||Nymphadora ELoise ULey.

Embry zat met gefronste wenkbrauwen en een bedenkelijk gezicht voor zich uit te staren. Hij had aandachtig naar het verhaal geluisterd dat ik hem verteld had over Storybrook. De evilqueen, Emma en haar zoon Henry die ze vijftien jaar geleden heeft laten adopteren, de dwergen, en zo nog enkele andere. Alsof hij er echt over na dacht.
Mij echt deed geloven.
"Emma, de redster heeft de vloek verbroken. Ze moest haar zoon Henry redden van een vervloeking door de evilqueen, die het gemunt had op Emma en niet op Henry. Maar Henry at van de appelflap die de evilqueen had gebakken, en niet Emma. De jongen viel in een diepe slaap, een slaap vloek kan alleen verbroken worden door een true loves kiss" sprak ik het verhaal verder op.
"Iedereen heeft zijn of haar geheugen terug, hen leven dat ze hadden in het sprookjesbos moeten ze nu voortzetten in Storybrook" fluisterde ik, stilletjes. "We hebben nog altijd niks om op terug te reizen naar het sprookjesbos, sommige denken dat ze gevangen zitten in een wereld zonder magie" zuchtte ik, fronsend.
"Magie zit in alles" was Embry zijn weerwoord.
"Ja, dat weet ik, dat weet jij, maar zei?" ik keek Embry aan vanonder mijn lange gekrulde wimpers.
En om heel eerlijk te zijn, was de jongen een handsome jongen, een gezicht dat echt prachtig was, een lichaam dat gespierd is en geloof het of niet een heerlijk karakter. Hoe meer ik in de jongen zijn ogen keek hoe meer ik mij voelde wegzakken in zijn diepe donkere spoelen. Hij mij leek mee te voeren op een roze dikke wolk naar het onbekende land.
"Mijn vader zegt dat ik vervloekt ben, dat ik ze zich niet heeft weten te beheersen door een uitspraak, door haar acties" fluisterde ik zo zacht dat Embry het haast niet gehoord kon hebben. Maar hij deed het wel, aan de spanning te voelen van zijn armen.
"Ze is ontsnapt, maar pap is haar op het spoor" knikte ik, hoopvol.
"Je vader vertelde wel zoiets" knikte Embry, stilletjes.
"Embry" vragend keek ik op, naar de jongen.
"Mag ik nog even zwemmen voor we terug gaan" mij in de armen van de jongen draaiend begon hij te grinniken en te lachen.
"Maar natuurlijk, mag je nog even zwemmen, ik roep wel als we gaan" knikte Embry die zich met een plof op zijn rug liet vallen. Ik daarin tegen drukte mij recht trok mijn jurk en laarzen uit en sprong als een bom te water. Afkoelen, mijn hersenspinsels op wat anders dan ellende, gevaar en stress. Het leven was te kort om te kniezen om iets wat toch onzekerheid was.
Een paar slagen en ik dook naar de bodem van de beek.
Dook onder de waterval door waar ik op een roodharige stuitte, de roodharige met een tale. Een giechel verliet mijn mond en beide keken we elkaar aan alsof we twee totaal vreemde van elkaar waren.
"Sorry, Ariël, had je niet gezien" giebelde ik wapperend met mijn armen in de lucht.
"Sorry voor mij naar jouw ook, ik tolde maar wat rond" lachte Ariël knipogend.
"Maar vertel is, wie is dat mooie stuk in dat veld" Ariël nam geen blad voor haar mond, en ze was net als ik erg nieuwsgierig.
"Dat is Embry" giechelde ik, "bedankt voor Sebastiaan" fronste ik verder.
"Sebastiaan" vroeg Ariël niet geheel begrijpend, "ja, die ellendige kwebbelende rode krab" verwoorde ik het dier.
"O, je bedoelt Sebastian, die is niet vanuit mij" Ariël schudde haar hoofd, "daar zal mijn vader achter zitten" knikte ze bedenkelijk, niet geheel gerust erop.
"O, oké, hij is nogal vervelend" verzuchtte ik.
De rinkelende belletjes lach van Ariël galmde door tot in de waterval.
"Maar ik wilde je zeggen, dat je vader veilig de rand heeft doorkruist, part one van het plan is in werking" knikte ze knipogend. Verbaasd keek ik de roodharige dame aan, "wat weet jij van mijn vader, van wat hij aan het doen is" vroeg ik brutaal. Ariël begon te lachen, "ik heb zo mijn connectie's, en daarbij wij meerminnen hebben zo ook hun plichten" giebelde ze mysterieus verder.
"Vast, dat zal vast" knikte ik achterdochtig.
"Nymphadora, waar zit je" was ineens de bezorgde stem van Embry.
"Sorry, Ariël ik moet gaan, het was leuk je weer gezien te hebben. Volgende keer gaan we wel zwemmen" knikte ik, geschrokken.
"Ja, uiteraard, tot nog is" glimlachte ze, knipogend.
Met een plons dook ik naar de bodem en zwom zo weer naar boven in de beek, bij de rand kwam ik kopje boven waar Embry mij verbaasd zat aan te kijken.
"Sorry" giechelde ik, onschuldig.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen