Ik voel me vereerd dat er al mensen een abo genomen hebben zonder dat er zelfs maar een hoofdstuk online staat. Nu hoop ik wel dat het niet heel erg gaat tegenvallen :'D

"Kom dan, kleine wolf." Langzaam cirkelden Remus en Fenrir om elkaar heen. Remus hield zijn ogen op die van Fenrir gericht. Ogen vertelden meer dan iemand wilde. Ze vertelden wanneer een aanval alleen een schijnbeweging was en wanneer niet.
      "Durf je soms niet?" De woorden klonken uitdagend, maar Remus wachtte af. Hij wist ook dat Fenrir wilde dat hij als eerste in de aanval zou gaan. Een boze, bange aanval, dat was waar hij profijt uit zou halen. Remus wilde niet. Hij was niet zo sterk als Fenrir was en niet zo geoefend in het vechten. Hij had geen schijn van kans om deze arena levend te verlaten. Misschien moest hij zich nu overgeven en zou zijn einde dan nog enigszins pijnloos zijn. Maar zijn trots verbood hem dat. Hij wilde niet op zijn knieën vallen en smeken.
      Fenrirs mondhoeken krulden zich om in een spottende glimlach en onthulden hierbij de scherpe hoektanden. De maan was bijna vol en fluisterde tegen Remus om zich maar gewoon over te geven aan haar kracht. Hij moest zich gewoon laten veranderen en de controle verliezen. Hij durfde het niet. Hij had niet zo'n beheersing als Fenrir had en die ene keer in de maand dat hij geen controle had, beangstigde hem al, laat staan als hij er bewust voor koos. Hij was bang voor het monster dat hij was.
      Zonder verdere aankondiging viel Fenrir aan. Remus kon niet snel genoeg reageren en de kracht waarmee Fenrir tegen hem aanbotste, gooide hem op de grond. Hij rolde meteen door voor Fenrir de kans had van zijn kwetsbare positie gebruik te maken. Een grom rolde ongewild over zijn lippen terwijl hij zich klaarmaakte om de tweede aanval op te vangen.
      Die aanval liet echter op zich wachten. In plaats daarvan liep Fenrir naar de andere kant van de arena. Hij bukte zich en toen hij opstond had hij een lange ketting in zijn handen. Gezien de zorgvuldigheid waarmee Fenrir ermee om ging en zijn pogingen om de ketting alleen met zijn vingerloze handschoenen aan te raken, kon Remus wel raden waar de ketting van gemaakt was. Zilver.
      In paniek keek hij om zich heen. Als Fenrir een wapen had, had hij die ook nodig. Er was niks meer te vinden.
      Fenrir zwaaide de ketting boven zijn hoofd terwijl hij dichterbij kwam. Remus stapte achteruit tot hij met zijn rug tegen de muur stond. Hij kon geen kant meer op.
      "Wel, wel, wel. Speeltijd is over, kleine pup." De grijns op Fenrirs gezicht verried dat hij ook wist dat de strijd nu al besloten was voor hij goed en wel begonnen was. Hij haalde uit met de ketting en Remus kon nog net opzij duiken. Nog geen tien centimeter boven zijn hoofd sloegen de vonken van de plek waar de ketting de muur raakte.
      Hij krabbelde weer overeind. Zijn duik had hem geen enkele bewegingsruimte gegeven en toen hij net weer stond, sloeg de ketting om zijn been en haalde hem weer onderuit. Het contact met de ketting brandde en Remus moest zijn kiezen op elkaar klemmen om het niet uit te gillen van de pijn. Het was alsof hij leven verbrandde.
      Fenrir sleurde hem mee tot hij in het midden van de arena lag. "Klaar om te sterven?" vroeg Fenrir hem.
      Remus klemde zijn tanden op elkaar. Nooit, antwoordde hij met zijn ogen. Met twee handen pakte hij de ketting vast en trok met een flinke ruk Fenrir naar hem toe. De enige reden dat het werkte, was omdat Fenrir het verzet niet verwacht had. De ketting liet twee rode striemen op zijn handpalmen achter.
      Van de verwarring maakte Remus gebruik om zich los te maken en zich op Fenrir te storten. Tand tegen tand, klauw tegen klauw. Hij gaf zich over aan zijn instinct. Een pijnlijke kreet verliet zijn lippen toen Fenrirs klauwen zich in zijn zij boorden. Als antwoord zette hij zijn tanden in Fenrirs arm. De smaak van bloed vulde zijn mond.
      Achteruit springen. Arm van Fenrir opvangen. Uithalen. De wereld bestond alleen nog maar uit hem en Fenrir. Bloed stroomde uit verschillende wonden, maar ook Fenrir was niet ongedeerd. De woede was in elk van Fenrirs bewegingen te merken, nu Remus niet zo'n weerloze prooi was gebleken als hij leek. Ergens in de verte klonk het geroep van de mensen om hem heen, die om bloed riepen.
      Toch was Remus aan de verliezende hand. Zijn wonden speelden steeds meer op en zijn bewegingen werden steeds trager, waar Fenrir juist steeds meer gedreven werd. Remus moest zich terugtrekken. Langzaam maar zeker ging hij over tot de verdediging en niet meer de aanval. Zijn benen voelden loodzwaar. Het zweet stroomde over zijn voorhoofd en prikte in zijn ogen. Hij was verblind en toen hij weg wilde duiken voor weer een aanval van Fenrir, struikelde hij. Hij viel met zijn lichaam recht op de zilveren ketting.
      Hij probeerde nog overeind te komen, maar de voet van Fenrir duwde hem weer op de grond. De ketting brandde in zijn rug. Het was verlammend. Remus had nog nooit zoveel pijn ervaren. Elke zenuw in zijn lichaam leek zich alleen nog maar te richten op het zilver. Tranen van de pijn verschenen in zijn ogen. Zijn ademhaling was te hoog, van de inspanning, van de adrenaline en van de pijn. Zijn hart klopte te snel. Nog wel. Maar dat zou niet al te lang meer duren. Hij zou sterven.
      Hij had verloren.

Reacties (5)

  • Ravenmeisje

    Geweldig!

    2 jaar geleden
  • FireBrick6

    Ohmy...

    goed begin dit.

    2 jaar geleden
  • SPECS

    Was dit, hoe ben je hier op gekomen, jeetje zeg.

    2 jaar geleden
    • Necessity

      Is dat een goed of slecht teken? :'D

      2 jaar geleden
  • HopeMikaelson

    Die had ik niet aanzien komen O.o
    Echt goed geschreven!

    2 jaar geleden
  • lvnalovgood

    Ho, wow! Wat goed! Ik zit hier op het puntje van m'n stoel! Ik kijk al uit naar het volgende hoofdstuk:D

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here