||Diana Cassandra Volturi

'Misschien is het handiger, als jullie voor nu vertrekken,' zegt Carlisle Cullen met een vriendelijke glimlach. Hij staat op van zijn stoel en geeft de wolven een vriendelijk knikje, die op hun beurt opstaan om te vertrekken.
      Paul geeft me een blik vol medeleven, iets waar ik helemaal niet op zit te wachten en een beetje gemeen trek ik mijn lip op. Het laatste waar ik op dit moment op zit te wachten is een bak met medeleven en al helemaal niet van het wezen dat ik jarenlang gehaat en gevreesd heb. Jane geeft me een steunend kneepje in mijn hand en ik kan ook de blikken van Demetri en Felix op mijn rug voelen branden.
      Ik hoor de wolven transformeren, maar ik kan de onopgemerkt opgekropte gevoelens van de afgelopen week niet meer inhouden. Ik verander bijna automatisch in mijn zwakkere mensenlichaam, waarmee ik in elkaar kan krimpen en zo erg kan shock-schouderen als ik wil. Ik ben blij dat de wolven uit het zicht zijn en dat het grootste deel van de Cullen familie vertrokken is. Carlisle en Esme zijn de enige die een stukje weg met elkaar aan het overleggen zijn.
      Ik sluit mijn ogen en veeg met mijn handen in mijn ogen, ondanks dat er geen tranen. Noch zullen er ooit tranen komen.
      'Diana,' klinkt de waarschuwende stem van Jane ineens.
      Voor ik mijn ogen open kan doen, voel ik het al. Een enorm gewicht op mijn schoot en als ik mijn ogen opendoe, staren een paar wolven ogen de kleur van chocolade terug. De wolf heeft zijn oren plat in zijn nek gelegen en drukt zijn snuit haast piepend tegen mijn bovenbeen. De rest van zijn lichaam heeft hij om de mijne gekruld en ik voel zijn hitte mijn mensenlichaam instromen. Het is onmiskenbaar Paul, maar de vraag is waarom hij teruggekomen is, terwijl Carlisle hem en zijn roedel eigenlijk weggestuurd heeft.
      Met een trillerige zucht haal ik mijn hand door zijn verrassend zachte vacht. 'Je bent raar,' fluister ik zo zacht dat alleen hij het kan horen.
      Als ik opkijk, zijn Demetri, Felix en Jane ineens vertrokken, maar Carlisle en Esme proberen subtiel vanuit de keuken naar ons te staren. Niet dat het me uitmaakt, want vermoeid leg ik mijn hoofd in de zachte vacht van de rug van de wolf, terwijl ik in gedachten verzonken patroontjes over de vacht van de wolf teken. Ik voel zijn spieren aanspannen onder elke aanraking, alsof hij zich klaarmaakt om me op ieder mogelijk moment af te maken en ik kan het hem niet kwalijk nemen. Ik voel me zo op me gemak, maar tegelijkertijd ook zo angstig en opgejaagd. Het gaat tegen mijn en zijn instincten in om dit te doen. Wat ons bij de volgende vraag brengt.
      'Waarom, Paul, waarom?' vraag ik zachtjes, ondanks dat de wolf me niet kan horen. 'Ik weet zeker dat het iets met jou te maken heeft dat ik gewoon niet weg kan. Iets houdt me hier en ik heb een gevoel dat jij er meer over weet.'
      Het voelt fijn om mijn gedachten hardop uit te spreken, ook al krijg ik niet meer dan een paar zielige piepjes van Paul terug.

Reacties (2)

  • Butterflygirl

    Ugh geef mij ook een wolf. En uh, wat dacht je van een gay inprent?

    2 jaar geleden
  • VampireMouse

    Omg omg omg love it!!!
    Sneu:(verder!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen