||Nymphadora ELoise ULey.

Met veel moeite mocht ik van Sue naar buiten zolang ik maar beloofde te gaan schuilen wanneer het zou regenen. Glimlachend rende ik door het bos naar mijn vast plek waar Embry mij vreemd genoeg net zoals mijn neef en nicht en ook Sam mij altijd wist te vinden. Op het open veld schopte ik gelijk mijn laarzen uit, gevolgd door mijn jas, die ik aanmoest van mijn tante. En als laatste mijn jurk, in mijn badpak, die Emily voor me gekocht had dook ik in de beek. Een rilling rolde over mijn ruggengraat, hij was fris.
Een paar keer kopje onder gedoken te zijn, aan het water gewent te zijn geraakt zag ik Embry tussen de struiken vandaan komen.
Shirtloos, mijn wangen voelde ik direct rood kleuren en beschaamd trok ik mijn hoofd weg.
De jongen begon jongensachtig te grinniken en te grijnzen waarop hij zich uitdagend op zijn rug legde voor het meer.
"Lekker aan het zwemmen" grijnsde hij breed.
"Ja, voel maar" lachte ik en spatte een plens water in zijn gezicht. Een kreet verliet zijn mond en giebelen zette ik mij af van de rand van het meer.
"Oh, wacht jij maar" riep Embry, speels.
Een grote uitdagende grijns sierde zijn lippen en ik hoefde geen twee keer te raden wat de jongen deed, hij trok zijn broek en schoenen uit en sprong als een bom te water. Enkele centimeters van mij vandaan. Half gillend van kou begon Embry rond zich te maaien en zwom hij snel terug naar de kant. Trok zich op en keek mij verontwaardigd aan.
"Gek, dat water is ijs en ijskoud" riep de jongen ontzet.
Ik fronste mijn wenkbrauwen, schudde mijn hoofd en begon te glimlachen, "valt wel mee" giechelde ik.
"Je bent gewoon een watje" lachte ik grinnikend, uitdagend verder.
"Een watje, moet jij eens opletten wat dit watje kan" lachte Embry, die ditmaal wat soepeler zonder morren te water raakte.
Zo snel ik kon dook ik voor de jongen weg, zwom naar de diepte van de beek waar Embry mij toch wel redelijk leek te kunnen volgen. Grijnzend keek ik de jongen aan, ik maakte een sierlijke beweging op het moment dat hij een grijp beweging maakte en schoot bij de jongen vandaan. Een aantal keer uit de handen van Embry gebleven te zijn, de jongen een paar keer boven water adem gehaald had.
Had de jongen mij in zijn gloeiendhete sterke gespierde armen weten te krullen.
"Man wat ben jij snel in het water" protesteerde de man.
Gegiebel verliet mijn mond en giechelend onschuldig keek ik Embry aan, zijn prachtige warme ogen sleepte me gelijk weer met hem mee. Wat deed die jongen toch met mij? Wat was dat voor connectie dat ik met hem voelde? Zou hij het zelfde voelen als dat ik deed? Of lag dat voor jongens toch anders dan meisjes?
Ik schudde onzichtbaar mijn hoofd en krabbelde uit Embry zijn warme stevige armen.
"Nympy, je neef wilt voetballen" sprak Embry fronsend blikkend naar het veld.
Verbaasd draaide ik mij en zag ik mijn neef met een brede grijns staan. Ik zwaaide naar de jongen die de bal voor zich uit schopte. Waarna zijn blik naar Embry gleed die al aan de kant was geklommen. Na even gekeken te hebben naar de heren die aan het voetballen waren besloot ik dat het tijd werd, de grot eens beter te inspecteren.
Dook naar de bodem kroop via het zand richting de waterval en liet mij door de kloof heen de grot in zakken.
Verschillende kristallen leken het lichter te maken, helder, betoverend. De wanden leken wel van glas, zo helder ik kon mezelf zien. Een giechel verliet mijn mond, en op dat was ik vergeten dat ik onder water was. Het wat gutste naar binnen, zo snel ik kon, klom ik uit de kloof terug om hoog. Begon mezelf naar boven te trappen op het moment dat ik dacht dat ik zou verdrinken kwam ik kopje boven.
Een goede hap lucht nemend, bekeek ik het veld.
Seth en Embry waren gestopt met voetballen.
Ze zaten naast elkaar en leken in een heel erg serieus gesprek beland te zijn.
Ik zou de heren maar niet storen, door mijn stommiteit had ik de grot nog altijd niet geheel kunnen inspecteren. Dook voor de zoveelste keer naar de bodem en kroop naar de grot. Na wand voor wand, het glas of ijs aangeraakt te hebben liet ik mij op wat rotsen in de onderwatergrot zakken.
Het was hier betoverend prachtig, ik voelde mij thuis, alsof dit mijn geheime schuilplaats zou kunnen gaan woorden.
In de hoek van de grot, vanuit mijn rechteroog hoek zag ik iets bewegen.
Nieuwsgierig zwom ik er naar toe, een grote schitterende schelp.
Het leek wel op een hoorn, besloot het object mee te nemen, het kon geen kwaad. Ik was niet in zee geweest en ik had hem gevonden in de grot onder de beek.
Na nog een paar keer de grot door zwommen te hebben, niks speciaals opgemerkt of gevonden te hebben zwom ik terug naar boven.
Stemmen die erg ongerust klonken weergalmde, maar leken mijn trommelvliezen niet te laten trillen.
"Ja" giechelde ik op het moment dat ik met mijn hoofd boven water kwam.
De verontrustende bezorgde gezichten van Seth en Embry keken mij waarschuwend aan.
"Ik zei het je toch, gek genoeg, vreemd kan ze heel lang onder water blijven" herhaalde Embry zijn eerdere woorden.
"Ja, misschien, maar kijk is wat ik heb gevonden" riep ik vrolijk, de Schelpenhoorn omhoog houdend.
"Waar heb je dat nu gevonden" was de verbaasde stem van Embry.
"In de grot" giechelde ik onschuldig wijzend naar waar de grot ongeveer moest zitten.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen