||Nymphadora ELoise ULey.

De schemering begon in te zetten, als ik naar de stand van de zon keek, zaten we tegen de avond aan. Het antwoord wat mijn maag al gaf, deed mij sneller doen stappen. Springend over een struik, duikend voor een tak, stapte ik door het bos. Ik had het vandaag, ondanks ik alleen was, reuze naar mijn zin gehad.
Miste het meisje met haar tale: Ariël, en ik had ergens wel gehoopt haar weer te zien.
Miste op de duur, toch de sociale contacten, Seth en Leah lieten me een beetje links liggen, trokken maar weinig van mij aan.
Hier in La-Push, had ik niet zoveel aanspraak, de meeste waren ouder of vele malen jonger dan dat ik was.
Maar vervelen zou ik mij niet zomaar doen, ik had mijn sprookjesboek, en de beek waarin ik mij uren en uren in kon vermaken. Zolang het mooi weer bleef hier in La-Push, het niet zou gaan regenen, wat het best wel vaak deed, was ik voor zo ver gelukkig.
Meerdere roepende stemmen vulde mijn gehoor.
Ik fronste mijn wenkbrauwen op, keek rond mij, was nog steeds in het bos. De grens van het dorp was nog maar een klein stukje lopen, ik begon te rennen, sprong over bosjes, stenen en een oude boom. Waarbij ik links afboog en weer een stukje rechtdoor begon te rennen. De roepende stemmen, het leken wel jongens stemmen, werden luider en luider. Alsof ze iemand kwijt waren.
Plots stond ik stil, abrupt, ze waren mij kwijt!!
Ze waren mij aan het zoeken, was het dan al zo laat?
Ik schudde koppig mijn hoofd, nee zo laat kon het nu ook weer niet zijn. Was maar een paar uur weg geweest, niet langer dan normaal.
Met mijn hand sloeg ik tegen mijn voorhoofd, natuurlijk.
Emily, tante Sue, Leah, Seth en Sam zien mij als een kind, een kind van amper 12 jaar oud, dat duidelijk controle nodig heeft. Ik wist maar net een grom te onderdrukken, die vervloekte vloek. Een zucht rolde over mijn lippen.
Opnieuw weerklonk mijn naar door de bossen, straten van het kleine reservaat.
Moest mij voortmaken, straks zouden ze nog de politie inschakelen, en dat wilde ik absoluut niet.
Sprong over een steen en ineens klapte ik met een rotvaart op de grond. Mijn ogen stijf dicht geknepen, wist ik een pijn kreet maar net te onderdrukken. Ik was tegen iets of iemand aan geknald en dorste niet te zien, wie of wat het was. Met een kreun krabbelde ik recht en wreef over mijn achterste waar ik op beland was.
Een verwrongen trek rond mijn lippen, de botsing was op ze zachts uitgedrukt net of twee donderwolken tegen elkaar klapte.
Niet zacht dus!!
Angstig trok ik mijn hoofd op om te zien tegen wie ik was opgeklapt.
Een woedend, kwaad, nors kijkende Sam blikte mij in de ogen, gevangen als een vis op het drogen, begon ik te rillen van zijn gezichtsuitdrukking. Mijn wangen voelde ik beginnen te gloeien en kleuren. De man krulde zijn armen over elkaar, en keek mij wantrouwend, argwanend aan. Zijn verontrustende gezicht vertrok een beetje, waarna hij een diepe zucht over zijn lippen liet glijden.
"Wat deden wij in het bos, juffie" de brommende autoritaire stem van Sam drukte diep door in mijn oren.
Een volgende rilling voelde ik over mijn rug glijden, hij was boos en niet zo heel klein beetje ook.
Slikte een brok weg vanuit mijn keel, voelde mijn wangen nog warme worden, op de een of andere manier voelde ik me betrapt.
Sam haalde uitdagend zijn wenkbrauw op, liet zijn armen van elkaar af glijden, hij schudde kort kordaat zijn hoofd en greep ineens ruw mijn bovenarm beet.
Een kreet verliet mijn mond, wat de man gelijk deed stoppen met mij voort te slepen. Hij draaide zich op en griste mij zonder pardon van de grond. Drukte mij tegen zijn torso en stapte stevig door.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen