Foto bij Scar 4

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Achteraf gezien had ze ook gewoon haar eigen auto kunnen nemen, maar op dat moment denken we daar niet aan.
Dus we stappen weer in mijn auto en ik rij naar het politiebureau, met naast mij in de passagiersstoel Paige Bourgeoiselle: een vrouw met zilveren ogen, een kousebandslang als huisdier en een huid zonder littekens.

Wanneer we uitstappen, realiseer ik mij opeens hoe verschillend Paige en ik eruitzien. Haar ogen zijn zilvergrijs - de mijne jade-groen. Mijn haar is donkerbruin, kort - dat van haar is lichter met grauwige gloed door haar glanzende lokken. Haar huid is heel licht, bijna van porselein - dat van mij wordt wat sneller bruin. Toch, om de een of andere reden, hebben we allebei de keuze gemaakt om bij de politie te gaan, in deze stad. Ik schud de gedachte uit mijn hoofd en doe de auto op slot. Het is niet belangrijk. Ik weet niet waarom ik er steeds aan blijf denken, maar zolang ik het enigszins kan negeren, is het niet belangrijk.
We zijn twee minuten te laat, maar wanneer we binnenkomen, valt het niemand überhaupt op. Paige heeft haar haar tijdens het rijden in een strakke knot gedaan, met een dunne lok haar aan weerszijden van haar gezicht. Het geeft haar een welverdiend professionele, zelfstandige uitstraling, die goed bij haar past, ook al maakt het dat ze er ook wat onvriendelijk en misschien zelfs iets kil uitziet.
We lopen de lunchruimte binnen. De meesten zitten nog aan de koffie, wachtend totdat Marco er zelf ook is.
‘Wil je ook iets te drinken?’ vraag ik en ik kijk even naar haar om. Het lijkt even te duren voordat ze doorheeft dat ik het tegen haar heb, nog een beetje versuft van de vroegte. Met over elkaar heen geslagen armen kijkt ze na een paar seconden op, één wenkbrauw opgetrokken.
‘Wat?’ vraagt ze, haar gezicht haast nonchalant, of in ieder geval minder serieus dan normaal.
Ik geef haar een schuine grijns. ‘Of je wat te drinken wilt,’ herhaal ik.
Ze schudt haar hoofd en kijkt naar het koffiezetapparaat. Wanneer ik die richting in loop volgt ze mij automatisch, alsof ze zich niet gemakkelijk voelt alleen te staan in het open van de ruimte als er een kans is dat veel mensen naar haar kijken. Het lijkt alsof ze op wil gaan in de massa. Gezien haar gebrek aan littekens, is het vrij waarschijnlijk dat mensen haar vaak aanstaren.
Terwijl ik mijn beker vul met het enige wat mij de ochtend door gaat helpen, hoor ik een stem. Een stem die veel te dichtbij is. Een stem die het niet tegen mij heeft, maar tegen Paige, waar ik mij nog veel meer aan erger. Chris Cassidy.
‘En wie ben jij? Je moet hier wel nieuw zijn, want zo iemand als jij kan ik onmogelijk vergeten,’ zegt hij en ik hem zo graag in zijn gezicht willen slaan. Je hoort het aan zijn stem, ziet het aan zijn zelfingenomen grijns.
Ik draai mij met op elkaar gedrukte kaken naar links, naar het geluid.
Chris heeft hazelkeurige ogen, warrig, blond haar en een stoppelbaard; een in zijn ogen gouden combinatie waarmee hij alle vrouwen mee beweert te kunnen krijgen. En de manier waarop hij tegen vrouwen aankijkt is het bewijs dat niet alle agenten goed zijn. Hij heeft tienermeisjes gefouilleerd, alleen omdat hij het wilde, niet omdat ze verdacht waren. En hij heeft erover opgeschept. Hij zou in de gevangenis moeten zitten. Of in ieder geval psychische hulp moeten krijgen. Ik ben zeker niet vergeten dat hij me ooit uit het niets in geuren en kleuren heeft verteld over zijn agressieve seksuele fantasieën. Ik krijg dagelijks met criminelen te maken, maar niemand maakt me zo misselijk als Chris Cassidy.
Met uitgestoken hand en nonchalant tegen de muur geleund kijkt hij haar aan, maar zijn blik is dominant, bezitterig, intimiderend, alsof hij haar wil dwingen hem aardig te vinden. Dat doet hij eigenlijk altijd wanneer hij een nieuwe vrouw ontmoet.
Ik zie Paige verstijven. Niet verstijven van verwarring, maar van angst - echte angst. Aan Chris' blik te zien, heeft ook hij het opgemerkt, maar dat houdt hem niet tegen. Sterker nog: de twinkeling in zijn ogen vertelt dat hij het juist leuk vindt.
Opeens vraag ik me af of Paige als kind ooit misbruikt is. Ik hoor het steeds vaker. Moeders, vaders, ooms, tantes en noem maar op, die hun handen niet thuis kunnen houden. Maar misschien moet ik gewoon ophouden met zoeken naar een manier om wat haar anders maakt als iets te kunnen bestempelen en gewoon proberen bevriend met haar te raken.
‘Ik ben inderdaad nieuw.’ Heel even lacht ze en voor een moment denk ik dat het echt is, maar dan pakt ze Chris’ uitgestoken hand vast en begint ze precies druk te zetten op de gevoelige plekken van pezen en spieren, wat zonder twijfel pijn doet. Hij houdt zijn gezicht in de plooi, maar ik zie subtiel een spier bij zijn oog trekken. ‘Ik ben Paige en niet in de stemming om mensen zoals jij te verdragen. Aangenaam.’
Heel even houdt ze nog stevig vast, en kijkt met stalen blik hoe hij probeerde geen vreemde gezichten te trekken van de pijn wanneer de druk bij zijn pees vergroot. Dan laat ze los en ondanks dat hij duidelijk stoer probeert te blijven, hapt hij opgelucht naar adem, ook al hij herstelt zich snel weer.
‘Oh, c’mon. Je hóéft je niet te verzetten,’ grijnst hij en ze zet een klein stapje achteruit.
Niemand anders let op, ziet dat ze bang is - maar ik wel. En toch is haar stem helder als ze spreekt.
'Verzetten waartegen? De drang om je kaak te breken? Want ik kan je beloven dat je zeker weten wel wilt dat ik me daartegen verzet,' merkt Paige op.
Ik haal mijn opeengedrukte kaken van elkaar en vang met een boze blik die van Chris. Zijn ogen staan opgefokt.
‘Chris, laat haar met rust,’ zeg ik en ondanks dat de woorden zelf niet zo waarschuwend zijn, weet ik dat de dreiging in mijn stem niet onopgemerkt blijft.
Ik haal de volle beker koffie onder het apparaat vandaan en kijk haar kort aan, probeer Chris volledig te negeren, wat door zijn enorme ego die de ruimte lijkt te vullen nogal moeilijk is.
‘Kom, dan gaan we kijken waar Mar... Commissaris Kowalski blijft,’ zeg ik en opnieuw duurt het even voordat ze reageert, maar dit keer omdat ze in gedachten ergens anders is, al weet ik niet waar - ook al kan het niet anders dan dat het te maken heeft met haar verstijven toen Chris haar benaderde.
Ze knikt en loopt zonder me aan te kijken met mij mee.
‘Chris is... eh... niet te vertrouwen. Dat je dat even weet,’ maak ik haar duidelijk en ze kijkt me vanuit haar ooghoek aan. Waarschijnlijk heeft ze die conclusie zelf ook al wel getrokken.
‘Jaloers?’ zegt ze haast plagerig, maar ik zie dat haar handen trillen, dat ze iets verbergt en dat haar glimlach nep is.
Ik breng de mok naar mijn mond en antwoord niet.

Reacties (3)

  • MissEL

    Haar reactie ook 😂

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Ik haat Chris nu al!

    1 jaar geleden
  • Luckey

    Als dat maar goed gaat

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen