Black opende zijn mond om te protesteren, maar een binnenvliegende uil bood hen redding van een nieuwe discussie. Zowel op zijn gezicht als dat van de vrouw weerspiegelde Stars emotie.
‘Laat dit alsjeblieft zorgen dat we snel weer weg zijn’.
“Ik ben zo terug,” zei de vrouw na het lezen van de brief.
Black maakte een spottend geluid terwijl ze wegliep.
“Bedankt voor het delen van de informatie.”
Star grijnsde, besefte waar ze mee bezig was, en hield er snel mee op. Regel één in het handboek van Severus: niet lachen om griffoendors. Zeker niet om Black of Potter. En dit was een deel van het handboek waar Star zich met alle liefde, overtuiging en toewijding aan hield. Het vormde ongetwijfeld een tegenstelling met andere delen van het ongeschreven handboek, zoals: ‘stalk Lily Evans zo vaak als het leven je toestaat’, of ‘doe je best om een bulldog te verslaan op het gebied van chagrijnig kijken’.
“Ik vraag me af hoe lang die brief is,” bromde Star tegen zichzelf toen de vrouw lang wegbleef.
“Je zou zeggen dat ze zo snel mogelijk van ons af wil,” Black wierp een donkere blik haar kant op, “vooral van jou.”
“Ja, want jouw charmante verschijning wil ze vast nog veel langer verdragen.”
“Ze is niet voor niets gevlucht.”
Even twijfelde Star of Black nu de spot dreef met zijn eigen charmante verschijning, of dat zijn grap gewoon een ongelukkige timing had.
“Ik kan haar geen ongelijk geven,” zei ze uiteindelijk. “Er hangt hier echt een grafsfeer.”
“Die hangt hier niet,” verbeterde Black haar. “Dat komt door Azkaban.” Bij het uitspreken van die laatste zin keek hij rond alsof hij de dringende behoefte voelde om iets te slopen. Misschien was dat gewoon zijn manier om de grafsfeer van Azkaban te verwerken, besefte Star.
Uiteindelijk keerde de vrouw terug in de kamer.
“Ik kan jullie terugsturen met een ViaVia,” deelde ze mee. “Maar ik moet wel zeker weten dat jij dat aankan.” Ze keek naar Black.
“Dat ik dat aankan?” herhaalde Black walgend. “Natuurlijk kan ik dat aan. Ik ben geen watje.”
Star voelde een enorme aandrang om er tegenin te gaan, maar ze beet op haar tong. Ze voelde een nog grotere aandrang om terug te keren naar Zweinstein en zich van zowel Black’s aanwezigheid als de drukkende grafsfeer te verlossen.
De vrouw zuchtte.
“Laat je arm eens zien.” Ze inspecteerde Blacks arm alsof ze wachtte tot de wegtrekkende wonden haar een antwoord zouden geven. “Weet je zeker dat je het aankan?” vroeg ze uiteindelijk.
“Ik ben nog nooit ergens zo zeker van geweest,” antwoordde Black.
En aan zijn toon te oordelen had hij zich ook nog nooit ergens zo verveeld.

Reacties (3)

  • ProngsPotter

    En aan zijn toon te oordelen had hij zich ook nog nooit ergens zo verveeld.

    :WPrachtig :'D

    2 jaar geleden
  • HopeMikaelson

    loveee

    2 jaar geleden
  • LarryNiam

    love it:)
    snel verder<3

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen