||Embry Call.


Genietend lag ik in mijn wolven gedaante door de struiken naar het goudblonde meisje in het water te kijken. Ik wist niet hoe langzaam of snel de tijd voorbij kroop, maar haar vingers leken al gerimpeld en toch leek ze het water nog lang niet zat te zijn. Haar elegante sierlijke lichaam kronkelde als een vis die er thuis hoorde door het water.
Gelach, afkomstig van het meisje vulde mijn trommelvliezen en liet mijn hart een slag missen.
Ze was geweldig mooi, prachtig, een schattig, lief, vriendelijk gezicht, roestbruin zoals haar neef en nicht.
Haar goudblonde lange golvende haren misstonden haar niet, het maakte haar een prachtig, uitziend meisje, waar jongens zo voor zouden vallen. Vooral als ze in de puberteit terecht zou komen. Ze zou ontpoppen tot een prachtige vrouw dat zo uit een of ander mode blad kon zijn gestapt.
Ineens was het meisje onderwater verdwenen, verontrustend bleef ik turen naar de beek.
Enkele minuten verstreken, een normaal mens zou met twee maximaal drie minuten terug boven water moeten komen om adem te halen.
Maar Nymphadora, bleef langer als een normaal mens, onder water. Voor heel even voelde ik de drang om recht te springen.
Dacht ik echt dat er iets mis was, dat ze wellicht verdronken kon zijn, maar ze zag eruit als een ervaren zwemster, dat zich uitstekend kon redden. Ineens dook ze met haar sierlijke elegante lichaam boven en draaide ze een rondje.

Uit het niets werd ik ineens gevloerd door de zware bulderende diepe alfastem van Sam. Met mijn gehele lichaam klapte ik tegen het zand, met mijn voorpoten rond mijn grote kolossale kop probeerde ik de bulderende alfastem van Sam te doen minderen. Maar de dreunende golven, de woedde die hij erin had gelegd had mij op mijn hoede gebracht. Ik was op gevaarlijk terrein.
"Wat had ik je gezegd over wegblijven van Nymphadora" bulderde de stem van Sam door in mijn hersenen.
"Ik kan het niet helpen, probeer zo ver mogelijk weg van haar te blijven. De aantrekkingskracht werkt volgens mij niet alleen bij mij. Ik weet niet wat er vertelt is tegen jouw, waar het meisje zich zal bevinden. Maar ik kan je garanderen dat ze niet aan het spelen is in een of andere speeltuin" sprak ik bijdehand, wetende dat dit Sam niet al te leuk zal vinden. Mij hiervoor zou straffen.
Maar van plaats mij te straffen, begon de man te wroeten in mijn herinneringen, gedachtestroom.
"Zeg ik kan het je ook gewoon zeggen, hoor. Ik lig in het bos, bij de beek, vlakbij de plak waar we trainde met de Cullens. En als je het per se wilt weten, je schattige kleine oppas kind, zit hier in de beek" vertelde ik nog bijdehanter verder. Een grauw en een grom van Sam weerklonk door de bossen.
Oké, ook fijn om te weten dat hij al onderweg was.
Waarom nam ik dan ook nog eigenlijk de moeite hem te informeren als hij het toch wel uit mijn hoofd viste.
De dreunende zware poten van Sam voelde ik al aankomen, ik hoopte maar dat de man inzag dat zijn dreunende poten wellicht het meisje haar aandacht zou wekken. Ze was misschien dan wel afgeleid door het water waarin ze zich uitermate in leek te vermaken.
Zoals ik al dacht, had Sam zijn pas geminderd en kwam hij geruisloos, stil aangeslopen. Een paar meter vanwaar ik zat, zag ik Sam door de struiken heen gluren. Hij stond net op een punt waar hij haar net niet kon zien zwemmen.
Ze zat half verscholen achter de rotsen.




Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen