||Nymphadora ELoise ULey.

De jongeman waartegen ik opgelopen was had mij op het open veld waar ik eerder nog gespeeld en gezwommen had terug op mijn benen geplaatst. Zijn ogen gleden langs de struiken, bomen het bos in. Alsof hij iets verwachtte te zien, ik daarin tegen begon gelijk rond mij te kijken of ik ergens ook maar iets zag wat op een krab leek. Hoofdschudden, stapte ik naar de beek, waar ik op puntige gladde natte rotsen kroop.
Ook bij het water leek het dier zich niet meer te bevinden.
Had ik het dier dan zoveel schrik aangejaagd dat het zich gelijk niet meer durfde te tonen?
Of had ik het dier vliegles gegeven, door mijn idiote, panische gedrag?
"Ik zie geen pratende krab, sorry" was de warme melodieuze lage stem van de jongen.
Gelijk voelde ik mijn wangen naar knalrood kleuren, gloeien. Mijn hartslag sloeg een slag over, na zijn intense warme vriendelijke glimlach te zien.
"Maar hij was er echt" stamelde ik, pruilend.
Met gefronste wenkbrauwen, een vertrokken gezicht begon ik te zuchten.
"Ik heb echt een pratende krab gezien" fluisterde ik, verontwaardigd.
De jongen die mij met zo'n vreemde intense blik aanstaarde, krabde met zijn rechterhand in zijn nek.
"Nou het lijkt erop dat hij er niet meer is" vulde de jongen, grinnikend aan. Zijn ogen voelde ik branden op mijn lichaam, mijn wangen voelde ik gloeien en mijn hart leek maar rare sprongen te maken die ik niet begreep.
"Weten je neef en nicht wel dat je hier bent" was ineens zijn vragende warme melodieuze lage stem.
Geschrokken keek ik op recht in zijn warme karamelchocolade bruine ogen met gespikkelde olijf groene spikkels.
Mijn gezicht kleurde mogelijk nog roder, waarbij ik beschaamd mijn hoofd begon te schudden, woorden begon te stamelen. Voetstappen vulde mijn gehoor, maar de jongen opnieuw aan te kijken durfde ik niet. Ik wilde zijn boze gezicht niet zien, de teleurstelling dat ik niet naar mijn familie had geluisterd. Maar in plaats een uitbrander of iets te krijgen voelde ik ineens de warme stof van mijn dikke zachte badhanddoek.
De jongen begon het stof over mijn haar te wrijven en sloeg het daarna rond mijn schouders.
Verbaasd keek ik hem aan, niet begrijpend.
Ik fronste mijn wenkbrauw op, "je bent niet boos" kwam er fluisterend ontzet uit mijn mond.
De jongen schudde zijn hoofd, "nee, ik ben niet boos" glimlachte de jongen oogverblindend, begon ik te grinniken.
Wat de jongen precies met me deed wist ik niet, maar hij maakte iets in mij los dat ik zelf nog niet helemaal begreep. Een bom van vlinders leek opnieuw geklapt te zijn in mijn buik. Een lichte duizeling voelde ik opspelen en ook voelde ik mijn hart verschrikkelijk rare gekke sprongen maken. Alsof hij van zich wilde laten horen dat hij er ook nog was.
De oogverblindende warme intense ogen van de jongen leek mij gevangen te houden.
Een volgende beweging en ik had ineens mijn jurk over mijn nog natte ondergoed aan, de warme gloeiendhete sterke gespierde roestbruine armen van de jongen tilde mij ineens van het zachte groenige gras. Mijn voeten voelde ik in mijn laarzen glijden. Met gefronste wenkbrauwen, dromerig ontwaakte ik, waarbij ik mijn grote tas van de jongen aannam.
Op het moment dat ik in beweging wilde komen, kwam vanuit het bos, tussen de struiken door ineens Sam aanlopen.
Zijn gezicht stond nors, ontzet, verontrustend, bezorgd, maar vooral boos. De donkerbruine kijkers van Sam gleden naar de jongeman die achter mij was komen staan.
"Embry" sprak Sam, licht brommend.
"Nymphadora" zuchtte de man, op een boze toon verder.
"Had ik je niet gezegd, het bos niet te betreden" Sam keek mij met een waarschuwende, verontrustende norse blik aan alsof hij zo het antwoordt uit me kon trekken. Mijn lichaam voelde ik beginnen rillen, zou de man net zo boos worden als dat hij al eerder had gedaan? Zou ik het niet beter op het lopen zetten? Proberen de man te ontlopen, ervan te vluchten?

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen