||Nymphadora ELoise ULey.

Op het moment dat ik mij stond af te drogen, las Embry een berichtje die hij op zijn mobiel had binnen gekregen. Hij fronste zijn wenkbrauwen in een bedenkelijke rimpel, schudde zijn hoofd en begon wat terug te tikken. Zijn vingers gleden over de toetsen, alsof hij er haast had. Een zucht rolde over zijn lippen, starend keek ik de jongen nieuwsgierig aan.
Alsof hij doorhad dat ik naar hem stond te staren keek hij op, grijnzend.
"Trek je kleren maar aan voordat je kou vat" lachte hij zijn telefoon in zijn broekzak stoppend.
"Heb het niet koud, maar waarom kijk je zo moeilijk, is er iets" vroeg ik nieuwsgierig, ik hield mijn hoofd schuin keek Embry bedachtzaam aan.
Hij schudde zijn hoofd, "er is niets, alleen dat we eten bij Sam en Emily" sprak hij bedenkelijk, "bij Sam en Emily" vroeg ik verbaasd. Mijn tante had niet gezegd dat ik vanavond bij iemand anders was. Ze zou gewoon thuis zijn, had vrij van haar werk, en had nog genoeg te doen. Weggaan zou ze niet, niet zonder dat te zeggen.
"Ja, Sue is naar Charlie" antwoordde Embry.
"Maar" vroeg ik nieuwsgierig, Embry schudde zijn hoofd en begon te zuchten.
"Ik moet je daar afzetten, ik eet ergens anders" voegde hij eraan toe, mijn ogen werden even groot. Liet Embry mij nu echt alleen achter bij Sam en Emily, zodat ik daar kon eten?
"Alleen" piepte ik met grote ogen, rillend schudde ik mijn hoofd.
Dat zal dan weinig eten zijn en veel bibberen. Sam leek het af en toe wel een beetje op mij gemunt te hebben. Alsof hij mij echt heel erg vervelend vond, niet met mij kon en wilde opschieten.
"Nee, als je het zo vraagt blijf ik" weerklonk zijn warme lage stem.
Een glimlach sierde gelijk mijn lippen, hoe dat precies werkte snapte ik nog niet.
Maar steeds wanneer ik iets dolgraag wilde, deed Embry gewoon mee of deed hij het zonder te morren, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Te doen wat ik wilde doen. Ik grinnikte, pakte mijn jurk van Embry over en trok hem over mijn hoofd. Na een sprong stond ik in mijn laarzen.
Inmiddels was ik er wel gewent aangeraakt dat ik iedere keer getild werd.
Dit keer zeurde ik er niet over, Embry was heerlijk warm, beter verwoord: gloeiend heet, alsof de man altijd koorts had.
En nu ik uit het toch wel frisse water was, had ik het koud gekregen.
"Waarom ben jij altijd zo lekker warm" vroeg ik ineens nieuwsgierig, vol interesse aan Embry die zijn pas staakte. Hij keek me even vreemd, verbaasd, bedenkelijk aan en begon breed te grijnzen.
"Waarom heb jij het niet koud in het water" vroeg hij op zijn beurt.
Mijn mond viel open, de jongen beantwoorde gewoon de vraag met een wedervraag. Dat is niet EERLIJK.
Zo zou ik nooit wat van hem weten, ik begon te grinniken, mijn hoofd te schudden.
"Eerlijk, dat weet ik niet, echt niet, het water is gewoon lekker alsof het zich aan mij aanpast, zoals magie" grinnikte ik bedenkelijk. Ik was er namelijk zeker van. Dat als ik het koud had in het water, dat het water op de een of andere manier zich aanpaste aan mij, zodat ik het niet meer koud had. Tot nu toe was het nog maar één keer gebeurt dat ik het echt koud had in het water.
De jongen begon te knikken dat hij het begreep, "ik ben zo warm omdat dat mijn aard is" legde de jongen uit.
Geen alarmbellen begonnen te rinkelen, dus de jongen sprak de waarheid. Over Embry hoefde ik dus niet te twijfelen, hij zou niet zomaar liegen tegen mij.
Hij zou mij hoe dan ook toch wel de waarheid willen vertellen.
Zoals ik hem de waarheid vertelde.
Vreemd genoeg zou ik dit soort dingen nooit zomaar bespreken, zoals met Seth was ik uitermate voorzichtig geweest omdat ik voelde dat hij een twijfelaar was. Ik had gedacht dat hij me toch niet zou geloven, omdat hij het eerst met zijn eigen ogen moest hebben gezien. Maar met Embry hoefde ik daar helemaal niet aan te twijfelen, de man zou mij geloven, wat ik hem ook vertelde.
Embry drukte de deur van het huisje van Sam en Emily open.
Verschillende geluiden van jongeren vulde mijn gehoor, mijn hartslag voelde ik al versnellen.
De beschermende armen van Embry voelde ik al strakker rond mij krullen, als of de man merkte dat ik het minder aangenaam vond.
"Geen zorgen" grijnsde de man, knikkend.
De deur viel in zijn as dicht nadat de jongen de hal verder was ingelopen.
"Weet je wat ik denk" piepte ik fronsend naar Embry, "nou" vroeg hij wenkbrauw reizend.
"Magie" giechelde ik knikkend.
Embry begon te lachen, "misschien wel een beetje ja, als je het zo wilt bekijken" lachte hij zoetjes.
"Als Sam je ziet" werd er door een van de jongens geroepen, "en dan, Nymphadora wilde dat ik bleef" sprak Embry, grommend op een van de jongens. Embry trok mij beter tegen zijn lichaam aan en hielp me met mijn jas los te ritsen.
"O, nee tuurlijk alles voor je... Au" de jongen had een klap tegen zijn achterhoofd gekregen van mijn nicht Leah.
Die Embry wel heel erg kwaad haast woest aanstaarde.
"Leah" gilde ik vrolijk, "weet je wat ik vandaag gevonden heb" riep ik gelijk verder.
Mijn nicht keek op, ze schudde haar hoofd en fronste haar wenkbrauwen, "bij de beek wat dieper onder de waterval is een grot" gniffelde ik, met een brede grijns.
"O, vandaar dus dat kwartier onderwater" riep Embry verbaasd.
Nu draaide ik vragend mijn hoofd, fronste mijn wenkbrauwen en haalde mijn schouders op.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen