. You swept me off my feet!!
    Oh my god, is alles wat ik kan zeggen.
    Ik ga snel verder lezen, en abonneren! En kudo, zeker weten kudo

    2 jaar geleden
    • Croweater

      Amina! I missed you! Good to see you back. <3

      2 jaar geleden
    • EvilDaughter

      I know ^_^

      2 jaar geleden
  • AmeranthaGaia

    Loki. Op dit moment haat ik je. En toch niet. En toch wel. Vooral wel. Je had haar moeten helpen.

    2 jaar geleden
  • Roundhouse

    Loki wat ben je toch een bitch, as usual. That's why we love you.

    Nou dit begint iig al geweldig! Ben benieuwd naar de rest *kuch* hint *kuch* snel verder *kuch*_O_

    2 jaar geleden
  • Butterflygirl

    Hoezo had ie hem kunnen redden? Hoezo deed ie dat niet? Was dit thors pov? Gaat ie dood? Neeee hij mag niet dood gaan. Wacht wie heeft dit geschreven niet Laleah want dan zou ze niet op haar eigen verhaal reageren *knippert verward*

    2 jaar geleden
    • Croweater

      Eeh ik heb dit geschreven? haha:P

      2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here