Jeej, vriendje heeft eindelijk een naam!

V

verlichting


Toen we elkaars gevoelens aan elkaar bekend hadden, die keer op die eerste date, voelde ik me opgelucht, verlicht. Er viel een last van mijn schouders nu ik het niet meer hoefde te verbergen. Ik had gehoopt ook zo’n opluchting te voelen toen ik uit de kast was gekomen, maar die was er niet. Alleen maar spijt. Toch lichte het me wel weer op om met die jongen in het park te praten, hij was aardig. Toen besloot ik om niet nig een nacht in het hotel te blijven, maar meteen weer terug naar huis te gaan en zo snel als ik kon mijn excuses aan jou aanbieden. Maar toch was ik bang dat je me niet zou geloven. Ik bedoel, als ik in jou schoenen had gestaan had ik mezelf ook niet geloofd als ik niet met een heel goed excuus was gekomen. Hoe dan ook zou ik er alles aan doen om het goed te maken. Maar wat dan?, vroeg ik me af. Wat als ik het gezegd had, als jij het oké vond, maar wat dan? Ik had nergens om naartoe te gaan, ik was mijn huis kwijt. En wat als mijn ouders helemaal niks meer met me te maken wouden hebben en mijn school niet meer wouden betalen? Ik zat in mijn examenjaar, ik kon nu niet zomaar stoppen met school! En op een gegeven moment zou mijn eigen geld op zijn, en dan had ik niks meer.
Daarom besloot ik geen taxi te nemen, maar te rennen. Steeds harder en harder suisde ik door het donker. Berg op, berg af. Ik begon steken in mijn zij te voelen, maar negeerde ze en rende door. Mijn hijgende, rasperige ademhaling werd steeds luider en luider terwijl mijn voeten bijna over elkaar heen struikelden. Totdat ik echt struikelde. Mijn enkel klapte dubbel en ik haalde mijn handen en knieën open aan de straat. Ook de zijkant van mijn gezicht was geschaafd, maar bloedde gelukkig niet. Met een pijnlijk gezicht krabbelde ik omhoog, en tot overmaat van ramp begon het ook nog eens te regenen. De druppels kwamen steeds sneller naar beneden, en ik bleef even beduusd op de grond zitten. Mijn schaafwonden brandden en ik was zo uitgeput dat ik voor mijn gevoel echt niet meer verder kon. Ik probeerde omhoog te krabbelen, maar zakte bijna meteen door mijn verzwikte enkel. De weg was ergens midden in de bergen, al vlak bij mijn dorp, maar toch nog zo ver weg. Het was uitgestorven op het weggetje, niemand die me zou kunnen zien of helpen. Ik hield mezelf omhoog aan een stuk steen van de berg, en strompelde een paar passen vooruit. Ik keek met grote ogen op. Een fel licht scheen in mijn ogen waardoor ik bijna verblind werd. De auto stopte voor me, en de koplampen knipten uit. “Leo!?”, riep ik jou naam vol ongeloof. Je sprong de auto uit, ging voorzichtig op je krukken staan, en hobbelde zo snel mogelijk naar me toe. “Mijn God Juan, weet je niet hoe bezorgd ik was!? Waar ben je in hemelsnaam geweest!?” Even leek het alsof je me wou slaan, je normaalgesproken zo vrolijke ogen nu vol bezorgdheid, woede en ongeloof. Ik voelde tranen in mijn ooghoeken opkomen, maar knipperde ze weg. “Wat doe jij hier?”, vroeg ik verstikt. “Wat doe jíj hier?” Ik zuchtte en zei dat ik dat later zou uitleggen. “We waren naar je op zoek, Juan! Weet je wel hoe bezorgd ik was!? Ik heb je wel duizend keer gebeld!” Ik beet op mijn lip en mompelde dat het me speet dat ik je bezorgd had gemaakt. Ik wist in de auto te komen, en ik zat stil op de achterbank terwijl we door de regen naar jou huis reden. We namen plaats op jou bed en ik begon te vertellen. Ik vertelde alles terwijl ik naar mijn schoot staarde. “Vergeef je me? Ik had niet zo kortaf en geheimzinnig moeten doen, het spijt me, ik was gewoon erg overstuur..”, mompelde ik als laatste. “Natuurlijk vergaat ik je!” Ik keek opgelucht op. “Op één voorwaarde...” Ah-oh, dacht ik. Je keek me streng aan. “Haal het nóóít meer in je hoofd om me zo ongerust te maken.” Ik zuchtte, bood mijn excuses nog een keer aan en knikte.
Ik had het niet verwacht, maar ook met jou er over praten had me opgelucht en verlicht gemaakt.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen