Oh ja, pacing is zo'n ding dat je of wel of niet hebt.

En bluh, dagje vroeger, aangezien ik het weekend nu volgepland heb met huiswerk dat ik vandaag moest maken, en ik dit hoofdstuk uit uitstelgedrag net nog heb herschreven :')))

      "Welkom, Aileen." Zolins oom glimlachte vriendelijk naar het verraste meisje, een onbekende emotie zichtbaar in zijn donkergroene ogen. Hij stapte opzij zodat het meisje de welkomstruimte binnen kon stappen en stak twee stokjes wierook op naast de ingang. Terwijl hij het doek achterin de ruimte opzij schoof om de tunnel naar de heilige ruimte te openen, was er in zijn uitademing een stiekeme zucht te horen, "Normaal houden we geen lichtceremonies voor buitenstaanders, maar Zolin wilde maar niet ophouden met zeuren. Ik zal dit maar afschrijven als een poging om zijn ervaring te testen."
      "Kom met me mee, Aileen." Zolin pakte enthousiast haar hand beet en trok haar achteloos mee de donkere gang in. Eventjes moest Aileen wennen aan de duisternis in de tunnel, maar toen drukte Zolin zijn hand tegen de muur en liet hij een tatoeage op zijn pols oplichten, waardoor de wortels van de grote boom verschoven en er miljoenen vuurvliegjes uit de vrijgekomen holtes kropen. De elfenjongen lachte door Aileens verschrikte reactie, maar leidde haar nochtans door de neerwaartse tunnel ondergronds.
      "Je hebt jammer genoeg geen traditionele achtergrondmuziek zoals de rest van de stamleden, maar ik kon het niet riskeren om anderen hiervan op de hoogte te brengen… Nou ja, in ieder geval heb ik al de gift om levende materie te betoveren! Deze gangen zijn een stuk minder leuk zonder die vuurvliegjes namelijk. Ah, ik hoop dat je ook bij de jacht mag komen, dan durft niemand meer iets slechts over je te zeggen. Of misschien mag je bij de wijsgeren, dat lijkt me wel grappig, dan kunnen we samen in de oude bibliotheek neuzen. Of misschien word je een kok...? Nee, krijger is denk ik meer wat voor jou! Oh, toen vrouwe Aiyana me gisteren aansprak tijdens mijn gebedsronde klonk ze erg enthousiast over je. Ze vroeg me zelfs of ik jou hierheen kon brengen! Nou ja, eigenlijk vroeg ze dat al een paar keer. Mijn oom zei in het begin dat het geen goed idee was, maar je kent me! Hopelijk krijg je een goede gave!"
      "Zeg, ben je altijd zo informeel als je een ceremonie uitvoert?", grapte Aileen opeens, waardoor Zolin even van zijn à propos raakte en rood werd. Zijn mond ging open en dicht zonder geluid en hij knipperde onthutst door haar opmerking. Het duurde dan ook eventjes voordat hij zich weer hersteld had, waarna hij de stilte met een ongemakkelijke lach weer doorbrak, "Hé, geef mij ook wat waardering. Het is niet iedere dag dat ik iemand illegaal een heilige tempel in smokkel! Het is dat mijn oom na de tiende keer opgaf met nee zeggen..."
      "Ik weet het, Zollie. Echt enorm bedankt hiervoor. Ik kan niet wachten tot ik hier weg ben." Met een lichte glimlach stapte Aileen door, de kronkelende wortels van de heilige boom openden het pad voor haar met iedere stap die ze maakte. Plotseling stopten ze echter en bleven ze als een muur voor haar stil staan. Verward draaide Aileen zich om, maar Zolin keek haar alleen perplex aan, "Ik doe dit zodat je juist bij de stam hoort, Leen, niet zodat je weg kunt lopen. Ik leg hiermee een enorme verantwoordelijkheid bij mezelf af, ik wil niet dat er hierna iets met je gebeurt..."
      "Sorry." Verontschuldigend wreef Aileen over haar eigen bovenarm, "Ik weet dat ik je gulheid niet moet misbruiken, maar ik weet niet of ik met Aiyana’s gift wél geaccepteerd wordt. Ook al droeg een godin het je op, wat zou de clanmoeder ervan vinden? Als ik de stam verlaat is dat beter voor iedereen… Ik wil niet dat jij mijn fouten op je blijft nemen terwijl ik het probleem ben."
      "Hier, het offer," mompelde Zolin zachtjes terwijl hij een rieten mand met appels aan Aileen gaf, het huidige onderwerp ontwijkend. Met een zucht plaatste hij zijn hand weer op de muur van wortels, "In het midden van de zaal staat het standbeeld van vrouwe Aiyana. Leg het fruit in de zilveren schaal en bid. De rest gaat vanzelf. Ik hoop echt dat je bij een van de groepen zal horen..."
      "We zullen zien…" Aileen moest haar schuldgevoel onderdrukken toen Zolin de wortels weer opende en ze zonder iets te zeggen weer achter haar sloot. Ze vergat steeds dat achter Zolins zelfopoffering vaak meer schuilde, de elfenjongen nam iedere taak en de uitkomst daarvan persoonlijk op. Ondanks het feit dat hij nog geen echte priester was, moest hij al veel verantwoording op zich nemen om zijn imago te kunnen behouden.
      Aileen daartegen had eigenlijk geen taken die ze binnen de stad geacht werd te voltooien. Sterker nog, haar imago kon op dit punt alleen maar verbeterd worden. Met een zucht stapte ze de heilige ruimte maar binnen en naderde ze het standbeeld. De zilveren schaal die Zolin noemde was wat contrasterend tegenover de grandioze houten versie van de almachtige godin, maar wie was Aileen om daar nou over te oordelen. Hoewel het lichaam van Aiyana uit slordige in elkaar vergroeide wortels leek te bestaan, waren de details van haar gezicht zorgvuldig in het hout gesneden. In haar handen hield ze de zon, waarvan de boomschors was gestript zodat het op een ware lichtbol leek tegenover de rest van de duistere ruimte.
      Een tikkeltje ongemakkelijk knielde Aileen voor het standbeeld neer en keek ze naar de stille vrouw die plechtig voor zich bleef uitstaren. Één voor één plaatste ze de appels in de schaal en sloot ze haar ogen, hopende dat er dan iets zou gebeuren. Bidden was niet echt Aileens sterkste punt, aangezien ze nooit eerder de tempel binnen was gekomen.
      Eventjes leek het ook alsof het allemaal tevergeefs was, maar toen voelde ze zichzelf opeens vederlicht worden, alsof ze al slapend opsteeg, waarna er een zachte stem door haar hoofd galmde, "Het is een tijd geleden sinds ik een mens in mijn heiligdom gezien heb."
      Een beetje angstig opende Aileen haar ogen, maar de prachtige gedaante voor haar leek alles behalve verwijtend. Aiyana verscheen in een ruimte vol licht, met een zachte glimlach omlijst door haar gouden haar. Honderden tatoeages sierden haar lichaam, hun goudgele kleur contrasterend met haar diepblauwe ogen. Ze leek werkelijk verrast door het bezoek van het mensenmeisje, alsof ze haar niet verwacht had.
      Snel trok Aileen haar mond open om haar excuses aan te bieden voor haar plotselinge verschijning, maar Aiyana hield haar hand omhoog, waardoor het onmogelijk werd om ook maar één geluid te produceren in de felle leegte om hen heen.
      "Geen zorgen, ik heb de jonge Zolin al meerdere malen gevraagd om je hier te brengen... Welkom in mijn heiligdom, mensendochter, de priesterzoon vertelt mij vaak over je, maar stiekem houd ik zelf ook een oogje in het zeil." Met een knip van haar vinger liet de godin de witte ruimte in het stadsplein van Aiyacoa veranderen. Uit wazige wolken manifesteerden zich de bewoners van de stad, bezig met hun alledaagse dingen, alsof de godin hen werkelijk naar buiten had getransporteerd. Aileen keek alleen geïntrigeerd toe zodra ze haar jongere zelf in de schaduwen spotte. Dit was een gebeurtenis uit het verleden, waar Aileen in haar eentje buiten bleef terwijl de andere kinderen naar de tempel renden voor hun scholing.
      Aiyana zuchtte medelijdend en gebaarde naar de menigte, "Ik heb je zien lijden, van kleins af aan ben je nooit behandeld zoals ik ze heb opgedragen. Verontschuldig je niet voor je afkomst, het is mijn fout dat ze nooit gestopt heb."
      "Waarom ik?" Voorzichtig krabbelde Aileen van de grond en keek ze de godin vragend aan, "Het... is niet logisch, waarom moest ik tussen de elfen leven?"
      "Dat zijn vragen die ik niet mag beantwoorden, daar ik het lot niet wil veranderen..." De vrouw glimlachte en liep met zorgvuldige pasjes naar haar toe, "Echter kan ik wel je helpen dat pad zelf te begaan, ik zal je een passende gift geven in ruil voor je diensten. Jouw vuurrode haar heeft een eervolle geschiedenis van trouw en broederschap. Je volgt opgedragen taken oprecht..." Haar golvende gouden haar leek gewichtloos in de lichte ruimte en hoewel ze een erg elfs uiterlijk had, was er toch iets bovennatuurlijks aan haar. Sierlijk bukte ze om het mensenmeisje van dichtbij aan te kijken, waarna de godin Aileens kin lichtjes omhoog tilde en een kus op haar ooglid drukte, "Ik bied je bescherming tegen de leugens die je vreest en zal je daarbij over de juiste paden leiden. Je zult altijd de waarheid zien en zelfs de krachtigste spreuk zal je niet kunnen verleiden. Dit is mijn gift van zicht. Ik hoop dat je visioenen je zullen brengen naar het lot dat op je wacht. Vergeet niet open te staan voor de boodschappen die ik breng, mensendochter, nee, Aileen. We spreken elkaar bij nacht."
      Liefjes wreef Aiyana nog over haar wang en begon ze te vervagen, waardoor Aileen een beetje licht in haar hoofd werd en zichzelf voelde vallen. Plotseling werd ze zich erg bewust van het gewicht van haar lichaam en opende ze haar ogen opnieuw, waarna ze weer oog in oog stond met het houten standbeeld van Aiyana, nu met een lege schaal aan haar voeten. De ontmoeting met een godin had haar in een verbijsterde toestand achtergelaten, maar zodra ze zich weer hersteld had, begon ze haar hele lichaam te inspecteren. Ze had een gift gekregen, dus ze moest nu ergens zo'n duidelijk gouden plaatje hebben.
      "Wat...?", mompelde Aileen zachtjes tegen haarzelf, want er was geen enkel spikkeltje goud op haar lichaam te vinden. Het was ook niet alsof die symbolen erg klein en subtiel waren, bij anderen zag ze ze makkelijk van ver af.
      "Aileen?" Zolins stem klonk door de zaal, waarna hij naast de roodharige neerplofte en zijn hand op haar schouder legde, "Waarom kijk je zo geschrokken? Gaat het? Voor de meeste elfen voelt het ritueel alleen vreemd aan, maar ik weet niet hoe het met mensen is… Ik kan een geruststellend drankje voor je maken."
      "Zolin… Ik heb geloof ik geen symbool ontvangen." Aileen wreef teleurgesteld over haar blote armen en benen, maar Zolin lachte en pakte enthousiast de zilveren schaal op om hem als spiegel te gebruiken. Haar reflectie had een uitbundig plaatje rondom haar rechteroog, een soort gouden spiraal van lianen die om haar oog heen krulden.
      "Aileen, wees eens trots op jezelf! Je bent een ziener. Het is een van de zeldzaamste giften om te krijgen! Mijn oom was de laatste om die gave te krijgen, maar zelfs hij kan nog maar zelden visioenen ontvangen."
      "Wow…" Ze raakte de tatoeage voorzichtig aan, alsof hij met de kleinste aanraking al weggeveegd kon worden. Met een grijns legde Zolin de schaal weer weg en trok hij haar overeind, "Dit is geweldig! We moeten dit aan mijn oom laten zien!"

      De terugtocht van de binnenzaal naar de ingang van de tempel was een stuk sneller dan de heenweg, maar dat kwam vooral door Zolins dolgelukkige sprintje. Ergens was de onnatuurlijke snelheid waarmee de wortels zich nu openden en sloten best griezelig, maar Zolins enthousiasme bleek zo aanstekelijk dat zelfs de planten zijn energie overnamen. Zodra zijn oom in zicht was, wilde hij al meteen over Aileens gift praten, maar de priester keek een stuk minder vrolijk dan zijn neefje. Direct hield Zolin zijn mond en verdween de glimlach van zijn gezicht, waarna zijn oom voorzichtig over Aileens tatoeage wreef en zuchtte, "Natuurlijk wilde ze van haar een ziener maken… Ik wist dat dit zou gebeuren. Vrouwe Aiyana heeft me meerdere malen verzocht om Aileen naar de tempel te brengen. Toen ze het jou vroeg, hoopte ik dat ze het idee opzij had gezet. Ik had op mijn visioen moeten rekenen en haar niet naar binnen moeten laten…"
      "Wat bedoelt u, oom?" Zolin keek verward op en trok voorzichtig zijn mond open, "Er zijn bijna geen zieners in onze nederzetting, we kunnen haar gift nodig gebruiken!"
      "Er is een reden dat er geen zieners in deze nederzetting meer zijn. Er is een reden dat ik keer op keer bid naar vrouwe Aiyana en haar smeek om jou het lot te besparen. Zieners kunnen alleen de waarheid zien, Zolin, en sommige dingen kunnen beter verzwegen blijven, vooral voor… de ogen van buitenstaanders die niks met deze stad te maken hebben. Dit had niet moeten gebeuren! We zijn er nog niet klaar voor! Lidrone is hier nog niet klaar voor! Wat is vrouwe Aiyana van plan..." De priester drukte gestrest zijn hand tegen zijn voorhoofd en ijsbeerde door de tempel voordat hij in een kastje graaide en een lapje stof over Aileens oog bond, "Verberg het, op z'n minst totdat je hier weg bent. Je bent hier nooit geweest. Als ze zien dat jij het zicht hebt, kan het alleen maar slechter met je aflopen."
      "Oom?" Geschrokken keek Zolin naar het gebeuren, waardoor de priester opnieuw zuchtte en zijn hand op Zolins schouder legde, "Zolin. Het is aan jou om Aileen morgen zo ver mogelijk van de grens vandaan te brengen. Zorg ervoor dat niemand jullie ziet, ik reken op jouw kracht. Jij bent de enige die ik hiermee kan vertrouwen. Vrouwe Aiyana heeft besloten dat Aileen deze gave krijgt, nu is het aan ons om ervoor te zorgen dat ze hem behoudt. Ik zal doen wat ze al maanden van mij vraagt. De stamoudsten zullen dit niet leuk vinden, maar het zij zo. Zodra de zon opkomt, moeten jullie hier weg zijn. Ik zal de ochtendpatrouilles tegenhouden om jullie genoeg tijd te geven. Vertrek richting Caerulon, waar geen enkele god heerst. Jullie zullen daar het veiligst zijn. Probeer een rondreizend circus te vinden. Een oude vriend van me werkt daar onder de naam 'Orchis'. Ik kan niet meer zeggen, maar hij kan jullie alles vertellen, hij weet je te helpen! Kom niet terug voordat je hem gesproken hebt, alsjeblieft..."
      De plotselinge vijandigheid tegenover haar gift kwam als een overrompeling voor Aileen, maar ook Zolin stond met een mond vol tanden. Hij keek zijn oom nog eenmaal in de ogen in de hoop dat hij het gebeuren gedroomd had, maar nadat hij zijn strenge blik ontmoette, sloeg hij zijn ogen neer en mompelde hij moedeloos in zichzelf, "Nou, de grond van de boodschap is duidelijk genoeg. Laat ik dan maar mijn knapzakje inpakken, hè? Jij ook, Aileen, ik zal je morgenochtend wel ophalen…"
      "Haha…" Aileen forceerde een glimlach en kon het niet laten om te grinniken. Een koude rilling liep over Zolins rug toen ze nonchalant haar schouders ophaalde, "Dus, dat is hoe het is. Misschien komen wensen dus toch uit als je ze tegen Aiyana fluistert. Maak je geen zorgen, Zollie, ik ruim mezelf wel op. Het lijkt erop dat ik hier nu helemaal niet meer welkom ben. Precies zoals verwacht!"
      "Aileen, luister."
      Voordat ze de tempel uit kon stappen, hield Zolins oom haar nog tegen, "Dit is niet persoonlijk bedoeld, maar er zijn risico’s die ik gewoon niet kan nemen. Jouw gave is deels ook onze verantwoording, omdat ik Zolin toestemming heb gegeven om je mee te nemen, tegen alle regels in. Door je tijdig weg te sturen, zet ik mijn leven op het spel in plaats van dat van jullie. Ik kan niet teveel informatie verstrekken, zelf weet ik ook niet wat er allemaal speelt, maar ik weet dat de wil van vrouwe Aiyana ver boven dat van welke leider dan ook staat. Je weet dat je niet van hier bent, Aileen, en hoewel ik weet dat er belangrijke redenen zijn om jou in ‘ons’ bezit te hebben, laat ik je toch gaan. Ik hoop dat je een plekje op deze wereld kunt vinden en ik hoop dat je zeker op bezoek komt zodra deze religieuze conflicten voorbij zijn."
      "Broeder Falking…" Aileen beet zachtjes op haar lip om haar verdriet niet te laten zien, maar Zolin sloeg als troost al een arm om haar heen, zijn aanmoedigende woorden geforceerd maar oprecht, "Maak je geen zorgen, Leentje, ik zal ervoor zorgen dat je veilig in Caerulon aan zult komen. Ik ben niet voor niks de beste krijger van Aiyacoa! En weet je… dan kan ik eindelijk ook iets anders zien dan de zoveel honderd meter oerwoud rond ons dorp. Een avontuur klinkt niet slecht, en ik heb gehoord dat ze in Caerulon heerlijk kunnen koken!"
      "Ik heb met mijn gift gezien hoe deze situatie uitpakt, Aileen, en ik weet dat dit de beste keuze voor jullie twee is, ook al is het naar mijn mening altijd nog te vroeg... Ik was erg egoïstisch om dit moment zo ver uit te stellen. Wellicht word ikzelf ook door deze stoffige stad opgeslokt. Het is tijd dat jullie aan datzelfde lot ontsnappen."
      "Begrepen, broeder... Het is niet anders… Vaarwel." Met een spijtige glimlach keek ze nog naar Zolin, "Ik neem aan dat ik je morgen bij mijn stressrots zie."
      "Oude gewoonte, hè?" Ongemakkelijk glimlachte de jongen terug, waarna de twee vrienden somber afscheid namen om hun tassen in te pakken.

Reacties (2)

  • Fenrys

    In plaats van een "wat leuk dat je een gave hebt!!" een "direct de stad uit jij" krijgen is ook wat. Ik had die man echt een klap gegeven, lol.

    7 maanden geleden
  • Slughorn

    Hahaha, ik vind het zo grappig dat hij zo enthousiast is. Hij is gewoon bijna aan het brabbelen.
    Nawh, en ik vind hem best een beetje zielig als ze zegt: "Nu kan ik weg!"

    Je zult altijd de waarheid zien

    Oei, maar de waarheid kan ook veel pijn doen...
    Ben benieuwd waar dit allemaal naar leidt. Er klopt dus iets niet aan die perfecte stad...

    9 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen