Daar voor me neus staat Jolee Parker. Het meisje met de sparkelende groene ogen en het oranje haar. Haar lach is bijna te groot voor haar gezicht.
‘Hey Isra.’ Zegt ze heel kalm, maar daarna begint ze ook te gillen. ‘Ik zag dat jij was uitgekozen en ik was zoooo blij en toen riepen ze mijn naam en-‘ De rest van de zin valt weg als we elkaar in de armen vliegen. Ik druk het magere meisje stevig tegen me aan en voel een enorme opluchting mijn lichaam instromen.
De hover is al in beweging gekomen als we elkaar loslaten. ‘Wat toevallig hè.’ Jolee laat zich met een plofje op de bank vallen.
‘Ik kan het haast niet geloven.’ Ik glimlach en kijk naar het stralende meisje. Hoe is het mogelijk? Al die keren dat ik me heb ingeschreven. Al die keren dat er niemand uit Fodo werd getrokken. En nu zit ik hier. En ik zit hier niet eens alleen. Jolee zit gewoon naast me.
‘Waar gaan we naartoe?’ Jolee klikt haar gordel vast. ‘Troeva.’ Antwoord Olwyn en stopt met schrijven. ‘Daar zullen we met het vliegtuig naar Livia vliegen.’
‘In Troeva zijn nog drie meisjes die met ons mee vliegen.’ Vul ik Olwyn aan. Jolee krijgt grote ogen. ‘Spannend! Ik hoop dat ze aardig zijn.’
Ik frons mijn wenkbrauwen iets. Heeft Jolee wel het besef dat dat onze rivalen zijn? Ik kan me niet voorstellen dat ze aardig tegen ons zullen doen. Het meisje is echter zo enthousiast, dat ik besluit haar stemming niet met deze theorie de grond in te boren.
‘Ben je wel eens in Troeva geweest, Jolee?’
Het meisje denkt even diep na. ‘Nee volgens mij niet, maar ik dacht dat het een klasse D stad was.’
‘Dat klopt.’ Bevestigd Olwyn. ‘Het is één van de rijkste klasse D steden die we in Sodowir hebben.’ Ze legt haar schrijfblok weg en slaat haar benen over elkaar. ‘Vertel me eens wat over jullie zelf.’
Ik kijk Jolee even ongemakkelijk aan, maar het meisje begint meteen te vertellen. ‘Mijn naam is Jolee Parker, maar dat wist u natuurlijk al. Ik heb twee grote zussen en nog twee broertjes. Ik ben dus de derde thuis. Ik werk sinds mijn veertiende in de naaifabriek waar ik Isra heb leren kennen.’ Het meisje haalt even diep adem en haalt haar schouders op. ‘Dat was het wel.’
Olwyn draait haar gezicht naar mij toe. ‘En hoe zit het met jou?’
Ik denk aan mijn gezin. Mijn te magere zusjes, mijn alcoholistisch vader en me gestoorde moeder. ‘Ik ben gewoon Isra.’
Er valt een vreemde stilte in de hover. Jolee schuift ongemakkelijk op haar plek. ‘Isra heeft twee zusjes. Een tweeling.’
Olwyn knikt, maar kijkt Jolee niet aan. Haar bruine ogen boren zich in de mijne. Een zuchtje rolt over mijn lippen waarin een kleine ‘ja’ te horen is. Olwyn pakt haar schrijfblok weer op en laat de rest van de reis niks meer van zich horen.
De reis naar Troeva duurt ongeveer 1,5 uur. Jolee valt halverwege in slaap op de bank en ik staar aan beetje voor me uit.
Als de hover tot stilstand komt, schud ik Jolee zachtjes wakker. Haar haar zit in rare plukken omhoog en ik wrijf er een aantal keer overheen om het wat meer in het gareel te krijgen.
Gezamenlijk stappen we uit. Het is donker, maar lantarenpalen verlichten het terrein van het vliegveld. Onze tassen worden meteen meegenomen. Olwyn wenkt ons en we volgen haar naar de vertrekhallen.
Het is rustig in de hal. Vliegen is al helemaal niet meer van deze tijd. Veel mensen in Sodowir hebben het geld er niet voor.
Olwyn loopt naar een klein groepje en begroet één van de vrouwen vriendelijk. Deze vrouw draagt hetzelfde pakje als Olwyn en het is niet moeilijk te raden dat zij de andere begeleider is van de drie meisjes die op het bankje zitten. Jolee knijpt even in mijn hand en loopt dan met een vlotte pas op de meiden af.
‘Hoi! Ik ben Jolee Parker.’ Ze steekt met te veel enthousiasme haar hand uit naar het eerste meisje. Het meisje heeft prachtige blonde haren en komt me heel bekend voor. Ik bekijk haar nog eens goed. Ze doet me denken aan een Disney prinses uit de oude boeken.
Ze kijkt Jolee met een schuinhoofd aan, alsof ze overweegt om de hand te laten hangen of aan te pakken. Ze kiest voor het laatste. ‘Emi Redmaine.’
Ineens weet ik waar ik haar van ken. Zij was het 10e meisje dat werd opgenoemd. Jolee schuift vrolijk verder naar de andere twee meiden, terwijl Emi zich op mij richt. ‘Blijf je daar staan om vijanden te worden of zullen we daarmee wachten tot we daadwerkelijk in het spel zitten?’
Ik staar in haar prachtige donkere ogen en voel me ineens ontzettend klein. Mijn voeten zitten vast met kauwgom en mijn knieën voelen raar. Ineens staat Jolee weer naast me. ‘Dit is Isra. Ze is heel aardig!’ Jolee slaat haar arm om me heen en wijst de andere twee meiden aan.
‘Dit zijn Quinn en Gina.’
‘Gina.’ Flap ik er op robottoon uit. Het meisje fronst haar bruine wenkbrauwen en knikt. ‘Isra.’ Antwoord ze, mijn robotstem na imiterend. Geen flauw idee wat me op dat moment bezielt, maar ik begin te lachen. Gina grinnikt zachtjes mee en schut haar hoofd. ‘Je bent raar. Kom zitten.’
Ik kom in beweging en neem plaats naast het meisje. We lijken een beetje op elkaar. Onze haarkleur is hetzelfde kleur bruin en haar groene ogen zijn iets lichter dan de mijnen. Haar huid is in tegenstelling tot de mijne zongebruind en ze is een heel stuk kleiner.
‘Werk je buiten?’
Gina kijkt me weer met gefronste wenkbrauwen aan en laat haar blik op haar armen vallen. ‘Ja. Ik werkte op de boerderij van mijn oom. We hebben een plantenbedrijf, dus het werkt wisselt zich. Soms ben ik buiten en soms werk ik in de kas.’ Haar vinger glijd over haar bruinige huid. ‘Je start wel op een gekke manier een gesprek, Isra.’
Ik voel hoe een lichte blos op mijn wangen kleurt en in probeer hem weg te kuchen. ‘Ik ben sociaal niet zo sterk, denk ik.’
‘Ik zou vaker mijn mond moeten houden. Alles heeft zo zijn voor en nadelen.’
Ik kijk Gina nog eens aan en er schittert iets ondeugends in haar ogen. Ik glimlach en sla mijn blik neer. Misschien zijn de meiden die mee doen aan het spel niet allemaal valsspelers zoals ik.

Reacties (1)

  • Helgenberger

    Ik ben echt benieuwd als ze straks met alle andere deelnemers zijn, haha.

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen