Voor Snart. *O*

Lieke Miller leefde al sinds een jaar of twee in haar eentje. Ze had een schattig klein appartementje gevonden en had haar inboedel gepakt en was daar ingetrokken. Ze leefde er fijn. Als er mensen overkwamen, kreeg ze altijd complimenten. En menig mens was jaloers.
Waar Lieke zich soms echter een beetje aan ergerde, was het feit dat ze bang was dat iemand zo kon indringen. Daarom checkte ze 's avonds alle sloten twee keer en deed ze alle ramen dicht. Ze hoopte op deze manier een beter gevoel te krijgen, al wist ze dat een ruitje in slaan ook niet heel moeilijk was. Ze leefde immers op de eerste verdieping. En zo hoog was dat niet.

Toen ze die middag terug kwam van werk, zag ze al meteen dat er iets mis was. Ze zag namelijk dat er bij haar balkon een ruit was ingeslagen. Ze hoopte dat het een bal was, maar de grootte van het gat gaf aan dat dat waarschijnlijk niet zo was.Haar ergste gedachtes gingen al de vrije loop en ze was blij dat ze niet thuis was geweest toen het was gebeurd. Ze dacht even na en besloot toen toch naar binnen te gaan. Ze had haar mobiel klaar om 112 te bellen en opende heel langzaam haar deur. Toen ze naar binnen keek wilde ze het liefst hard weg rennen. Maar aan de ene kant was ze nieuwsgierig.
Er lag een man. Het eerste wat haar op viel was de vuile kleding die hij aanhad. Hij was kaal en om de een of andere reden was zijn gezicht heel aantrekkelijk. Hij lag te slapen op haar kleed, alsof hij haar bank niet vuil wilde maken. Hij lag opgekruld en zag er vredig uit. Maar Lieke kende de man helemaal niet.
Ze vergrendelde haar mobiel en keek naar de 112 op haar scherm. Ze besloot ze nog niet te bellen en typte in plaats daarvan het nummer in van haar beste vriendin Esmée. Ze drukte de mobiel tegen haar oor, terwijl ze naar de man bleef staren.
"Met Esmée." hoorde ze.
"Esmée. Er ligt een man op mijn vloer te slapen." zei ze.
"Wat?" vroeg Esmée verward.
"Ik kom net terug van werk en er heeft een man ingebroken en hij ligt op mijn vloer. Shit, hij word wakker."
De man opende zijn ogen en er ontstond meteen paniek. Hij vloog op en schudde zijn hand.
"Laat me het uitleggen." zei hij snel.
"Es, als ik over tien minuten niets laat horen bel je de politie.." mompelde Lieke.
"Nee, Lieke blijf aan de lijn! Lieke, je kent die man niet!"
Maar Lieke hing op, omdat ze de angst in zijn ogen zag. Maar ze verroerde zich niet. God, haar hart ging als een malle tekeer.
"Luister, als ik je vertel wat er is gebeurd wil je mij zo snel het huis uit hebben. Maar ik had een plek nodig. Ze zijn naar me op zoek en.."
De man schudde gefrustreerd zijn hoofd.
"Wie zoekt jou?" vroeg ze langzaam.
"De politie." mompelde hij.
Lieke greep haar mobiel, waardoor de man naar haar toe liep en haar vast pakte. Hij deed haar arm omlaag en Lieke kneep haar lippen tot een spleet.
"Je gaat me nooit geloven." zuchtte hij.
"Probeer het uit te leggen. Welke gekke verklaring je dan ook hebt om mijn huis uit te zoeken."
Lieke stapte naar binnen en deed de deur achter haar dicht. Ze vroeg zich af of dat een goede beslissing was.
"Ik ben in de toekomst geweest." begon hij, waardoor Lieke meteen weer omdraaide.
"Luister, je kent Esmée toch. Haar vriend, Ray Palmer. Ik ken hem. Hij is ook in de toekomst geweest." zei hij gauw.
"Je kent Ray? En Esmée?" zei ze zacht. Hij knikte.
"Het verbaasd me eigenlijk dat je mij niet herkend, aangezien ik al meerdere malen op het nieuws ben geweest." zei hij. Hij leek te lachen, maar Lieke was te nerveus om het goed in haar op te nemen.
"Wat ik probeer te zeggen is dat ik vroeger een crimineel was. En dat ik toen ik terug kwam uit de toekomst ben opgepakt. Maar ik ben veranderd. Ik heb veel geleerd tijdens het reizen en ik ben een beter persoon geworden."
Lieke voelde dat ze gek werd. Wat was dit voor onzin.
"Je gelooft me niet, hè.." mompelde hij, waarna ze haar hoofd schudde.
"Bel Esmée en vraag of Ray aan de lijn kan komen." zei hij.

En dus deed Lieke wat hij zei. Deels omdat ze bang was dat ze anders straks niet meer zou leven. Deels omdat ze hoopte dat er meer uitleg zou komen.
"Lieke! Wat is er aan de hand!?" riep Esmée meteen.
"Uh, die man is iemand die jullie kennen. Ik moet vragen of Ray er is.."
Ze beet op haar lip en keek de man aan. Het viel haar op hoe blauw zijn ogen waren.
"Ik sta naast hem, wil je hem spreken?" vroeg Esmée.
"Graag." zei ze zacht.
"Lieke? Wie is er bij je?" vroeg hij.
"Ik weet zijn naam niet.." Lieke begon dom te lachen en keek op.
"Leonard Snart." zei hij zacht.
"Wacht wat?! Jij bent Leonard Snart?!" riep ze hard, waardoor ze Ray aan de andere kant van de lijn au hoorde zeggen.
"Ray, ben jij vrienden met die crimineel. Hij zegt dat jullie tijdreizen en dat hij geen crimineel meer is?"
Het verbaasde haar dat ze hem niet eerder had herkend.
"Ja." zei Ray langzaam. "Het is een lang verhaal. Maar hij vertelt de waarheid."
"En Esmée weet dat ook?" zei Lieke langzaam.
"Esmée weet het ook." antwoordde Ray.
"Ray, ik snap het niet.." mompelde Lieke, waarna ze haar hand door haar haar haalde. De verwarring deed haar bijna huilen.
"Leonard zal niks doen. Laat hem het uitleggen, oké. En als je het echt niet vertrouwt bel je ons weer op, oké?"
Leonard keek haar wanhopig aan en ze knikte langzaam.
"Oké. Ik zal naar hem luisteren."

Vijf minuten later zat Lieke naast Leonard op haar bank. Ze had een glas water voor haar staan, maar wilde er niet van drinken.
"Ik snap dat het raar is allemaal. Maar wat ik van je vraag is dat je mij wilt helpen voor een paar dagen. Als ze mij weer oppakken dan weet ik niet meer wat ik moet doen. Het ontsnappen was al moeilijker dan verwacht." zei hij. Hij had zijn handen over elkaar gevouwen. Hij was zo anders als op het nieuws. Waardoor Lieke bijna echt geloofde dat hij was veranderd.. in de toekomst.
"Hoezo ben je naar mij toe gekomen? Hoezo ben je niet naar Ray en Esmée gegaan?" vroeg ze toen.
"Omdat ik heb gezien dat jij in de toekomst bij mij bent." zei hij.
Lieke haar wangen kleurde rood.
"Hoe bedoel je, bij jou? Samen?" vroeg ze.
Leonard haalde zijn schouders op.
"Beste vrienden.. of meer dan dat? We woonde in ieder geval samen. En ik dacht dat als ik vrij kwam, jij misschien kon helpen."
Hij gromde wat tegen zichzelf en haalde een hand over zijn hoofd.
"Het was ook niet slim van mij. Dat besef ik nu wel."
"Nu pas." mompelde ze.
Leonard keek op, waarna Lieke zacht begon te lachen.
"Ik wil je graag overtuigen."
"Ik weet wel een manier. Je kan mij het schip laten zien." zei Lieke toen. "Als het echt bestaat, dan is dat een goede manier om mij te overtuigen."
Leonard leek te beseffen dat dat de enigste manier was. Maar hij kon het huis niet uit, niet zonder auto als vervoer. De kans dat hij gezien werd was te groot.
Het duurde even voordat Leonard met een idee kwam. Maar hij wilde het graag doorzetten, aangezien hij op het schip ook de toekomst kon laten zien door Gideon. Dus legde hij meteen het idee uit aan Lieke, omdat het in zijn werk toch niet zo ingewikkeld was.

"Esmée en Ray zijn onderweg. Ik ga even een mijn jas aantrekken." zei Lieke tien minuten later. Ze hadden besloten dat Esmée hun zou brengen met de auto en Esmée had dat natuurlijk super gevonden. Ze vertelde dat ze het schip zelf ook nog nooit had gezien. Lieke vond het allemaal best, zolang hij maar ongezien die auto in kwam.
En Lieke vertrouwde Esmée wel en dus werd ze iets rustiger toen Leonard naar haar keek. Hij leek veel met zichzelf bezig te zijn, maar Lieke had besloten dat zij hem het voordeel van de twijfel moest geven. Zodat hij ook minder onzeker over zou komen.
"Je moet wel echt andere kleding aan doen straks." mompelde Lieke, waardoor Leonard verrast op keek. Ze keek hem lachend aan en gelukkig kon hij er ook wel om lachen.
"Dit was het eerste wat ik vond." vertelde hij toen. "Erg fris is het niet."
Lieke glimlachte naar hem en deed een stap richting hem.
"Kom, volgens mij staan ze al beneden." zei Lieke. Ze stak haar hand uit en verbaasd pakte Leonard deze aan. Zwijgend volgde hij Lieke door het trappenhuis richting Esmée haar auto. En zoals Lieke zei, stond die al klaar. Haar raampje stond open en ze seinde de twee snel. Lieke opende de deur en duwde Leonard er bijna in.
"Had je niet even geblindeerde ramen kunnen regelen, als we toch bezig zijn?" vroeg Lieke, terwijl ze naast Leonard zakte. Esmée schudde lachend haar hoofd, waarna ze de motor startte. Ray keek om en keek Leonard verbaasd uit.
"Je ziet er bagger uit, Leonard." zei hij, waarna hij richting Lieke keek.
"Geloof je hem al?" vroeg hij toen.
Lieke haalde haar schouders op.
"Een beetje. Maar dat neemt niet weg dat ik moet wennen aan het feit dat ik in de toekomst misschien met een ex-crimineel samen ben.."
Ray knikte, hij wist precies hoe Lieke hierop zou reageren.
"Laten we dan maar gaan." zei Ray, die een grote zucht slaakte. "Nu komt Esmée haar wens ook eindelijk uit."

De hele reis keek Lieke voor haar uit. Af en toe probeerde ze Leonards gezichtsuitdrukking te bestuderen. Maar hij zag er voornamelijk gewoon heel moe uit. Het duurde ongeveer een kwartier voordat ze aankwamen op een groot veld. Het was groter dan een voetbalveld, misschien wel groter dan twee voetbalvelden.
Maar een schip of iets wat daar op leek zag ze niet. Toch besloot ze niks te zeggen en stapte ze uit de auto. Esmée kwam naast haar staan.
"Zie jij iets?" fluisterde ze in de oor van haar beste vriendin, waarna Lieke langzaam haar hoofd schudde.
"Oké, dan word ik niet langzaam gek." mompelde ze.
Lieke was het daar wel mee eens. Ze keek naar Leonard, die haar aankeek. Hij knikte snel, alsof hij hoopte dat Lieke hem echt zou vertrouwen.
Toen kwam er iets te voorschijn. Alsof er een doek van het schip af werd gehaald. Het was enorm en Lieke haar ogen werden langzaam groot. Er ging een klep open en Sara Lance stapte naar buiten. Sara was een goede vriendin van Ray.
"Wie weet hier nog meer van?" vroeg Lieke zacht.
"Ik denk genoeg mensen." lachte Esmée. Daarna liep ze naar Ray en pakte zijn hand vast. Hij leek wat tegen haar te zeggen, maar Lieke kon het niet verstaan.
Leonard liep naar haar toe en legde zacht zijn hand op haar onderrug. Lieke liep samen met Leonard richting het schip, maar kon geen woord uitbrengen. Ze snapte niet wat er gebeurde. Dit was toch te absurd voor woorden?
Sara liet hun binnen op het schip en overlegde even met Leonard. Zelfs Sara leek verbaasd over zijn toestand, waardoor Lieke eindelijk de beslissing nam en haarzelf verzekerde dat hij niet loog. Ze liep achter Ray aan richting een kamer die ze de bibliotheek hadden genoemd. Er stond een groot scherm, waar verschillende dingen op geprojecteerd waren.
"Wacht hier maar op Leonard. Dan kan hij je laten zien wat hij heeft gezien.." zei Ray toen. Hij legde zijn hand even aanmoedigend op haar schouder en liep toen terug naar de voorkant van het schip. Lieke keek om haar heen en zakte toen neer op de bank.
Ze zag af en toe mensen voorbij lopen, maar het lang ellendig lang te duren voordat Leonard terug kwam. Leonard schraapte zijn keel, waardoor Lieke meteen op keek. Het eerste wat haar op viel was de schone kleding. Het donkerblauwe shirt dat hij nu aan had, stak prachtig af tegen zijn blauwe ogen. En de broek was zo strak, dat zijn benen een lust waren om naar te kijken.
"Beter zo?" vroeg hij lachend. Lieke lachte haar tanden bloot.
"Ja, veel beter." zei ze toen. Hij seinde haar, waardoor ze op stond.
"Gideon, kan je mijn toekomst laten zien?" vroeg Leonard toen op eens. Dat Lieke schrok toen het schip begon te praten, was eigenlijk nog zacht uitgedrukt.
"Wie is Gideon en waarom praat dit schip?!" riep ze bijna.
"Gideon is onze AL." legde Leonard uit.
"Goedemiddag, mevrouw Miller." zei de vrouwelijk stem, waardoor Lieke iets dichter bij Leonard ging staan.
Leonard lachte er zachtjes om en legde voorzichtig zijn hand om haar schouders.
"Kijk." zei hij toen. "Dit is mijn toekomst."
Toen Lieke naar het scherm keek zag ze inderdaad een aantal foto's van haar en Leonard samen. Ze waren niet veel veranderd, maar ze waren duidelijk ouder geworden. Toen ze beter keek zag ze een ring om haar vinger zitten. Om haar ringvinger om precies te zijn.
"Had jij in de toekomst een ring om je vinger?" vroeg ze nieuwsgierig. Leonard liep langs het bureau en drukte een foto aan. Toen hij inzoomde was er inderdaad een ring te zien.
"Ik denk dat we getrouwd zijn." zei Lieke toen, waarna ze haar wenkbrauw op trok. Leonard draaide zich naar haar toe.
"Dan ben ik tenminste wel met iemand getrouwd die weet hoe het leven in elkaar zit." lachte hij.
"Dat weet ik zo net nog niet. Mijn reflex is om criminelen aan te geven bij de politie, volgens mij heb ik dat niet gedaan."
"Gelukkig niet." zei hij, waarna hij naar haar toe liep. "Bedankt daarvoor."
Lieke wilde knikken, maar voordat ze dat kon doen voelde ze Leonards lippen kort op haar wang rustten. Ze keek hem verlegen aan en pakte toen Leonards hand, die hij voor haar had uitgestoken.
"Geloof je mij nu wel?" vroeg hij onzeker.
"Ja, maar Leonard, ik ken je pas een uur of twee.." fluisterde ze.
"We hebben nog lang genoeg de tijd om elkaar te leren kennen." zei hij, terwijl hij haar naar de voorkant van het schip leidde. "Als ik bij je mag blijven tenminste."
Lieke wilde geen nee zeggen. Ze was oprecht benieuwd hoe de man was. En ze hoopte met heel haar hart dat hij nooit meer terug viel in zijn oude gewoontes. Als dat het geval was, dan kon ze kijken naar een toekomst met hem. Maar aan de andere kant wist ze ook wel dat de toekomst vast stond. En dat wat er ook zou gebeuren, dit haar man zou zijn. En heel misschien, vond ze dat diep van binnen helemaal niet zo erg.

Reacties (28)

  • Helgenberger

    Moet wel even die gif mentionen bc ITS GEIL

    2 jaar geleden
  • Helgenberger

    WHAT THE FORK DIT IS ZO CUTE BYE LOVE IT

    2 jaar geleden
  • AckIes

    DEZE OS IS WEL ECHT HEEL BAE I LOVE IT

    2 jaar geleden
  • AckIes

    OH MAAR DIE GIF IS WEL DE BESTE OOIT

    2 jaar geleden
  • Helgenberger

    DEZE ONE SHOT IS GODVERDOMME ZOVEEL LEEF I CAN'T HANDLE IT ANYMORE. EVEN!!!! DIE GIF YES.*O*I LOVE DE LEVEN.

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen