Maandag, 12 maart


Ik haastte me naar de supermarkt, voordat ik moest werken. Als speer ging ik door alle schappen om mijn avondeten voor vanavond bij elkaar te krijgen en ondertussen mompelde ik mezelf steeds toe dat ik echt wat meer moest gaan plannen.
Ik schoot de hoek om naar het pad waar al het ijs lag. Door het vele werken vond ik van mezelf dat ik dat verdiende. Ik klapte een deur open en stapte naar achter zonder te kijken. Een harde knal volgde en deur van de vrieskast liet ik los. Mijn boodschappen lagen overal, gemengd met die van een ander.
“Sorry!” zei ik gelijk toen ik besefte dat ik iemand omver had gelopen.
Ik keek op en keek een bruinharige jongen recht in zijn ogen aan.
“Sorry,” zei ik nogmaals.
Ik zakte door mijn knieën, om de producten op te rapen. De jongen knielde naast me neer en hielp me. “Geeft niet. Kan gebeuren.”
Ik zuchtte en stopte alles in een mandje. “Ik heb zo’n haast en dan nu dit. Misschien moet ik maar gewoon accepteren dat ik te laat ben,” lachte ik.
“Te laat voor wat?” vroeg de jongen. “Werk?”
Ik knikte en ging weer overeind staan. Gelukkig hadden we beiden niet zoveel nog gepakt en was alles zo van de grond geraapt.
“Ik ben altijd te laat,” zei de jongen. “Iedereen heeft het maar geaccepteerd van mij.”
Ik begon te lachen. “Dat heb je vast een fijne baan. Bij mij zouden ze dat nooit accepteren. Dan ben ik mijn baan gewoon kwijt.”
“Waar werk je dan?”
“Koffietent, hier twee winkels verderop.”
“Nee, daar kan je inderdaad niet de hele tijd te laat komen. Hoe laat moet je beginnen,” ging de jongen verder.
“Twee uur.”
“Nog tien minuten dus.”
Ik knikte en bekeek de jongen. Hij keek naar mijn boodschappen en opende zijn mond om wat te zeggen: “Maar je moest ijs hebben? Ik raad je die aan.” Hij wees naar een grote bak chocolade ijs.
“Ik heb altijd liever vruchten,” gaf ik eerlijk toe. Ik moest lachen en greep naar de bak die ik eigenlijk eerst wilde pakken. “Maar omdat je zegt dat die echt heel lekker is, neem die ik ook mee.”
“Dat bedoel ik.”
“Ik vind de keuzes hier aan ijs echt bizar.”
De jongen schoot zacht in de lach.
“Wat ben je normaal gewend dan?”
“Gewoon één schap aan ijs en niet vier schappen met honderden smaken.”
“Kom je niet uit de stad?”
“Jawel,” zei ik zachtjes. “Maar niet uit deze.”
De jongen trok zijn wenkbrauw op.
“Amsterdam. Nieuweling hier,” grapte ik er achteraan.
De jongen begon opnieuw te lachen.
“Kijk, dat is nou nog eens leuk. Ontmoet ik iemand die uit Amsterdam komt. Ik ben Tom,” zei hij terwijl hij zijn arm uitstak. “Als nieuweling kan je altijd wel iemand gebruiken.”
Ik keek hem vragend aan met mijn ogen een beetje op elkaar geknepen. “Dat is waar,” zei ik maar om erop in te gaan. “Ik ben Felicia, maar liever Liz,”
Ik nam zijn hand aan en schudde die.
“Nou Liz, je hebt nog een aantal minuten. Ik kom je vast wel weer tegen, als je hier vaker je boodschappen doet.”
Ik knikte en lachte. Tom lachte terug en draaide zich om.
Een beetje verbaasd van het gesprek liep ik naar de kassa om af te rekenen.

Reacties (1)

  • Luckey

    hahaha
    herkenbaar
    kan soms ook echt niet plannen.
    Tom is lief!!
    ben benieuwd hoe verder
    geef je ook een kudo

    2 jaar geleden
    • WTMHS

      Dankjewel!! En dankjewel voor je abo ^^

      2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen