||Nymphadora ELoise ULey.

Rillend was ik tegen het gespierde gloeiendhete warme lichaam van Embry aan gekropen, zijn armen had hij beschermend rond mij geslagen. Het voelde iets beter, het rillen wilde maar niet minderen. Ik had het niet koud, daarom rilde ik niet, ik rilde van angst.
Sam, de verloofde van Emily leek zo kwaad, woest dat hij zich met heel erg veel moeite moest inhouden. Als hij mij zou kunnen straffen op het moment, durfde ik te zweren dat ik voor dagen niet zou kunnen zitten op mijn achterwerk. Zijn karakter leek zoveel op dat van mijn vader, dat waarschijnlijk zijn methodes het zelfde zijn, ze zijn overigens rond de zelfde leeftijd.
Ik slikte angstig, op het moment dat de strenge doordringende spoelen van Sam mij weer aankeken.
Hij was in gesprek met Embry, omdat ik de man geen antwoordt gaf.
Nee, ik was zo bang voor de man zijn reactie dat ik echt niet zou vertellen dat ik een pratende krab had gezien. Hij zou me niet eens geloven, hij zou me voor gek verklaren en dubbel en dwars straffen, want ik zou liegen in zijn ogen. Pratende krabben bestonden niet, dat waren maar verhaaltjes voor kleine kinderen zodat ze inslaap zullen vallen.
"Als jij dat geloofd dan ben je wel erg ver van de wereld, Embry. Pratende dieren bestaan niet, net zo min dat hier in deze beek krabben zitten. Geloof die onzin niet, het in een jongedame met een aardige fantasy, meer niet. Smoesjes" was de barse kwade stem van Sam. Zijn donkerbruine spoelen, gleden in mijn heldere kijkers. Waarop hij mij minachtend aanstaarde.
Stapte met ferme grote dreunende passen op mij af.
Piepend sprong ik naar achter, botsend tegen Embry zijn benen en buik, stond ik vast. Verder naar achter ging niet, en de armen van Embry die hij nu nog beschermend om mij heen geslagen had, voelde opeens minder beschermend aan. Alsof Sam mij zo met zich mee zou trekken. Angstig kneep ik mijn ogen toe op het moment dat hij op nog geen drie centimeter van mij vandaan stond.
"Sam" was de warme melodieuze lage stem van Embry.
Beide slaakte ze een zucht, waarop ik een gloeiendhete vinger onder mijn kin voelde. De vinger met de gloeiendhete roestbruine hand greep mijn kin beet en drukte zo mijn hoofd op, gedwongen, gevangen in de donkere spoelen van Sam. Staarde ik de man rillend aan, ik wist niet hoelang ik mij nog groot kon houden. Hij kwam wel heel erg bedreigend over.
"Er bestaan geen pratende dieren, en al helemaal geen sprekende krabben" sprak de man dwingend.
Een traan voelde ik uit mijn ooghoek glijden, hij was een ongelovige.
Na een paar seconden, een halve preek gemist te hebben merkte ik dat mijn wangen nat waren.
Ik was gaan huilen als een bange domme gans.
"Of Sue en Emily er nu mee eens zijn of niet, er volgt een straf" sprak Sam, bot, nors verder.
Hij liet mijn kin los, verslagen liet ik mij door mijn benen zakken. Maar van plaats op het zachte groenige gras te belanden, voelde ik gloeiend hete sterke gespierde armen mijn middel beet grijpen. Werd opgetild en tegen een lichaam aangetrokken. Beschermend werden er armen rond mij geslagen. Strijkend over mijn rug voelde ik een gloeiend hete hand wrijven.
"Je bent nu wel erg streng" was de mompelende stem van Embry.
"Nee Embry, we hebben haar nu genoeg gewaarschuwd, nu is het genoeg ze luistert niet dan volgt er straf" volgde Sam zijn botte norse woorden.
Sniffen en snikken verlieten mijn mond, wat ik precies had wist ik niet. Embry deed mij raar doen voelen, Sam deed mij angst aan jagen, het was nog erger dan dat ik gehad had bij Hook. Een piraat was griezelig eng, maar Sam was tien keer enger.
Alsof hij je zo hap slik weg, kon opeten.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen