T

toevertrouwen


Maar net toen ik een hap van mijn crêpe wou nemen, zag ik dat er een figuur naast me kwam zitten op de andere schommel en zei: ”Hé, je bent terug.” Ik keek hem verward aan. “Wat?” “Dude, ik ben zowat tien keer langs dit park gelopen en je zit er al de hele dag. Toen was je opeens weg, maar nu ben je er weer.” Ik haalde mijn schouders op en nam een hap crêpe. Het smaakte zo goed. Ik hoopte dat de vreemde jongen weg zou gaan, maar dat deed hij niet. Hij schommelde zachtjes heen en weer en staarde naar de zonsondergang. “Heb je niks beters te doen?”, flapte ik er uit. Ik hoopte dat het niet onbeleefd zou klinken. Hij haalde zijn schouders op. “Niet echt.” “Moet je niet naar huis?” “No way. En wat gaat dat jou aan?” Ik schudde mijn hoofd. “Niks.” Ik at mijneerste crêpe op. Opeens hoorde ik een luid gegerom naast me, het was de maag van de jongen. Hij haalde zijn hand door zijn mintgroene haar en ik zag zijn wangen rood worden. Ik aarzelde even, en stak toen de crêpe die ik nog over had naar hem uit. Hij schudde zijn hoofd en grijnsde. “Ik apprecieer het, maar nee dank je.” Ik staarde terug zonder iets te zeggen, en bleef mijn arm uitgestrekt houden. Hij lachte om mijn opdringerigheid en pakte het ding eindelijk aan. “Thanks man.” Hij at in stilte en ik dronk de fles cola leeg. “Waarom zit je hier de hele dag?” Opeens ging mijn ringtone af. Ik keek op het scherm en jij was het. De jongen keek me vragend aan, waarschijnlijk vroeg hij zich af waarom ik niet opnam. Een paar andere mensen keken ook op waar het geluid an mijn mobieltje vandaan kwam. Met rode wangen omdat iedereen naar me staarde zuchtte ik verslagen en nam op. “Hoi.” “Juan waar ben je? Waarom antwoord je niet op mijn berichtjes?” Ik beet op mijn lip. “Ik.. eh..” Ik stak mijn hand op naar de jongen met het mintgroene haar in een teken dat ik zo terug zou zijn, en liep een stukje verder het park in zodat ik meer privacy had. “Juan? Waar ben je?” “Thuis.”, loog ik. “Oh, ik dacht dat jullie rond deze tijd toch altijd naar je oma gingen?” “Nee ik ben thuis gebleven.”, loog ik opnieuw. Ik had even de tijd nodig om alles te verwerken, waarom kon je niet gewoon zien dat je me met rust moest laten? Ik wou er helemaal nog niet over praten met jou. “Waarom deed er dan net niemand de deur open toen ik aanbelde?” “Waarom belde jij aan terwijl je dacht dat ik weg was?”, kaatste ik terug. “Omdat ik me zorgen maakte, Juan. Normaalgesproken reageer je altijd op mijn berichten. Heb je zin om nog naar me toe te komen?” Ik raakte in paniek. “Eh nee.” “Hoezo niet? Heb ik iets verkeerd gedaan?” “Nee nee, ik moet nog eh.. huiswerk maken. En ik moet op het huis blijven letten.” “Wat verberg je toch verdomme? Juan ik hoor dat je aan het liegen bent, daar hoef ik je niet eens voor te zien.” “Ik.. ehhh.” “Juan?” Ik hing op. Met een zucht en een gigantisch schuldgevoel ging ik weer op de schommel zitten. Maar mijn ringtone schalde opnieuw door het park. Geïrriteerd klikte ik het ding uit. pling pling pling Er kwamen allemaal berichtjes binnen. De jongen keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan. Snel zette ik mijn telefoon helemaal uit zodat de berichtjes niet meer binnen zouden komen. “Je ma?”, vroeg hij toen met een grijns. Ik schudde mijn hoofd. “Mijn vriendje.”, gromde ik. Geschrokken sloeg ik mijn handen voor mijn mond en keek de jongen bang aan. Zou hij me uitschelden voor vieze homo? Maar hij lachte en knikte. “Ja, partners kunnen soms erg storend zijn, soms kan mijn vriendin ook erg bezittelijk doen als ik even niet laat weten waar ik ben. Dan maakt ze zich meteen helemaal zorgen.” Toen hij uitgesproken was en zag dat ik hem nog steeds bang aankeek gaf hij mij een zachte stoot tegen mijn arm. “Geen zorgen man, ik ben echt geen homofoob of zo. Volgens mij loop je toch wel erg ver achter in de tijd als je in dit tijdperk nog op homo’s gaat haten.” Ja, dat was inderdaad wel het geval met mijn familie. Nog altijd geobsedeerd met tradities en onwillig zich aan te passen aan het nu. Ik knikte. “Zit je hier de hele dag je te verstoppen voor je vriendje of zo?” “Wat? Nee, waarom zou ik?”, zei ik gauw. Hij haalde zijn schouders op. “Omdat ik het wel doe. Voor mijn vriendin dan.” Opeens had ik een stuk meer interesse voor deze vreemdeling. “Hoezo?”, vroeg ik nieuwsgierig. Hij keek me sluw aan. “Ik zak het je vertellen, als jij mij verteld waarom jij hier de hele dag hebt gezeten want no way zit je de hele dag op een schommel voor je plezier.” “Jij eerst.”, zei ik. Maar hij schudde zijn hoofd. “Jij eerst.” “Ik heb je mijn crêpe al gegeven.” Hij grijnsde, schudde zijn hoofd en wist dat hij verslagen was. “Zoals ik zei verstop ik me dus voor mijn vriendin. Of eigenlijk ex-vriendin. No way dat ik nog wat wil doen met die bitch.” “Waarom?” “We kennen elkaar nog maar een week, en waren nog maar twee dagen samen. Er was alleen een klein probleempje.” “Wat was dat probleempje?” Hij zuchtte. “Ze wou seks.” “En? Jij wou dat nog niet?” Hij schudde zijn hoofd. “Het zit iets ingewikkelder dan dat. Ik ben geboren als een meisje en dat had ik haar nog niet verteld. Ik vond haar echt leuk, en ik wou haar niet afschrikken, dus heb ik daar weggeduwd en gezegd dat ik er nog niet klaar voor was. Toen werd ze heel kwaad omdat ik haar volgens haar al de hele dag liep te verleiden en haar ook niet wegduwde als ze me kuste en ze vond dat ik dat eerder duidelijk had moeten maken om haar geen valse hoop te geven. Ik kon het niet meer aan en had het haar toen verteld, dat ik dus nog steeds een vrouwelijks geslachtsdeel heb. Ze werd toen nog kwader en dreigde om het aan iedereen op school te vertellen en ze noemde me een freak. Dus had ik even geen zin meer in haar en ben ik gevlucht.” “Jemig..”, mompelde ik. Toen fronste ik. “Maar je ziet er echt als een dude uit.” Hij grijnsde trots en haalde zijn schouders op. “Testosteron en een borstoperatie doen wonderen. En wat brengt jou hier?” Ik friemelde aan de rits van mijn jas. Op de een of andere manier vond ik het niet zo erg om het aan deze vreemdeling te vertellen. Of in ieder geval veel minder lastig dan aan jou. “Mijn familie is nogal homofobisch en heeft me het huis uit gezet toen ik gisteren uit de kast ben gekomen. Ik ben nog steeds alles een beetje aan het verwerken en mezelf bij elkaar aan het proberen te houden en ik wil er nog niet zo graag met mijn vriendje over praten. Maar hij maakt zich zorgen en vraagt zich af waar ik ben en waarschijnlijk denkt hij nu dat ik vreemd aan het gaan ben of zo. En ik wil hem ook geen schuldgevoel geven, aangezien hij me een soort van gedwongen heeft om uit de kast te komen.” De jongen knikte begrijpend. “Maar lijkt het je niet juist een opluchting als je met hem er over praat?” Ik haalde mijn schouders. “Ik weet het niet. Ik ga morgen wel terug naar mijn dorp en naar hem toe.” We praatten verder totdat het donker werd. “Ik denk dat ik maar weer terug naar mijn hotel ga.”, zei ik met een gaap. “Wacht.” Ik draaide me om. “Hoe heet je eigenlijk?” Toen realiseerde ik me opeens dat we elkaars naam helemaal niet wisten. “Juan.” Hij knikte. “Het was leuk je gekend te hebben, Juan.” “Jij ook...?” “Marc.” “Jij ook Marc.”

Reacties (3)

  • aarsvogel

    Leuk hoofdstuk

    2 jaar geleden
  • Butterflygirl

    We weten nog steeds niet hoe zijn vriendje heet of wel?

    2 jaar geleden
    • Snufkin_

      Nope, zelfs ik weet het (nog) nietxD

      2 jaar geleden
    • aarsvogel

      Huh? Die had toch een naam?

      2 jaar geleden
    • Butterflygirl

      Vertel maar hoe die heet...ik luister

      2 jaar geleden
    • aarsvogel

      Ik dacht dat ie een naam had. Maar hé, ik heb dit niet geschreven!

      2 jaar geleden
    • Snufkin_

      laten we hem Pizzaluier-de-paaltjesman noemen

      2 jaar geleden
    • Butterflygirl

      Wat nee! Dat past niet bij hem. In mijn hoofd issie zo schattig

      2 jaar geleden
    • Snufkin_

      Hehehehe

      2 jaar geleden
    • aarsvogel

      Ik stem voorxD

      2 jaar geleden
  • Butterflygirl

    Ik hoop wel dat zijn vriendje hem vergeeft want ik zou best wel boos zijn op Juan

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen