Foto bij OO8. Henry Reagan

Ze zag er op het eerste zicht werkelijk doodsbenauwd uit, maar het vreemd soort opstandigheid in haar ontwijkende ogen deed Henry fronsen. Aangezien ze het nodig vond zichzelf op sporen van misdaad te onderzoeken - en Henry allang niet meer wist wat hoffelijkheid betekende - volgde hij haar blik over haar lichaam. Hij was wel nog zo professioneel om zijn gezicht steenhard te laten. Kleine, onwetende meisjes die niet konden zwemmen hoefden helemaal niet te weten wat er zich in zijn hoofd afspeelde.
      Hij raapte zijn spullen van de grond en stopte de dolk weer op zijn plaats. Het was fris, in zijn natte kleren, maar Henry had geen zin om zijn andere spullen ook doorweekt te maken en gooide ze - nadat hij toch zijn schoenen had aangetrokken - over zijn arm. Ondertussen was er nog steeds geen woord uit de mond van het meisje naast hem gevallen, en hij wierp haar een geërgerde blik naar haar toe. De teleurstelling van die ochtend drukte zwaar op zijn humeur, en als ze niet snel wat zou uitkramen, zou Henry geneigd raken haar weer op te tillen en in de rivier te gooien totdat er iets zinnigs uit haar mond kwam.
      "Het gaat prima met mij, bedankt voor het vragen." Zijn handen begonnen al te jeuken. Tel tot tien, Henry. Het hielp niet zo heel goed.
      "Ik denk niet dat ik je vroeg om een brutale mond op te zetten," zei hij geïrriteerd. Het ergste was dat er iets gaande was waar Henry geen flauw benul van had. Hij haatte het als hij ergens geen flauw benul van had en ging het liefst met gewelddadigheid op zoek naar een antwoord. Twee vreemde mannen die een fragiel meisje bedreigden, leek een stap in de goede richting, maar het leek Henry geen goed idee om dat knappe gezichtje van dat fragiele meisje met zijn vuist te bewerken omdat hij antwoorden wilde.
      Hij was een man, hij mocht ook wel eens genieten van de mooie dingen in het leven, al konden die mooie dingen hem soms met een extreem irritante dwaze blik aanstaren.
      Hij hurkte bij haar neer en stak een hand naar haar uit, met een overdreven geforceerde glimlach. "Henry," stelde hij zichzelf voor. "Nu je mijn naam kent, kan je me dan eindelijk die van die twee heren van daarnet geven?"

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen