(Dit is niet op wat voor manier disrespectvol naar gelovige mensen)

R

roekeloos


Iedereen kent het gevoel wel. Je doet mee met een wedstrijd, en je lacht en zegt dat je toch niet gaat winnen terwijl je stiekem in je hoofd hoopt, dat je toch wint. Dan win je natuurlijk niet, en lach je dat je het al wel verwacht had, terwijl je toch wel wat teleurstelling voelt. En niet alleen met wedstrijden, ook bijvoorbeeld met een toets op school. Je weet dat je niet gioed gekeerd hebt en dat het je waarschijnlijk niet gaat lukken, maar toch heb je dan even vertrouwen in dat je toch een hoog cijfer krijgt. Maar dan krijg je je toets terug en zie je wat je logische brein al verwacht had: een 4.
En dat is bij zoals zo’n wedstrijd niet zo erg, maar soms kan die teleurstelling zo’n pijn doen dat je roekeloze dingen kunt gaan doen.

“Juan?” We zaten op jou bed die middag, ik zat wat huiswerk af te maken en jij las een stripboek. “Ja?” Jij zuchtte en keek alsof je iets tegen me ging zeggen wat je liever niet zei. “We zijn nu al meer dan een jaar bij elkaar...” “Ja?”, vroeg ik niet-begrijpend. Eerst was ik even heel bang geweest dat je het uit ging maken, maar dat was gelukkig niet het geval. “Denk je niet dat het tijd is om uit de kast te komen en het aan je ouders te vertellen?” Voordat ik mijn mond open kon doen om wat te zeggen begon je weer te praten. “Ik weet dat je bang bent en dat ze er waarschijnlijk niet de slingers voor zullen ophangen, maar ik begin het een beetje zat te worden. Ik weet dat dit zelfzuchtig klinkt maar ik vind het ook niet leuk om steeds maar zo stiekem te doen. Juan, ik houd echt heel veel van je, en ik wil dat aan de wereld kunnen laten zien in de plaats van het geheim te houden. Ik wil je ouders officiel ontmoeten en aan ze voorgesteld worden als je vriendje.” Ik slikte en voelde schuld in mijn borst opkruipen. “Dat weet ik, en ik gun jou natuurlijk het allerbeste, maar... Je moet ook aan de gevolgen denken. Ik kan uit huis gezet worden, ze kunnen ons verbieden om elkaar ooit nog te zien en ergens naar Japan verhuizen en me met hun meenemen naar de andere kant van de wereld zodat we elkaar nooit meer kunnen zien. Ze kunnen je pijn doen, ze zullen me slaan.” “Juan...” Je pakte mijn handen en keek me bezorgd aan. “Het zijn je ouders. Ze zullen misschien wat tegen homo’s hebben maar het zijn en blijven je ouders. Ze zullen misschien de gedachte dat je een vriend hebt haten, maar jou niet. Jij als een persoon blijft altijd Juan, of je nou van jongens of van meiden houd.” Ik zuchtte en schudde mijn hoofd. “Je kent mijn ouders niet, je weet niet tot wat ze in staat zijn en hoe hatelijk ze kunnen worden.” Ik keek weg, maar jij pakte mijn kin en draaide mijn hoofd terug. “Schaam je je voor me?” “Wat?” “Schaam je je? Wil je niet dat mensen weten dat je gay bent? Is het omdat het niet cool is?” “Wat? Nee natuurlijk niet!” “Ben je bang dat je buiten de groep zou vallen omdat je anders bent?” Ik voelde een brok in mijn keel. “Waar heb je het over? Natuurlijk schaam ik me niet voor je.” Jij schudde afstandelijk je hoofd. “Ik weet niet of ik je kan geloven.” “Wat?” Mijn stem brak. “Ik meen het.” Toen stond ik vastberaden op. “Ik zal het bewijzen.” Met dat gezged te hebben boog ik me naar je toe, gaf je een snelle kus op je lippen, boog me voorover om mijn huiswerk te pakken en in mijn tas te stoppen en rekte me uit. Toen ging ik op je schoot zitten en trok de hals van mijn shirt omlaag. Ik wees op een willekeurige plek in mijn nek. “Kun je daar een plek achterlaten?” Je wangen kleurden vuurrood maar toen grijnsde je en gaf me een wenkbrauwwiebel. Ik rolde alleen met mijn ogen en streelde door je haar terwijl je mijn nek kuste. Ik tweifelde even toen je klaar was, en commandeerde toen: ”Nog eentje.” Toen stond ik op en hees mijn tas op mijn schouder. Je probeerde de blos ban je wangen te vegen. “Jemig Juan..”, mompelde je. “Normaal ben je nooit zo dominant en loop je me al helemaal niet zo te commanderen. Waar heb ik dit prachtige fenomeen aan te danken? Wat ben je van plan?” Ik knipoogde. “De wereld laten zien wiens eigendom ik ben.”

Maar oh boy was dat een fout. Zoals ik al zei kun je soms ergens voor stiekeme hoop hebben, ondanks dat je eigenlijk wel kunt bedenken dat die hoop vals is.
“Ma, pa, ik ben thuis!” “Ma en pa komen zo thuis.”, zei Raoul, mijn oudere broer. Hij roerde in een reusachtige pan tomatensoep. Ik ging naast hem staan en vroeg of ik kon helpen met het eten. Maar hij reageerde niet en zijn blik stond duidelijk in mijn nek. “Holy fuck broertje, wat heb je gedaan!?” Gauw trok ik de hals van mijn shirt op, maar dat verborg het niet. Dit ging nu al mis, Raoul mocht helemaal niet degene zijn die het als eerste zou zien. “Heb je een chick?” Ik raakte in paniek, zei niks, en rende gauw naar mijn kamer waar ik me in verborgen hield totdat ik hoorde dat mijn ouders thuis waren. En toen begon ik toch zo mijn tweede gedachten te krijgen. Ik kon toch niet zomaar met hickeys in mijn nek aan de eettafel komen zitten met een “oh ja en ik ben een flikker”? “Juan, eten nu! Het wordt koud!” En een diepe zucht opende ik de deur van mijn kamer en bad naar alle goden die er ook maar waren dat niemand het zou zien en dan Raoul er niet over zou beginnen. Waarom was ik eerst hier zo zelfverzekerd over geweest? Toch bestond er die kleine, valse hoop. Dat sparkje hoop die zei dat jij misschien wel gelijk had en dat het vast niet heel erg af kon lopen. “Juan wat heb je!? Waarom komen die vandaan!?” Oké, de hoop dat ze het niet op zouden merken verdween als sneeuw voor de zon. “Ehh.” Ik verzamelde al mijn moed. Het moest er uit. Vandaag was de dag dat ik het ging zeggen! “Mijn vriend..” Ik sloeg mijn blik neer en mompelde: “Merde.” (Een Frans scheldwoord voor het geval je dat niet wist, ik weet niet zeker of ik het goed heb geschreven lol) “Je wát!?”, vroeg mijn moeder geschrokken alsof ze me niet verstaan had. “Mijn vriend!”, zei ik luid. “Verdomme ma, ik ben homo oké?” Er heerste een pijnlijke martelende stilte die na een paar seconde onderbroken werd door het schorre gelach van mijn oom. Hij sloeg me op de arm. “Ach arm kind, hij is te verlegen om ons over zijn vriendinnetje te vertellen.” Hij lachte opnieuw. “Juan homo, wat een grap.” Ik voeld mijn keel dik worden en mijn ogen waterig. “Ik.. Ik meen het. Het spijt me.” Toen leek het door te dringen tot de mensen aan de tafel. Behalve mijn kleine zusje misschien, die gewoon door aan het eten was. “Juan meen je dit?”, vroeg mijn vader. Ik staarde naar mijn vingers, en knikte zachtjes. “Het spijt me zo erg.”, mompelde ik, en mijn zicht werd wazig door de opwellende tranen. “Na alles wat we voor je hebben gedaan” Mijn moeder klonk alsof ze een orkaan aan woede binnen probeerde te houden en dat dat haar de grootste moeite kostte. “Het is heus niet mijn keuze hoor!” “We hebben je opgevoed, je kosten betaald, je een jeugd gegeven, en dit is hoe je ons bedankt?!” Nu hield ze de woede niet meer tegen. “Hoe veel we ook voor je hebben gedaan en jij verraad ons met zo’n zonde! Dit gaat tegen Gods wil in, Juan, begrijp dat! Wij proberen brood op de plank te krijgen, onze familie te onderhouden en ook nog eens de educatie van jullie allemaal te betalen terwijl onze zoon vervolgens ligt te zondigen met een andere man! Dit is werkelijk het walgelijkste wat ik ooit heb gehoord.” De stille tranen dropen over mijn wangen. Het kleine beetje hoop dat ze er misschien oké mee waren was volledig vernietigd. Ik keek smekend naar mijn vader, biddend dat hij het voor me op zou nemen. “Het huis uit, voordat we allemaal naar de hel gaan.”, zei hij stijf en koud terwijl hij zijn stropdas rechtte. Met mijn laatste hoop tot kruimels vermorzeld keek ik hopeloos naar mijn grootmoeder die naast me zat. “Alstublieft.”, fluisterde ik. Er klink een harde pets door de keuken en geschrokken greep ik naar mijn wang. “Rot op, vies insect. Dit is waarom je moeder nooit van je hield.” Mijn andere broer stond op en greep me in mijn nek. “Kom mee Juan, ik help je je spullen pakken.” “Seth please!”, smeekte ik huilend. Hij sleepte me mee en begon kleren in een weekendtas te smijten. “Ik zeg niet dat ik er oké mee ben dat je een flikker bent, Juan. Maar” hij draaide zich om naar mij en legde zijn hand op mijn schouder. “Zoek me nog een keertje op, wil je?” Was dit werkelijk waar? Werd ik werkelijk uit huis gestuurd? “Het is voor het beste, broertje. God had het zo gewild.” En dat waren de laatste woorden voordat ik door mijn moeder in mijn kreeg werd gegerepen en het huis uit geslingerd werd. En toen begon ik te rennen. Ik weet niet meer waarom ik niet naar jou huis ging, waarschijnlijk omdat ik op dat moment zo verward en gebroken was dat ik er niet over wou praten. Ik had mijn weekendtas op de grond voor het huis gesmeten en was alleen met mijn portemonnee in mijn zak begonnen met rennen. Mijn benen deden na een tijdje verschrikkelijk veel pijn en ik was helemaal buiten adem. Ik nam een taxi en liet mezelf naar een hotel in de stad brengen. De dichtstbijzijnde stad was geen prachtige stad, en niet zo mooi en schoon als die van het aquarium. Het zat vol met donkere steegjes, cafés waar de rook in de lucht je vergaste en huizen met garages met graffiti waar luide muziek uit kwam. Ik aarzelde even voordat ik mijn keuze van het hotel nam. Ik kon in een vies, oud hotel, of in een luxer, groot, mooi hotel. Het probleem was alleen de prijs. Ik had amper geld op mijn rekening staan, en ik wou natuurlijk ook nog geld overhouden. Maar toen bedacht ik me iets: mijn grote spaarrekening. Ik had een grote spaarrekening waar ik al vanaf mijn jeugd alle grotere bedragen op bewaarde, en bijvoorbeeld verjaardagsgeld wat ik nooit gebruikte maar meteen op die rekening stortte. Ik had mezelf altijd beloofd om het te bewaren voor een belangrijke gelegenheid. En dit was er toch zo’n eentje?
Het dure hotel werd het. Misschien zou het me geld kosten, maar ik wou me niet graag ellendig voelen in een vieze, kleine hotelkamer. Als ik me kut zou voelen, deed ik het ten minste op een manier waarop ik nog een beetje voor mezelf zorgde. Of nou ja, dat was wat ik tegen mezelf zei. Ik was naar de supermarkt gegaan en had een heel pak cakejes en twee rollen koekjes gekocht die ik allemaal consumeerde ik mijn hotelkamer. Vervolgens besloot ik om, als ik toch niks meer te verliezen had, naar een café te gaan. Één shot werd al gauw drie, één glas wijn werden er vier. Slokken whisky brandden in mijn keel. Vervolgens rende ik naar de wc’s om over te geven in een pot en liep vervolgens terug naar de bar voor meer alcohol.
Mensen doen roekeloze dingen als die teleurstelling zo’n pijn doet.

Reacties (1)

  • Butterflygirl

    Aawh dit is zo sad...waarom ging ie niet naar zijn vriendje!!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen