Omg ik raak zo gestrest door m'n scriptie!!

      Hoewel de zon nog volop scheen en de lucht helderblauw was, wist Aileen dat het al langzaam aan avond begon te worden. Het al te bekende geluid van tjirpende krekels begon stilletjes op te zwellen en ze waren het dikke oerwoud van Cilvenas nog niet uit. Ze volgden netjes de rivier, hopende dat ze op die manier het snelst een andere nederzetting konden vinden, maar rond deze vruchtbare zone van het land leefden ook de meeste dieren.
      Zolin keek al schichtig rond. Binnenkort zou hij alweer in staat zijn om te transformeren, maar hij wist niet zeker of binnenkort wel snel genoeg was. Het was rond deze tijd dat de meeste roofdieren op pad gingen om te jagen. De zon stond al een paar uur niet meer op haar hoogste punt en de schaduwen van de bomen werden steeds langer. Etenstijd was een goed tijdstip om de grote prooien van andere dieren te jatten, en hij en Aileen konden makkelijk doorgaan als voorafje. Gelukkig was de grens met Caerulon dichtbij, want hij zag al een opening in het dichte woud.
      Snel hobbelden ze richting de zandvlakte achter de bomen, hoe sneller ze op open terrein waren, hoe beter. Even leek het ook alsof ze het geluk hadden niet gespot te worden, maar voordat ze over de laatste set wortels konden klimmen, hoorden ze al een knisperend takje achter zich.
      "Oh goden." Angstig keek Zolin al om, waarna hij inderdaad een luipaard zag lopen. Ongemakkelijk lachte hij, "Oh, het is maar een luipaard, die zijn bang voor ons, geen zorgen. Wij zijn veel te groot en te luid voor zijn doen, haha, zeker voor zo'n eenzame als h-"
      "ZOLIN!" Aileen gilde toen de ogen van de panter leken op te lichten. Het spookachtige roofdier kwam dreigend dichterbij en bukte al om op hen af te springen, waarop Zolin meteen een grimas trok, "Oké, deze heeft trek in een elfenboutje…! Tijd om te rennen!"
      Direct greep hij Aileens pols beet en trok hij haar over de boomwortels heen, waarna hij zijn kracht gebruikte om die wortels omhoog te buigen. Met een grom probeerde de luipaard zich tussen de wortels door te wringen, waardoor ze iets meer tijd hadden om een sprintje te trekken.
      "Kun je al transformeren?!", schreeuwde Aileen paniekerig, waarop Zolin kort zijn armen aanspande en meteen zijn hoofd schudde, "Sorry! Nee! Jij had toch een dolk?!"
      "Ik ga dat ding niet neersteken met een superkleine dolk?!" Haar stem schoot een octaaf hoger in toen ze achter zich omkeek en de panter alweer op volle snelheid zag rennen. Zolin begon dramatisch te lachen met tranen in zijn ogen en liet Aileen hem voorbij rennen, "Oh goden, oh goden."
      "Andere plannen?!" Aileen keek direct om om te zien waarom Zolin vertraagde, maar gromde toen ze zag dat hij probeerde om de bosjes rondom hen te manipuleren. Uiteraard had dat geen zin, dus schreeuwde ze panisch naar hem, "Wat doe je, tuinieren?! Kom op!"
      "Een klein beetje nog, dan heb ik een val-!" Zolin liet een struikje nog iets hoger groeien, in de hoop dat het nieuwe obstakel hen nog meer tijd zou gunnen, maar toen sprong de panter al over het prikkelbosje naar hem toe. Snel probeerde Zolin nog opzij te springen, maar het beest kreeg hem met één klauw te pakken en drukte hem met een harde plof tegen de grond. Aileen slaakte een harde gil.
      Zolin kreunde toen hij de klap te verduren kreeg, maar de situatie haalde hem al snel uit zijn versufte toestand. Angstig keek hij naar het roofdier op dat zijn scherpe tanden al ontblootte, het paarse licht in zijn ogen dreigend en bovennatuurlijk, maar toen schoot er opeens iets langs zijn hoofd. Een zilveren pijl doorboorde de linkervoorpoot van het dier, waarna het begon te krijsen en er rook uit de wond leek te komen. Drie extra pijlen vlogen op de luipaard af en nadat de vierde zijn borst penetreerde, viel hij levenloos omver.
      Een hoop geschreeuw kwam sneller dichterbij. Vanuit de verte kwam er een stoet nomaden aan gesneld en die groep mensen bracht een hoop opluchting met zich mee.
      Zolin greep pijnlijk naar de open wond in zijn schouder en perste zijn kiezen op elkaar, terwijl Aileen zich meteen op de grond liet vallen en hoestte. Pas nu de adrenaline hun lichamen verliet, drong de situatie echt tot hen door. Ze waren enkel gelukkig dat ze op tijd door deze mensen gevonden werden.

      De voorste man sprong veel te snel van zijn kameel af en strompelde richting het tweetal om ze overeind te helpen. Zodra hij Zolins wond zag, begon hij ongerust tegen hem te schreeuwen, maar Aileen verstond niet wat hij zei. Zolin had zelf ook niet echt de fut om alles te vertalen, niet nu hij andere zaken aan zijn hoofd had.
      Al snel kwam er een tweede man aangerend die in een hevig accent hen aansprak, "Kom. Wij brengen naar stad." Hij maakte wat gebaren richting Zolins schouder en klapte zijn hand een paar keer open en dicht, "Genezen, daar! Spreekt Lidrone."
      De twee knikten meteen, waarna ze een kar in werden getild en de man met het accent hen vooruit reed. In de kar hielp Aileen Zolin met het verbinden van de wond in zijn schouder, huiverend toen ze het bloed uit individuele steekwondjes moest wegdeppen. Zolin ademde scherp door zijn tanden in zodra ze het verband aanbracht en de lappen stof aantrok, waarna hij de taak overnam en het zelf met één hand probeerde vast te knopen.
      Met een frons nam Aileen het linnen terug in haar eigen handen en maakte ze de knoop zelf, waardoor Zolin alleen maar zuchtte en met een kreun achterover leunde, "Het zijn maar kleine wondjes, ik ben erger gewend."
      "Ja, als enorme wolfbeer, ja. En zodra je weer terug transformeert, staan er altijd genezers gereed!" Gewond of niet, ze kon het niet laten om hem op zijn mieter te geven, "Wat dacht je daar te doen?! Je bent een priester, geen krijger! Dat je transformeert en dan hele kuddes plat maait, betekent niet dat je zo een kans maakt om dat beest snel af te zijn! Je had niet eens een wapen!"
      "Ik wilde je helpen! Het was mijn taak om je te beschermen, toch?! Ik zou gewoon wat tijd rekken en dan kon jij verder rennen en… en die groep nomaden waarschuwen! Dit was uitgerekend!"
      "Mag jij als priester zomaar liegen?!" Ze glimlachte trots zodra er er een frons op Zolins gezicht verscheen, waarna haar expressie in een zachtere veranderde, "Ik bedoel alleen maar… Jij bent naast mijn 'beschermer' ook mijn kok, mijn wegwijzer, mijn waterreiniger, mijn vervoermiddel, mijn vertaler, mijn oudelfse troep gids én… mijn beste vriend." Ze kromde haar zeven opgestoken vingers weer terug naar hun originele posities en gaf hem een klopje op zijn goede schouder, "Dus denk daaraan voordat je je nog eens voor een wilde panter gooit. Je oom heeft je die taken zelf opgedragen!"
      "Oh, je hebt volkomen gelijk. Het spijt me. Ik hoop dat je het in je hart kunt vinden om mij voor deze zelfopofferende daden te vergeven," antwoordde Zolin droog, een wenkbrauw opgetrokken, alsof hij zelf alsnog niks verkeerds had gedaan. En toen had Aileen door dat zelfs de brave priesterzoon met behulp van 'manieren' nog een propere manier kon vinden om brutaal te zijn.

      Met de sprintende kameel voor de kar, duurde het niet lang voordat er een stad in zicht kwam. De plotselinge gebouwen contrasteerden met de lege zandvlakte om hen heen.
      Hoewel Zolin al een tijdje lag te dutten, was Aileen al de hele rit wakker. Zij zag dan ook meteen de prachtige zandstenen gebouwen en felgekleurde doeken die de grote markt omringden. Verder de stad in, kwamen ze voorbij de grotere handelaren. Langs de brede weg stonden allemaal huisjes met houten bordjes naast de deuren. Ze zag een juwelierszaak, een kledingzaak, een groenteboer... maar al die winkeltjes konden niet op tegen het paleis dat langzaam steeds dichterbij kwam. In tegenstelling tot de vierkante woningen aan de voorkant van de stad, had dit grootse gebouw tientallen torens met enorme gouden koepels op de daken. De ramen waren van glas-in-lood en de deuren hadden zelfs edelstenen in het hout verwerkt.
      Enthousiast schudde ze Zolin wakker om naar de drijvende lantaarns op de binnenvijver te wijzen. Een tikkeltje chagrijnig opende hij zijn ogen, maar toen hij zag hoe de lichtjes leken te zweven over het water, viel zijn mond bijna open. Zijn ogen schoten meteen naar de rest van het paleis: de fonteinen, de zijden gordijnen, de levensechte standbeelden van oude helden die in de muren van het kasteel leken te zijn gehouwen...
      Veel tijd om rond te gapen hadden ze echter niet, want zodra de kar tot een stilstand kwam en de twee vrienden uitstapten, werden ze al mee een zaal in gesleurd.
      Een hoop vrouwen duwde het tweetal alle kanten op en stopte pas met onderling mompelen toen de twee een zaal in werden geduwd. Zonder iets te zeggen, legde een andere vrouw Zolin snel op een tafel neer en trok ze zijn verband eraf. Zelf droeg ze een doorzichtige doek voor haar gezicht, net zoals de overige vrouwen, waardoor ze slecht te herkennen was. Uit een potje schepte ze vluchtig wat zalf, om dat vervolgens over de wond te smeren. Meteen trok Zolin een enorme grimas en balde hij zijn vuisten, een aantal vloekwoorden professioneel onderdrukt achter een grom, "Oh, dat brandt echt verschrikkelijk."
      "Geen zorgen, het is zo voorbij, elfenjongen," suste de vrouw zachtjes. Ze blies tussen haar handen en wreef die over elkaar, waarna ze ze boven de wond hield en haar ogen sloot. Een groenige waas onstond onder haar open handpalmen, waarna deze de open gaten leek op te vullen. Op magische wijze groeide de huid zonder enig littekenweefsel dicht en Zolin kon alleen maar verrast opkijken terwijl zijn pijn langzaam vervaagde.
      "Het was een luipaard, een floersturer, hoorde ik? Een fysiek omhulsel bezeten door de vadergod zijn energie, zelfs dierlijk dit keer... Vreemd, maar niet ongewoon in deze tijden... Gelukkig ben je er goed van af gekomen. Wie weet wat daar allemaal nog meer rondspookt… Fysieke wonden zijn zo opgeknapt, vloeken of ziektes zijn veel erger." Met een lichte glimlach verwijderde ze de doek van haar gezicht. Haar zwarte haar sprong in losse krullen vrij over haar schouders. Tussen de plukken staken twee waarschijnlijk elfse oren. Hoewel ze naar binnen gevouwen leken en horizontaal stonden, hadden ze toch de karakteristieke punt. De genezer zelf zag er knap uit, prachtig zelfs, met donkerrood gestifte lippen en hoge jukbeenderen. Het enige dat haar vlekkeloze huid onderbrak, was een licht litteken op haar wang dat niet recentelijk leek te zijn. De vrouw merkte echter dat haar gezelschap naar haar staarde, dus stelde ze zich maar eens voor, "Excuses voor mijn onbeleefde introductie, of het ontbreken daarvan. Ik ben Neha, prinses van Flavia. Ik werk als genezer aan dit hof."
      "Uh, ik ben Zolin! Eh, van Viridau, denk ik! Althans, eigenlijk kom ik net uit Aiyacoa, uit Cilvenas. Bedankt voor het genezen, uwe hoogheid!" Zolin schoot meteen overeind om vervolgens voor haar te buigen, maar de prinses lachte alleen maar en hielp hem weer terug overeind, waarna ze vluchtig zijn schouder opnieuw inspecteerde, alsof zijn vlugge actie de genezing ongedaan kon maken.
      Zodra ze vaststelde dat hij ongedeerd was, zuchtte ze opgelucht en antwoordde ze met een iets neppere glimlach dan eerst, "Geen probleem, Zolin. We krijgen vaak verstekelingen uit jullie magisch beschermde bolstad over de vloer. Een Viriden is tegenwoordig een zeldzame vondst, echter..." Direct klonk haar toon iets snijdender, alsof ze iets had tegen Aiyacoa en haar inwoners, "Wat mij meer interesseert is je roodharige partner. Het is nog langer geleden dat we iemand met die haarkleur hebben gezien. Zeg maar gerust al vijftien jaar niet meer."
      "Oh." Nu was het Aileens beurt om ongemakkelijk te doen, "Ik ben Aileen van… uh. Ik kom ook uit Aiyacoa, samen met hem."
      "Ik wist niet dat ze daar nog steeds mensen onderdak aanbieden. Nee, ik zie niet eens waarom ze dat überhaupt zouden doen." Met getuite lippen leunde ze achterover, "Die twee elfenrassen denken maar dat ze beter dan wij zijn, zeg maar gerust beter dan de rest van de wereld. Wij Flaven moesten helemaal hierheen vluchten, door het oerwoud, wat vol zat met enorme monsters en zo, niet alleen maar opgeroepen door de gemene jongens. Óók overgenomen verdedigingseenheden van jullie stadje, welke jullie niet netjes terugtrokken! Maar goed. Aan jullie reacties te zien, weten jullie daar ook niets van. Tot zover onze spectaculaire vondst dan."
      "Oh, hoe bent u hier precies terecht gekomen? Ik bedoel, waar zijn we nu? Als ik vragen mag?", vroeg Zolin snel, ontwijkend, bang dat hij de prinses opnieuw zou beledigen als hij verder op haar in ging.
      Ze glimlachte echter alleen maar om zijn angstige houding, maar gaf wel antwoord, "Um-Qawja, beter bekend als Adonya's Moed. Dit is de hoofdstad van Caerulon en de afstammelingen van de held Adonya heersen vanuit hier over hun land. Ik ben ook enkel een eervolle gast hier, dus je hoeft je niet zo stijfjes te gedragen rond mij, hoor. En waarom ik hier ben? In de oorlog is mijn land, wel... gecompromitteerd. Helaas kwam er geen steun vanuit onze zusterlanden. Gelukkig zijn de Caerulen erg gastvrije mensen."
      "Prinses," Aileen besloot dit keer maar het initiatief te nemen en Zolins ongemakkelijkheidsfeest af te kappen, "We zijn op zoek naar een reizend circus, een waar een man genaamd Orchis optreedt. Het is ons opgedragen om hem te spreken."
      "Ah, Orchis, zeg je? Zijn circusact is de beroemdste voorstelling van heel Lidrone. Een week geleden stond de tent nog in deze stad. Ik verwacht dat ze nu al ver richting het noorden zijn vertrokken, maar door hun faam zijn ze vast niet moeilijk te vinden." Ze pauzeerde om eventjes op de zonnewijzer te kijken, "Ik wil jullie alleen adviseren om niet te gehaast te zijn. Blijf hier tot morgenvroeg. 's Nachts wordt de woestijn ijskoud en monsters vullen de vlakte, daarbij..." Ze plaatste opnieuw haar hand over Zolins schouder, "...magisch genezen versnelt het hele proces, maar het is heel fragiel. Zie het als een soort korst van de originele staat van het lichaam. Zonder de juiste nabehandeling en rust kan de magie de huid aantasten, en een magische infectie is niet prettig om te hebben. Ter compensatie zou ik een gratis diner en overnachting voor jullie kunnen regelen. Bekenden van Orchis zijn hier altijd welkom."
      "Dat zou enig zijn!"
      "Oh, zo ver hoeft u ook weer niet te gaan!" Aileen hield meteen haar handen omhoog als een soort overgave, maar door Zolins enthousiaste antwoord kon Neha alleen maar lachen en aaide ze het meisje over haar hoofd, "Ik sta erop, Aileen, en het ziet ernaar uit dat je vriend ook wel trek heeft."
      'Zolin heeft altijd wel trek', grapte ze stiekem als antwoord in haar gedachten, maar tegelijkertijd zat die grap ook niet al te ver van de waarheid af. Ergens in haar achterhoofd kon ze Zolin al royaal zien kwijlen om het aankomende diner, blij dat hij eindelijk het Caeruulse gekruide vlees uit zijn dromen kon proeven.
      Sterker nog, hij was nu al aan het kwijlen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen