ROWAN CARLESTON



Rowan controleerde nog een keer of hij de klep goed dicht had gedaan, stapte in het vrachtwagentje, zwaaide nog een keer naar zijn ouders en vertrok. Het ging met een dubbel gevoel. Hij was echt wel enthousiast over zijn komende vakantie en over het weerzien van zijn vrienden, maar tegelijk wist hij dat hij hier nodig was. Een van de merries was de week ervoor bevallen en het veulen had hoge koorts. Rowan haatte het dat hij nu weg moest en de zorg uit handen zou geven, zelfs al zou hij telefonisch op de hoogte worden gehouden en wist hij ook wel dat het veulen in goede handen was. Hij wilde gewoon niet zo machteloos zijn.
Om zijn gedachten te verzetten zette hij de radio iets harder dan echt nodig was en zong uit volle borst mee. Met de camera die achterin zat en het scherm op het dashboard kon hij Kyri in de gaten houden. Niet dat hij bang was dat er iets zou gebeuren met de merrie die de trailer zo goed kende, maar het was toch fijn dat hij zeker kon zijn. Gelukkig had hij de wagen mee kunnen nemen. Op het bedrijf van zijn ouders hadden ze nog een tweede wagen staan en nog wat losse trailers, dus zelfs in nood was er iets. De wagen was nog een oude van voordat ze een automaat gehaald hadden, zodat ook hij ermee op weg kon. Met zijn kleine automaat-kever kon hij geen trailers trekken, en het was wel erg handig als hij ook gewoon paarden kon vervoeren, zeker als ze met spoed naar de kliniek zouden moeten.
De rit duurde lang, maar uiteindelijk zag hij dan toch de ingang van het kamp in zicht komen. Behendig parkeerde hij de wagen op een vrije plek en klom ietwat stijf uit de wagen, waarna hij zijn stok pakte. “Ik kom zo terug,” zei hij tegen zijn merrie, waarna hij op zoek ging naar iemand die hem kon wijzen waar Kyri mocht staan.
Al snel was alles geregeld en haalde hij de merrie op. Ze was goed opgevoed en gewend aan trailers, waardoor ze al snel lekker op stal aan wat hooi stond te knabbelen. Heel even bleef Rowan staan, tot hij zeker wist dat ze zich zou redden.
“Niet te veel mesten de komende twee weken, hè?” sprak hij af met de merrie. Hij kon simpelweg met zijn beperking geen kruiwagens duwen zonder immense pijn en dus niet uitmesten, maar om hulp vragen wilde hij ook niet doen. Daar was hij te koppig voor. Het zou dus nog interessant worden.
Toen draaide hij zich weer om en liep weer naar zijn wagen toe, zodat hij de ton met voer die hij meegebracht had voor Kyri’s stal kon gaan neerzetten. Al wist hij ook nog niet helemaal hoe hij dat zware ding ging verplaatsen. Maar dat zou hij wel bedenken zodra hij bij de wagen was.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here