Foto bij Scar 3

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Maar... waarom bel je?’
Ja, waarom bel ik eigenlijk? Dat is echt een hele goede vraag. Het leek zo'n goed idee, maar dat geldt voor bijna als mijn ideeën. Ze líjken een goed idee.
‘Weet ik niet,' zeg ik. 'Ik moet... ik moet gaan. Tot morgen.’
‘Doei,’ antwoordt ze, heel zachtjes, en hangt dan op.
Ik leg mijn telefoon weer op tafel en buig voorover, sla mijn hoofd een aantal keer zachtjes tegen het hout. Waar sloeg dát nou weer op? Blijkbaar moet mijn telefoon een avond-slot hebben, of alcohol-test. Misschien wel allebei. Ik zou er een TED-talk over moeten houden. Dan kan ik mezelf nog meer voor schut zetten.
‘Shit,’ vloek ik zachtjes tegen het tafelblad.

De volgende ochtend, wanneer ik in de schemering van de vroege ochtend naar werk rij, is zij daar. Niet op het bureau, maar op de stoep, aan het joggen. Een frons trekt over mijn gezicht. Hoe denkt ze over vijfentwintig minuten op haar werk te zijn?
Wanneer ik ongeveer naast haar rij, rem ik. Paige kijkt opzij, haar bruine wenkbrauwen trekken in een frons naar elkaar toe op het moment dat ze mij herkent. Ik open mijn raam en ze loopt naar me toe - de berm brengt modderstrepen aan op haar sportschoenen.
‘Wat doe je?’ vraag ik.
Haar armen - die slap langs haar lichaam hingen - slaat ze om haar buik, drukt ze tegen zich aan, alsof ze zich kleiner wilt maken. In haar zilveren ogen zie ik hoe ze probeert uit te vinden wat ze verkeerd gedaan heeft.
‘Gewoon... joggen?’ zegt ze onzeker.
Ik krab ongemakkelijk op mijn achterhoofd. Wil ze niet naar werk komen omdat ze zich geïntimideerd voelt vanwege dat ik haar gisteren belde? Want in dat geval heb ik deze werkrelatie wel héél snel verwoest. Het is vast een record. Ik heb nu eenmaal een talent om dingen te verpesten.
‘Om acht uur moeten we op het bureau zijn,’ zeg ik.
Haar ogen vernauwen en ik weet niet of ze mij wantrouwt of dat ze nadenkt, maar dan vliegen ze open en slaat ze een hand voor haar mond. Ze laat een gedempte vloek horen, kijkt me wanhopig aan.
‘Dat was toch om negen uur?’ vraagt ze. Haar stem trilt en ze probeert het weg te slikken.
Ik schud mijn hoofd, wil een kort lachje laten horen, maar doe het niet, bang dat het haar nog zenuwachtiger maakt. Wat haar zoveel faalangst en onzekerheid ingeboezemd heeft, weet ik niet, maar het product staat nu met trillende handen en ogen vol paniek voor me. Ik kan niet ontkennen dat ik er tegelijkertijd achterdochtig en nieuwsgierig van word, maar ik houd me in.
‘Ik ga te laat komen,' fluistert ze, bijna misselijk. Ze schudt ongelovig haar hoofd en lacht schamper. 'Ik ga te laat komen op mijn eerste dag. Heel typisch, dit.'
Ik schud van nee.
‘Stap in,' zeg ik. 'We rijden snel naar jouw huis en gaan dan naar het bureau. Waarschijnlijk redden we het wel als we ons haasten.’
Ze kijkt me opgelucht en tegelijkertijd verbaasd aan.
‘Echt?! Meen je dat?!’ stoot ze uit.
Ik knik, grijns naar haar, hopend dat dat haar stress wat laat wegsmelten.
‘Natuurlijk. Geen probleem. Ik ken de commissaris. We kunnen best een paar minuten te laat komen. Hij is dat waarschijnlijk ook wel, als ik een voorspelling mag doen. Stap in. Maak je geen zorgen,’ druk ik haar op het hart.
Snel haast ze zich naar het portier en stapt in, klikt haar gordel vast, wat door haar nog altijd trillende handen wat moeizaam gaat. Ik vraag er maar niet naar.
‘Zeg maar waar we heen moeten.’

Ze woont inderdaad in een appartement, zoals ik eigenlijk al gedacht had. We rennen naar boven, naar de derde verdieping. Haar handen beven nog steeds wanneer ze het slot open probeert te maken en het duurt even voordat het haar lukt.
Binnen in haar appartement is het kaal. En grijs. De muren, het tapijt, het plafond: alles. Haar ogen zijn een diep, glanzend soort grijs, als zilver, maar dit niet - dit is donker en dof en alleen.
En dan, in een hoek van de woonkamer, op het moment dat zij in haar politie-uniform haar slaapkamer uit komt lopen, zie ik een terrarium. Er zit een slang in. Hij is zwart, met verschillende felrode en lichtblauwe strepen die van staart tot kop lopen. Ik kijk van het reptiel naar Paige en terug.
Als kind vond ik slangen geweldig, maar ik was doodsbang voor ze. Dat had ik wel met meerdere dingen. De oceaan vond ik ook geweldig, maar verschrikkelijk eng. Hetzelfde gold voor de ruimte. Alles was zoveel simpeler toen je nog bang kon zijn voor het onbekende. Nu moet je je angsten gewoon recht in de ogen aankijken. Je kan geen kant op.
‘Wat is dat?’ vraag ik.
Ze kijkt met een vragend geluidje op van het vastmaken van haar badge en volgt mijn blik naar het terrarium. Haar wangen worden rood, alsof ze zich ervoor schaamt.
‘O... eh... dat is Ody. Een kousebandslang. Hij is niet gevaarlijk,’ antwoordt ze snel. Heel even is ze stil. ‘Een thamnophis sirtalis parietalis, om precies te zijn,' voegt ze ze eraan toe en het verraadt dat ze er stiekem toch meer om geeft dan ze laat blijken.
‘Gaaf,’ zeg ik en glimlach naar haar, hopend haar te kunnen vertellen dat ze zich niet hoeft te schamen, dat ook zij het verdient interesses en passies te hebben. Ik vraag me af wanneer de laatste keer is dat iemand haar dat heeft laten weten. Misschien is het oneerlijk om zo snel te oordelen, maar ik heb oprecht het idee dat ze niet het meest vrolijke verleden achter de rug heeft. Eerder alsof ze zich moeizaam naar het heden heeft geworsteld, alsof ze haar plekje in deze wereld vechtend heeft moeten opeisen.
En heel even glimlacht ze terug - het maakt haar uitstraling iets zachter en haar ogen vriendelijker. Maar dan is het moment voorbij. Ze grijpt nog een haarelastiekje van het aanrecht en we rennen naar de deur.
‘Heb je eigenlijk wel ontbeten?’ vraag ik bezorgd.
‘Nee, maar dat maakt niet uit,’ zegt ze terwijl ze haar sleutel uit het slot trekt en we definitief kunnen vertrekken.
Ik zou haar eten aan kunnen bieden, maar dat heb ik helemaal niet bij me en we hebben de tijd niet om iets te halen. Tijdens onze patrouille rijden we wel snel langs een ontbijttentje.
Achteraf gezien had ze ook gewoon haar eigen auto kunnen nemen, maar op dat moment denken we daar niet aan, dus we stappen weer in mijn auto en ik rij naar het politiebureau, met naast mij in de passagiersstoel Paige Bourgeoiselle: een vrouw met zilveren ogen, een kousebandslang als huisdier en een huid zonder littekens.

Reacties (2)

  • Luckey

    Ben benieuwd

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Super goed dat ze hardloopt!

    En dat is waar ik dan weer op let:9~

    1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Sporten is dan ook heel belangrijk.xD

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen