Foto bij H.56.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Ik... ik kan niet komen vanavond. Het... ik kan het niet halen.’ stamel ik.
‘Kun je vertellen waarom?’ vraagt James Grint.
‘Oké, goed.’ Nee.
Kort kijk ik naar Evan.
‘Oké. Ik... oké. Dankjewel voor het melden... denk ik.’ zegt hij, bijna net zo ongemakkelijk als ik me voel.
‘Ik-ik moet gaan.’
En ik hang op.
Bijna knijp ik mijn telefoon fijn en ik sluit mijn ogen. Opeens kan ik weer redelijk goed ademen - of ik ieder geval beter.
‘En...?’ vraagt Evan voorzichtig.
‘Gelukt.’ zeg ik ademloos.

We lopen verder naar huis en wanneer we bij mijn voordeur aankomen, zegt hij voor het eerst sinds het telefoongesprek is.
‘Ammay...’ zegt hij en ik kijk om,’ weet zij het? Dat jij...’
Ik voel mijn maag zich omdraaien.
‘Nee’, hoewel mijn stem niet vast genoemd kan worden, is het duidelijk dat het geen suggestie is,’ En dat blijft zo.’
Ik kijk hem recht in de ogen aan, verbaas mij erover dat ik dat überhaupt kan.
Hij knikt en zijn blik is zo zacht en begripvol dat ik mij afvraag waarom ik hem zo fel aankijk.
Soms haat ik dat hij zo veel een beter mens is dan ik.
Ik loop naar binnen, hoor een stoel schuiven.
Het is Ammay, in een reflex overeind schietend van de keukentafel.
‘Het is goed.’ en wil erachteraan zeggen dat ik het maar ben, naar Evan is er ook en ik weet niet precies hoe het over komt als ik “wij zijn het maar” zou zeggen.
Ammay ziet Evan en kijkt naar mij, haar blik zoekend naar goedkeuring.
Ik knik, ook al wil ik helemaal niet dat Ammay zou denken mijn toestemming te moeten vragen.
‘Hoi Evan.’ zegt ze en even was ik vergeten hoe schattig haar stem kon klinken.
Hij glimlach naar hem, pakt het perfect op, wat mij tot de pijnlijke realisatie brengt dat hij misschien wel veel beter met kinderen - en dus met Ammay - is dan ik.
‘Hey, Ammay. Zat je te tekenen?’
Ze knikt, glundert en pakt zijn hand vast.
Met kinderlijke, enthousiaste hobbelpasjes begeleid ze hem naar de tafel, opgewonden haar kunstwerken tentoonstellend.
Met een kleine glimlach kijk ik maar ze, loop ernaar toe.
Over zijn schouder kijk ik mee naar het papier.
Het is groen, met een kronkelende lijn door get midden, alsof het een rivier is, maar alleen is het met geel aan de zijkanten en wordt het steeds blauwer en donkerder naar het midden toe.
‘Wat is dat?’ vraagt Evan en trekt een stoel maar zich toe.
Ammay gaat ook op een stoel zitten, op haar knieën en over haar tekening heen gebogen.
‘Dat is de enchanted rivier in de Filipijnen.’ zegt ze trots.
Daar had ze het ook over op haar verjaardag.
Over hoe ze fotograaf wilt worden en de Enchanted river wilt fotograferen.
Kan ik er ooit voor zorgen dat die droom uitkomst?
Ze begint ijverig te vertellen over dat het heel diep is en dat er grotten zijn en nog veel meer.
Ik luister maar half, alsof het voelt dat dat moet, ook al heeft ze het helemaal niet tegen mij, lijkt ze me te zijn vergeten.
Misschien is dat maar beter ook, want wie wilt zich een moordenaar herinneren?

Reacties (3)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen