En we starten... veel leesplezier!

Na een korte zucht strekt Miraya Gweluneth Liber haar vleugels en trekt ze een geërgerd gezicht. Ze heeft net een paar uur achter elkaar gevlogen en is nu uitgeput. Maar ja, wat verwacht je dan ook?
De jonge Sora-Elfin kijkt om zich heen, terwijl ze het vuil van haar met tatoeages bedekte armen klopt. Opnieuw verlaat een zucht haar mond, waarop ze opstaat en omhoog probeert te vliegen, maar dit blijkt een mislukte poging.
‘Stupid wings,’ kreunt ze, terwijl ze weer op haar voeten landt, ‘doen ook nooit wat ik wil.’
Miraya kijkt om haar heen: ze is een gebied waar ze de weg niet weet en haar vleugels zijn zo goed als dood. Beter kan niet.
Dan maar gaan lopen, vliegt er door haar gedachten. Ze zet een voet voor de andere en baant zich een weg door het diepe woud, waar alle Elfenstammen zitten. Het is er gevaarlijk, maar Miraya is zo’n persoon die altijd wel denkt dat het goedkomt. Nu dus ook.
Om de jonge Elfin heen staan enorme bomen, en, omdat Elfen vaak rond de vijftien centimeter groot zijn en Miraya nogal klein is voor haar zestien jaar, voelt ze zich extra klein.
Miraya zucht opnieuw. Op deze manier zal het uren duren voordat ze weer in Asterope is, maar ze laat zich er niet door ontmoedigen. Met de vastberaden, huppelende tred die iedereen van haar gewend is, loopt ze door.
Tót er een stem door tussen de bomen klinkt.
Miraya’s hart begint te bonken; ze heeft al door wat er op haar pad komt. Meteen zoekt de Sora-Elfin een schuilplaats, maar het enige wat ze kan vinden is een verdord blad.
Freaking Mens, denkt ze, dit is het meest ongelegen moment waarop die stomkoppen konden komen!
De stem komt ondertussen steeds dichterbij, en Miraya probeert zich schuil te houden onder het blad, maar dit gaat niet van harte; het stof uit haar vleugels, zweeft nog steeds overal om haar heen en ze is te jong om te weten hoe ze het uit moet zetten.
Een Mensenkind, een nog jonge zo te zien, komt door het bos aanstampen, maar stopt zodra hij het twaalf centimeter grote meisje onder het blad ziet zitten. Hij ziet de angstige blik in haar felgroene ogen niet, en loopt nieuwsgierig naar de Elfin toe.
Zodra hij zijn hand naar Miraya toesteekt, lijkt het hart van het meisje te stoppen met kloppen. Haar handen beginnen te trillen en tranen beginnen zich in haar ogen te vormen.
Opeens schreeuwt het Mensenkind, en hij deinst achteruit. Miraya heeft geen idee wat er gebeurt, maar weet dat ze veilig is zodra het gruwelijke monster vertrekt.
Nog na trillend kruipt Miraya onder het blad uit, gaat op de grond zitten en kijkt om zich heen: een schaduw op een hoge tak trekt haar aandacht, en ze merkt dat ze haar ogen er niet vanaf kan halen.
De schaduw vliegt naar beneden en doordat er nu ligt op hem schijnt, kan Miraya eindelijk zien wie haar redder is: een jonge Elf, zo te zien van de Hikari-stam, met roodbruin haar tot net iets boven zijn schouders en vrolijke, blauwe ogen.
Miraya staart hem aan, terwijl hij naar haar toekomt en zijn hand naar haar uitsteekt. ‘En daar is goede daad nummer één,’ glimlacht hij, ‘je was erg in de penarie, meisje. Waarom vloog je niet weg?’
Miraya pakt voorzichtig zijn met een leren handschoen bedekte hand vast en staat op. Ze bloost uit schaamte en schuift haar haar achter haar oor. ‘Eh, mijn vleugels zijn een beetje uitgeput. Ze moeten even rusten.’
De jongen kijkt haar medelevend aan en zet dan weer een glimlach op. ‘Nou, je bent weer veilig. Ik heet Sander, trouwens. Jij?’
‘Miraya,’ mompelt de jonge Sora-Elfin, terwijl ze haar hoofd buigt. Ze heeft zich nooit in kunnen denken dat ze ooit gered zou worden door een Hikari… als hij er tenminste één is…
‘Mag ik iets vragen?’ Miraya schrikt op, maar knikt. Sander legt zijn rechterhand op de schouder van het meisje voor hem en kijkt haar bezorgd aan. ‘Ben je oké? En, wat doe je hier? Dit is geen plaats voor Elfen, van geen enkele stam!’
‘Sorry,’ fluistert Miraya, ‘ik ben van huis gevlucht en wist niet waar ik heenging… en nu ben ik dus verdwaald…’
Opeens schiet haar iets te binnen. ‘Maar, als dit geen plaats voor Elfen is, wát doe jij dan hier?’
Sanders hand valt van de Sora-Elfins schouders af, terwijl hij begint te stotteren. ‘Eh, ehm, zie je, ik, eh… ik weet het niet, oké? Ik denk dat ik gewoon Dento’s drukte wilde ontsnappen…’
‘Dus je bent een Hikari…’
‘Nou, jij bent een Sora!’ Miraya krijgt een kleur. ‘Ja, en? Wat is daar mis mee?’
Sander grijnst. ‘Je bent wel een pittige, Miraya. That’s cool. Je bent nog lang zo erg niet als de andere Sora-Elfen.’
Miraya leunt iets naar hem toe en drukt met een vinger op zijn borst. ‘En jij bent nog lang niet zo slecht als die andere Hikari-Elfen. En dat komt van de volgende Heerser van Sora!’
Dan slaat ze haar handen voor haar mond: dit was niet de bedoeling! Ze ziet Sanders mond openvallen en zijn ogen groot worden, terwijl hij trillend zijn hand op de dolk in zijn riem legt. ‘Dit kán niet waar zijn…’ fluistert hij. ‘Ze zeggen dat Sora’s volgende Heerser een vreselijk machtig persoon is die je in één seconde zou kunnen doden…’
Hij stapt naar achteren, terwijl Miraya haar handen van haar mond afhaalt en rood wordt.
‘Luister, Sander…’ Haar stem trilt en ze staat te bibberen. ‘Ik weet niet wat ze je vertellen daar in Dento, maar ik ben niet gevaarlijk. Ik zou nooit iemand kwaad doen, geen Sora, geen Niwa, geen Kasai, geen Shado en geen Hikari… jou dus ook niet…’
Sander lijkt een beetje te relaxen, tot hij de tatoeages op haar armen, benen en schouders ziet. ‘Maar, die tattoos… die worden alleen maar uitgereikt aan uitzonderlijk getalenteerde Sora’s…’
‘Nou, jij hebt zeker kennis van de stammen,’ zegt Miraya voorzichtig, ‘en ja, maar dat is omdat ik ons Element perfect beheers. Ik heb mijn hele leven getraind en verdiende ze… het is iets om trots op te zijn… maar ik word er nu wel door na gefluisterd...’
Bij die woorden haalt Sander zijn handen van zijn wapens af en verzacht zijn blik. ‘Dat is… rot…’ Hij kijkt naar de grond en zucht. ‘Bij ons in Dento is dat niet zo. Als je bij ons tattoos hebt, heeft iedereen respect voor je. Ik heb ze zelf ook, weet je.’
Na die woorden doet hij zijn vest uit en wijst op de tatoeages die allebei zijn armen volledig bedekken. Miraya kijkt er nieuwsgierig naar: anders dan de tatoeages die de Sora-Elfen ontvangen, zijn deze vormen vol met verbonden sterren. De jonge Elfin dacht altijd dat sterren iets van de Sora-Elfen waren, maar dat bleek dus verkeerd te zijn.
‘Waarom verberg je je tatoeages, Miraya?’ Sander trekt zijn vest weer aan en geeft het meisje een nieuwsgierige blik.
Miraya glimlacht voorzichtig en ze buigt haar hoofd, waardoor haar lange haar voor haar ogen valt. ‘Ik… ik weet het eigenlijk niet,’ zegt ze, ‘ik ben toen ik twaalf werd begonnen met lappen stof erom te binden, en sindsdien is het een gedeelte van mijn outfit… klinkt het raar? Veel Elfen vinden me erom raar...’
Sander schudt zijn hoofd en legt zijn handen op haar met witte lappen stof bedekte armen, waarop hij haar strak aankijkt. ‘Het is niet raar. Jij bent niet raar. Je bent gewoon anders dan zij, meer niet!’
Om de één of andere reden verschijnt er een glimlach op Miraya’s gezicht, waarop ze van hem weg stapt en kleintjes lacht. ‘Ik denk dat ik nu maar eens terug moet naar Asterope. Ik zie je nog weleens, hè?’
Overtuigend knikt de Hikari-Elf. Hij spreidt zijn zwarte vleugels en vliegt een stukje omhoog, waarop hij naar Miraya salueert, de normale afscheidsgroet van de Hikari.
‘Ik zie je nog wel!’ roept hij. ‘En, herinner me eraan, dat als wij allebei op de tronen van de Sora en de Hikari zitten, dat we dan vrede gaan sluiten!’
Binnen een seconde is hij verdwenen. Miraya glimlacht, maar dan dringt het tot haar door. Ze probeert of haar vleugels het doen en vliegt een stukje omhoog, waarop ze probeert te zien waar de jonge elf heen is gevlogen.
‘Sander! Waar ben je freaking heengegaan?! Ik moest nog iets vragen!’ De jonge Elfin maakt van haar handen vuisten en probeert te horen waar Sander naartoe is gegaan, terwijl ze een steeds hogere snelheid creëert.


AN:
HOE CLOSE KUNNEN DIE TWEE WEL NIET WORDEN IN ÉÉN FREAKING HOOFDSTUK???
Maar, hoe was het? Ik weet dat ik niet de allerbeste schrijver ben (mijn vrienden zeggen andere dingen, maar ik geloof ze niet...), maar ik heb het geprobeerd!
See ya in the next chapter!

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen