Foto bij H.62.

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Ik denk dat je... dat je misschien een hersenschudding hebt.’ realiseert hij zich en het woord klinkt vreemd.
Ik ben nog steeds in shock en ik kijk hem wat wazig aan.
Omdat Ammays beeld in mij opkomt en ik niet bij haar ben, wil ik automatisch opstaan, maar voorzichtig slaat hij zijn armen om mij heen, laat mij tegen hem aanleunen en mij even mijn spieren ontspannen.
‘Probeer eerst maar even bij te komen. Alles op zijn tijd.’

Ik weet niet hoe lang we daar zitten - misschien wel een uur.
Evan houdt me tegen zich aan, bang dat hij de lijm is die me bijeenhoudt, terwijl mijn hart steeds rustiger gaat kloppen, mijn ademhaling wat gematigder wordt en de pijn wegebt.
Hij heeft mijn linkerhand vast en laat zijn vinger over de lijnen van de bloem die Ammay vanmorgen op de rug van mijn hand getekend heeft glijden, wat mij vreemdgenoeg kalmeert.
Ik probeer te luisteren naar zijn ademhaling, weg te smelten in het ritme van zijn hart.
Wanneer een pijn in mijn borst mij af en toe naar lucht laat happen, fluistert hij dat het goedkomt, dat hij er is, dat ik hij bij me blijft.
Als zijn adem zo nu en dan langs mijn hals glijdt, krijg ik kippenvel, maar het voelt vertrouwd.
En in kalmeer.
‘Dank je.’ zeg ik dan na een tijdje.
Hij slikt, pakt met de hand waarmee hij eerst losjes over de bekladde huid gleed nu de mijne vast.
‘Er is niets om mij voor te bedanken.’ mompelt hij zacht en ik voel zijn stem bij de zijkant van mijn hoofd, zijn lippen raken net niet mijn haar.
En opeens begin ik te snikken, ook al weet ik niet precies waarom.
‘Ga alsjeblieft niet weg’, zeg ik en ik weet niet waar die angst opeens vandaan komt,’ laat me niet achter.’
Ik voel hoe hij mij dichter tegen zich aandrukt, bijna zo hard dat het pijn doet, maar dat maakt me niet uit.
‘Ik ga nergens heen. Niet zonder jou.’ beloofd hij me en ik knik.
‘Oké’, zeg ik, eerst nog wat koortsachtig, maar daarna wat kalmer, maakt de nervositeit plaats voor opluchting,’ oké.’
En dan, opeens, verdrievoudigd het rusteloze gevoel zich.
Ik maak mij los en probeer mij overeind te trekken aan het hek, maar het lukt niet.
‘Wat... wat ga je doen?’ vraagt Evan en ik kijk hem verward aan, met troebele ogen.
Ik denk niet goed na, voel me koortserig.
‘Ammay’, zeg ik en denk dan even na, waarna ik bevestigend knik,’ Ammay. Ik wil naar Ammay.’
Hij pakt voorzichtig en toch dwingend mijn bovenramen vast.
‘Gioa. Doe rustig, oké. Ammay kan wel even wachten. Met haar gaat het vast prima. Je moet nu gewoon op jezelf letten.’ drukt hij me op het hart, maar ik schud opnieuw mijn hoofd, kijk over zijn schouder, alsof ik haar dan daar zie, wat natuurlijk niet zo is.
‘Nee. Nee, ik moet naar Ammay. Zij is aan het wachten. Ik moet naar Ammay.’ ratel ik en hij slikt, weegt alles af.
Hij weet heus wel dat hij niets kan doen om mij van gedachten te veranderen.
‘Oké. We gaan, oké? Maar eerst nog heel even een testje. Goed?’ zegt hij en ik knik, maar alleen omdat hij vertelde dat we daarna zullen gaan.
Hij houdt zijn wijsvinger op.
‘Kan je proberen dit de volgen.’ zegt hij en begint hem heen en weer te bewegen - steeds sneller - en ik probeer de baan te volgen met mijn ogen, die ik na een tijdje dichtknijp.
‘Dat doet zeer.’ zeg ik zachtjes en hij vloekt binnensmonds, waardoor het even duurt voordat ik door heb dat ik niet degene ben waarop hij boos is.
Hij staat op en helpt me voorzichtig overeind.
Heel kort kruisen onze blikken elkaar.
Ik zie het in zijn ogen.
Wat er ook met me aan de hand is, het is niet goed.
‘Kan je zelf lopen?’ vraagt hij voorzichtig.
Ik knik, eigenlijk zonder erbij na te denken.
Ik heb wel erger meegemaakt... denk ik.
Maar dan zet ik een eerste stap en er schiet een felle pijnschet door mijn been.
Met een schrille kreet zak ik door mijn knieën en ik hoor Evan in paniek iets zeggen.
Dan voel ik hoe hij mij voorzichtig omhoog helpt.
Als ik hem aankijk zie ik de paniek in zijn blik.
‘Het gaat wel’, stoot ik uit voordat hij iets kan zeggen, maar mijn handen trillen,’ Het gaat wel.’
En ik weet dat dat niet waar is.

Uiteindelijk komen we aan bij mijn huis.
Evan had mij overtuigd dat ik bij hem achterop zou gaan op zijn motor en dat hij de mijne later zou ophalen, ook al vond ik het eerst een slecht idee, zelfs al wist ik niet waarom.
Ik stap af, doe mijn helm af en dat het licht opeens zo fel is zorgt ervoor dat mijn hoofd nog meer pijn heeft.
Ik kan niet stoppen met erover nadenken.
Mijn blik is wazig, maar mijn herinneringen niet.
Ik herinner het mij allemaal, elke seconde, elke schop, elke schreeuw.
En dan krimpt er iets samen in mijn borst.
Wat als Evan hen achterna gaat?
Ik wrijf kort over mijn gezicht en dan pas ben ik mij er ineens van bewust dat Evan mijn bovenarmen vasthoud, bang dat ik val.
Hoewel ik het haat dat hij dat doet - hoewel ik het haat dat dat inderdaad ook echt nodig is - duw ik hem niet weg.
En dan zie ik een auto bij de voordeur staan en net op het moment dat ik die herken als die van mijn moeder, hoor ik een schreeuw van Ammay uit het huis komen.

Reacties (5)

  • GossipGirl21

    Mooi geschreven.

    2 jaar geleden
  • TropiaXL

    Ammay...

    2 jaar geleden
  • BethGoes

    Nee... wacht nee! Neeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeeeeeeeeee! O GOD NO! NO NO NO!!!!
    Nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee!

    AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAHHHHH!

    NEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE!!


    AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAHHHHHHHHH

    3 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Ja, dat somt alles zo ongeveer wel goed op.:P

      3 jaar geleden
    • DeNaamIsGideon

      Dat was ook inderdaad mijn reactie.

      2 jaar geleden
  • Luckey

    Kan die moeder niet dood neer vallen
    Wat gebeurd daar??

    3 jaar geleden
  • Luckey

    Kan die moeder niet dood neer vallen
    Wat gebeurd daar??

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen