Het weekend wordt denk ik mijn hoofdstukmomentje :')

Ergens ben ik best boos om dit hoofdstuk, want ik schreef het in januari als een uitgebreide draft en volgens mij heb ik me er te erg aan gehouden terwijl ik het herschreef, om het binnen de nieuwe verhaallijn te houden.. Ah wel, het past nog steeds, dus er is niets mis mee :o. Het zijn alleen veel woorden :')

      “De tijd van heer Ahote is aangebroken! Waarom vereren wij een vrouw die enkel en alleen neemt! Verwerp Aiyana en prijs de heer! Heer Ahote zal al uw wensen vervullen en daarvoor niks terug vragen! Waarom offert u dagelijks uw hardverdiende voedsel aan een godin die enkel de welvarenden steunt?! Hoort mij aan, broeders! Hoort mij aan en verwerp deze nepgodin voor een god die wél doet wat Hij belooft!”
      Een roodharig meisje keek vanuit de schaduwen toe hoe de kale man voor de tempel over de duistere god predikte. Zo nu en dan scheen er een zonnestraaltje tussen de sequoiabomen door, welke de sproetjes op haar wangen liet verschijnen in het korte licht. Ze moest hier niet zijn, niet met die bezeten man in de buurt.
      Het was de derde opeenvolgende dag waarop Ahote wederom een elf had bekeerd. Wederom was de 'gelukkige' een vaste inwoner van Aiyacoa, een man die al jarenlang zijn devotie tot de moedergodin had bewezen. En nu vereerde hij opeens de vijandige god.
      Een asblonde elfenjongen glipte samen met een aantal andere Aiyana-volgers de heilige tempel uit, hun ogen zoekend naar de bron van de commotie. Terwijl de groep de vreemde man aansprak en de wachters erbij begon te halen, snelde de jongen naar het meisje toe en pakte hij haar beet, “Verberg je, Aileen. Het laatste dat we willen is dat jij opnieuw met hen wordt geassocieerd, vooral nu de zomerfeesten weer beginnen en jij vaker afgezonderd van de rest bent.” De jongen trok haar snel achter zich terwijl de oproerkraaier door wachters tegen de grond werd gewerkt. Schaterend van het lachen probeerde de heiden zich los te wurmen, terwijl er meer opruiende woorden uit zijn mond klonken, “Wees niet bang, mijn broeders! Uw zielen zijn altijd veilig bij heer Ahote! U hoeft alleen bij nacht te bidden!”
      “Zwijg, slaaf van de duivelgod. Bespaar clanmoeder Wenona jouw profaans gezwets!”
      De hele stam keek toe hoe de oude schreeuwende man door de krijgers van het opperhoofd afgevoerd werd en Aileen zuchtte opgelucht toen hun ogen niet direct op haar werden gericht. De enkele seconden verbijstering gaven haar dan ook de kans om het gebeuren snel te ontvluchten, het gejuich van de joelende elfen achter haar vervagend.
      “Die aanhangers van Ahote duiken wel frequenter op, of niet? Denk je dat er een reden achter zit?” De elfenjongen holde al snel achter haar aan en probeerde een gesprek te starten om de spanning te laten verdwijnen, “Er zijn ook geen nieuwe leden bij onze stam gekomen, dat maakt het zelfs vreemder. Je zou denken dat er invloed van buitenaf moet zijn!”
      “Zolin!” Aileen zuchtte en drukte haar fronsende voorhoofd tegen de eerste beste grote rots die ze in het woud tegenkwam. Het koele gesteente gaf haar direct een verzachtend gevoel van binnen, waardoor ze de elfenjongen wat vriendelijker aan kon spreken. Zodra ze zich omdraaide, zag ze hem al staan met een stomme grijns op zijn gezicht. Door het rennen was zijn lichtkrullende haar al half uit zijn nette staart gevallen, iets waar hij later vast voor op zijn kop zou krijgen. Zijn olijfgroene ogen staarden speels doch scherp in de smaragdgroene van Aileen, de duale manier van observeren typerend voor de elfse jager. Hij stond duidelijk gereed om een van zijn ingestudeerde preken te geven, iets waar Aileen snel een stokje voor stak door haar keel te schrapen en haar armen over elkaar te slaan.
      Hoewel Zolin een uiterst slimme en meedogende jongen was, kon ze zijn naïeve hypocrisie soms niet uitstaan. Waaronder dus ook de duizenden gelovige verhaaltjes waarmee hij iedere gebeurtenis mee goed probeerde te praten. Met een zucht herinnerde ze hem waar haar plaats was binnen zijn geloof, “Zollie, alsjeblieft, bespaar me de preken. Ik moet thuis al de hele dag aanhoren dat mijn aanwezigheid deze cult geïnspireerd heeft en ik me meer op Aiyana moet richten. Maar ik mag mijn lichtceremonie niet eens uitvoeren zodat ik überhaupt een volger kan worden of de stad kan verlaten! Ik blijf voor altijd die ongewenste dochter van Ahote in het heilige Aiyacoa. Deze roddels helpen daar ook niet bepaald bij." Met een frons stapte ze een stap dichterbij en rustte ze haar handen op haar heupen, "Nee, meneer Zolin, ik weet niks van deze nieuwe cult af! Net als jullie allemaal! Stop met de gelovige praat, alsjeblieft.”
      “Sorry, dat probeerde ik niet te impliceren." Verontschuldigend haalde hij zijn schouders op en stak hij zijn handen omhoog in een poging tot overgave. Nu Aileens problemen duidelijk waren, glimlachte hij medelijdend en probeerde hij haar steun te offeren, "Ik weet zeker dat ze jou niet veroordelen voor die bezetenen, je was hier al járen voor de eerste verschijning van ze. Daarbij, alle levende wezens mogen vrouwe Aiyana volgen. Zelfs mensen! Het zal niet lang duren voordat Wenona je toestaat de tempel te betreden! De legende vertelt zelfs dat Ahote het grootste deel van zijn kracht kreeg doordat elfen vrouwe Aiyana verwierpen voor zijn macht, niet doordat de mensen hem aanbeden! Door de devotie van de slechte elfen kon hij nog meer verschrikkelijke wezens creëren!”
      “Jaja, ik weet het. En Aiyana strafte die ketters door ze te verblinden met een heilig licht dat ze bijna allemaal deed vergaan. Ze liet een kwart van het continent overstromen met water en verbande de overgebleven heiden naar de afgelegen eilanden. Dat ik zeg maar alsnog minderwaardig ben door de daden van vervloekte elfen klinkt eerlijk gezegd niet veel beter dan dat ik een afstammeling van een duistere god ben. Zeg maar.”
      “Mensen zijn geen slechte wezens, anders hadden jullie nu niet op deze wereld mogen bestaan. Vrouwe Aiyana is zachtaardig, maar ze treedt altijd op waar nodig! En je hebt tenslotte als mens al je boete betaald, want anders mocht je niet hier wonen…?” Op dit punt friemelde de jongen al aan de uitstekende plukjes van zijn paardenstaart, wetende dat hij Aileen toch niet kon overtuigen van het geloof dat haar benadeelde.
      “Kom op, Zolin!" Met een grom stampte Aileen op de grond en zuchtte ze gefrustreerd, "Ik zei dat je moest stoppen met preken! Je zegt dit ook alleen maar omdat je een priester van Aiyana bent. Je weet zelf dat de tempel alleen maar leugens verspreidt, waarom zouden ze anders iedereen die ook maar een beetje tegenspraak heeft uit deze stam laten arresteren? Doordat zij een fout heeft gemaakt in haar elfenkindertjes zit ik nu voor altijd in deze nederzetting opgesloten. Jij kan ten minste weg uit deze vreselijke gevangenis! Ik heb geen enkel plaatje van Aiyana op mijn lichaam staan om door dat lichtveld te komen!” Met een frons pulkte Aileen een steentje van de rots los, waarna ze het door de genoemde onzichtbare muur probeerde te gooien om haar punt te bewijzen.
      Zoals verwacht, kaatste het halverwege in de lucht weer terug. Het minuscule deukje in het veld herstelde zich al snel met een korte 'zoef'.
      Zolin sloeg zijn ogen neer en wreef uit respect zijn handen zo goed mogelijk over de vele tatoeages op zijn armen heen, hopend dat hij de gouden tekeningen daarmee genoeg kon verbergen. Als aankomende priester van Aiyana moest hij alle soorten plaatjes van de godin verzamelen voordat hij de tempel over kon nemen. Soms vergat hij dat Aileen dat soort privileges niet had. Dat zij geen rechten had om een gift van de godin te krijgen. Dat zij de nederzetting niet kon verlaten, hoe graag ze het ook wilde.
      “Weet je… die muur is door de beschermers geplaatst om de vijanden buiten te houden... Alleen zij die goed zijn in de ogen van Aiyana zouden van haar een gift mogen ontvangen en deze stad binnenkomen. Maar jij bent hier al, dus waarom zou je nog naar buiten willen? Zo heeft alles een reden,” begon hij stilletjes, “Ik bedoel, zelfs dat jij hier zit opgesloten! Misschien kun je nu nog niet door onze beschermmuur heen omdat je hier een of ander doel hebt, maar-” Zijn zin werd onderbroken door het geluid van een hoorn, waarna de goudkleurige tatoeages op zijn bovenarmen oplichtten. Met een lichte kreun zuchtte hij, waarna hij weer naar Aileen opkeek, “Sorry, het is tijd voor de jacht. Weet je, kom vanavond naar de tempel, bij zonsondergang, ik zal proberen mijn oom nogmaals over te halen. Ik zal je proberen te helpen, al kan ik niet meer doen dan dat... Moge Aiyana je leiden.”
      “...Moge Aiyana je leiden…” Aileen herhaalde de lege groet en keek toe hoe haar beste vriend terug naar het dorp rende. Opnieuw kreeg ze dezelfde verhalen te horen die ze ondertussen al kon dromen. Met een lichte zucht schudde ze haar hoofd en staarde ze naar wat vogeltjes in de bomen. Misschien was het wel beter dat ze nu ook richting huis vertrok, de jacht was voor iedereen gevaarlijk. Of, nou ja, voor iedereen die niet in de roedel zat.
      Iedere nacht, net voor het avondeten, moesten de gekozen jagers voor het vlees zorgen. Daarbij veranderden ze in woeste beesten, iets tussen wolven en beren in, omdat Aiyana schijnbaar besloot dat een succesvolle jacht eerlijk gebeurde. Wat dus zonder wapens betekende, maar wel in beestvorm.
      Rein vlees kwam van wilde dieren die dezelfde nacht nog waren geslacht. Dieren die onder de hand van de elfen waren opgegroeid, mochten niet gegeten worden, maar moesten bij hun dood aan Aiyana geofferd worden. Overig voedsel mocht alleen vanuit de eigen oogst komen, het verzamelen of eten van voedsel buiten de gebieden van de stam was niet toegestaan. Al het overschot van die dag mocht niet bewaard worden, maar moest ook aan Aiyana geofferd worden.
      Volgens Aileen waren die gebruiken echter ouderwets en droegen ze bij aan de toenemende honger tijdens de wintermaanden, omdat het niet toegestaan was om voedsel op te slaan of om het te verhandelen met andere landen en stammen. Iedere winter was de stad afhankelijk van de besluiten van de clanmoeder, soms verdwenen er hele families omdat ze besloten dat het systeem niet voor ze werkten.
      Aileen liet dit meerdere malen ook horen, hopende dat dat haar een reden gaf om de stad te mogen verlaten. De bevolking schreef haar mening echter af als het onnozele gezwets van een buitenstaander die eerst maar moest leren hoe hun religie in elkaar zat, ook al leefde het mensenmeisje al heel haar leven binnen de magische muren van de stad en zag ze hoeveel het constante offeren van de elfen vergde. Die vreemde bewondering voor de plaatselijke cultuur zou dan ook vast vanuit de tempel komen, waar Aileen als mens dus niet werd toegelaten.

      Het duurde niet lang voordat Aileen de buitengrenzen van de nederzetting weer bereikte. Het geluid van de jachttrommels drong al tot ver in het woud door. Deze trommelmuziek werd gebruikt om andere elfenstammen ervan te waarschuwen dat er een jacht in dat gebied aan de gang was, kort samengevat: ‘ga snel naar huis, anders eten onze jagers jullie op’. Snel haastte Aileen zich dus richting het centrum van het dorp, het opjagende geluid van de drums steeds harder in haar oren klinkend.
      “Aileen!” Een hand greep haar plotseling bij haar pols en ze draaide zich geschrokken om om een ander bekend gezicht te vinden, “Waar was je?! De jacht is al een tijdje bezig, wat als het stamhoofd je had gezien?! Nee, erger nog, wat als de roedel je had gevonden?!”
      “Saelsia....” Aileen zuchtte opgelucht toen ze zag dat het alleen maar haar huisgenootje was, “Sorry, ik was met Zolin toen de jacht van start ging. Ik wilde hem wat tijd geven zodat hij niet tegelijkertijd met mij in de stad aankwam, maar ik had de tijd een beetje verkeerd ingeschat.”
      Door het noemen van de blonde elf, verscheen er een blos over Saelsia's wangen die ze met een ondeugende grijns achter haar handen verbergde, “Ah, onze knappe Zolin, hè? Dit is wat? De zevende keer al deze maand? Geen zorgen, ik zal niks over je zoveelste mysterieuze afspraak in de wilde bossen vertellen aan de zusters… mits je met me danst!” Direct kwam de grijns weer uit haar handen tevoorschijn en Aileen wist dat ze al in de val gelopen was, “Oh, nee, vertel ze alsjeblieft niet over mijn geheime wilde avonturen met de priesterzoon!” Met een lach duwde ze Saelsia van haar af, maar toen pakte ze het zwartharige elfenmeisje bij haar handen en begonnen ze samen aan de traditionele jachtdans. Het minste dat ze kon doen, was om haar vriendin tevreden te stellen op een avond waarop ze anders toch niks mocht doen.
      Lachend bewoog Saelsia haar heupen op het ritme van de drums, de uitgeholde kalebas met kiezelstenen rammelend aan haar riem. Haar blote voeten stampten enthousiast op de grond, de gouden tekeningen op haar benen oplichtend toen ze Aileens handen losliet en in plaats daarvan begon te klappen.
      Met een glimlach keek Aileen toe hoe haar huisgenootje opging in de muziek. Saelsia had tijdens haar lichtceremonie de gave van ritme en dans gekregen. Een gift die ze als aspirerend sjamaan goed kon gebruiken. Haar dans en het ritmische geratel van haar instrumenten kon zelfs de meest onrustige zielen vredig krijgen. Het duurde dan ook niet snel voordat ze een heel publiek verzameld had.
      Toen de groep toeschouwers echter iets opvallender werd in het aanmoedigen van Saelsia, begon Aileen zich toch wel weer afgezonderd van de rest te voelen. Een aantal andere elfen met gelijke tekeningen op hun benen sloten zich onaangekondigd bij haar huisgenoot aan, waarna ze met het groepje een zegeningsritueel begon te simuleren. Hun voeten bestreken de aarde en het was bijna hypnotiserend om de verschillende belletjes en rammelaars door elkaar te horen terwijl de aarde nieuw leven werd ingeblazen. Met een simpele handbeweging omhoog en een korte heupbeweging groeiden er al kleine bloemetjes tussen de dansers door, waardoor hun publiek begon te juichen.
      Aileen besloot wat afstand van de menigte te nemen nu ze er een beetje stom bij stond, maar toen ze van het groepje ontsnapte, stond ze recht tegenover de drummers met hun getatoeëerde onderarmen. Ze grinnikten naar elkaar en begonnen gesprekken terwijl ze enthousiast op de trommels bleven slaan, hun gift van muziek deed bijna alles voor hen.
      Rond het grote vuur begonnen de elfen met getatoeëerde handen al aan de marinade voor het vlees, hun gift was van het koken. De elfen met de gave van alchemie kwamen al met extra kruiden aanzetten, zij konden met hun zintuigen waarnemen welke planten waarvoor geschikt waren. Al met al had iedereen dus zijn eigen dingetje, behalve Aileen zelf, omdat zij als mens de heilige tempel niet mocht betreden en de oppergodin dus niet om een gift mocht vragen.
      Ze besloot nog net niet het stadsplein te verlaten, want in de verte klonken de zware voetstappen van de groep jagers al. Met een enorme snelheid kwam de roedel de binnenplaats opgerend, waarna het goudharige beest voorop een luid gehuil liet horen en vervolgens terug in Zolin veranderde. Op zijn gezicht verscheen een trotse grijns toen hij en zijn volgelingen hun vangsten lieten zien: vier hele bizons. Zoals altijd kwam zijn oom, de huidige hoogpriester, naar hem toe om hem te zegenen wegens zijn daden voor het dorp. Grinnikend boog Zolin voor hem en ontblootte hij zijn bovenlichaam om zijn verzameling aan tatoeages te tonen aan de feestgangers. Nadat hij zijn welverdiende applaus had ontvangen, bond hij zijn lange haar opnieuw in een losse staart en maakte hij zich gereed voor zijn kleine toespraak.
      Zolin was de laatste bloedverwant van de priesterfamilie en moest daarom in zijn ooms voetstappen treden. Zijn enige doel was om de tempel te onderhouden en op den duur alle mogelijke giften te krijgen, zodat hij de positie van priester echt mocht claimen. Voor nu had hij nog een keuze in wat hij als baan wilde doen, en voor hem was dat het jagen op voedsel. Het duurde dan ook niet lang voordat hij de leider van de roedel werd, zijn meerdere giften zorgden er gewoon voor dat hij tot alles in staat was.
      “Wij danken deze avond vrouwe Aiyana voor haar geschenken. Door haar giften aan ons volk zijn wij in staat om keer op keer weer van deze maaltijden te genieten. Moge Aiyana ons leiden!”
      “Moge Aiyana ons leiden!”

      Het duurde niet lang voordat iedereen zijn portie op had en er nog een hele hoop eten op de tafels lag. Zoals gewoonlijk, liepen de drummers terug naar naar hun trommels en begonnen ze erop te slaan. Dit keer klonk het gedrum zachter dan voor het eten en het tempo lag ook een stuk lager. De oppersjamaan opende het gezang en al snel voegden de overige sjamanen zich bij het koor, inclusief Saelsia, hun klappers en rammelaars meebewegend met de drums. De tekst die ze zongen was deel van een eeuwenoude traditie, een taal die niet meer gesproken werd, en alleen de sjamanen kenden deze klanken uit hun hoofd. Door hun gift vloeiden de onbekende woorden uit hun monden. Aan de andere kant van het plein pakten nog wat muzikanten hun fluiten tevoorschijn, waarmee ze de muziek afmaakten.
      De fakkels richting de tempel werden aangestoken, waardoor de enorme uitgeholde mammoetboom volledig verlicht werd. Zolins oom liep op het ritme richting de tempel, de rest van de bevolking volgde hem met hun overgebleven etensresten, klaar om deze aan Aiyana te offeren. Met een verontschuldigende glimlach nam Zolin Aileens resten aan, wetende dat zij ze niet zelf naar Aiyana mocht brengen. Zodra hij de stoet bij was, begon hij met ze mee te hobbelen, vrolijk babbelend over het goede avondmaal. Als toekomstige priester mocht hij namelijk niet echt met mensen omgaan, uit vrees dat hij bekeerd zou worden, maar de overige elfen vonden het anders wel fantastisch dat hij zich opofferde om Aileens deel van het ritueel op zich te nemen. Wisten zij veel dat Aileen en Zolin al jarenlange vrienden waren.

      Er gingen heel wat uren voorbij voordat het ritueel afgelopen was en de zon echt onder begon te gaan. Zolin had zoals altijd een geweldige tijd uitgekozen om op af te spreken, maar Aileen snapte dat ze moeilijk in het daglicht de tempel binnen kon sluipen. Ongemakkelijk buiten staan was anderzijds ook niet echt Aileens sterkste punt, maar als ze nu terug naar haar tehuis was gegaan, kon ze diezelfde nacht waarschijnlijk niet meer ongezien naar buiten glippen.
      Langzaam aan ging iedereen terug naar huis en raakte het plein leeg, waardoor Aileen achterbleef met de twee laatste brandende fakkels voor de tempelingang. Bijna besloot ze alsnog terug naar haar bedje te gaan, maar toen kwam Zolin met een glimlach uit de borduurde gordijnen gestapt, zijn hand naar Aileen uitgestrekt, “Snel, nu niemand je kan zien!”

Reacties (1)

  • Slughorn

    Oeh spannend.
    Mooi geschreven stuk. Ik vind de elven nu al fantastisch beschreven, heel gaaf ^^

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen