Foto bij Scar 6

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Kom anders even mee naar binnen,’ zegt ze en ze lijkt zelf bijna net zo verbaasd als ik.
‘Dat hoeft niet. Ik zal je niet lastigvallen,’ antwoord ik met een lachje, maar ze schudt beslist haar hoofd.
‘Je hebt heel veel moeite voor me gedaan. Ik zou het echt heel erg vinden als je nu gewoon als een soort taxi weggaat. En anders ben ík zo alleen,’ zegt ze oprecht, maar bij dat laatste klinkt er een klein glimlachje door in haar stem.
‘Oké, maar hoe weet je zo zeker dat ik geen moordende psychopaat ben? Of zie je altijd het beste in mensen?’ vraag ik en wiebel melodramatisch met mijn wenkbrauwen.
Ze schiet kort inde lach - en het is een echte lach - waarna ze haar deur op een klein kiertje opent.
‘Integendeel. Ik neig juist alleen het slechtste te zien, maar je bent de eerste in een lange tijd die zo aardig tegen mij is, dus als je me toch besluit te vermoorden, weet ik dat je het in ieder geval heel beleefd doet,’ grijnst ze.
'Hoe precies vermoord je iemand op een beleefde manier?' vraag ik met een opgetrokken wenkbrauw.
Ze haalt haar schouders op. 'Weet ik veel. Jij bent hier de beleefde moordenaar, niet ik.'
'Misschien moet ik het op mijn cv zetten.'
Ze maakt een instemmend geluid en stapt uit. 'Kom je nou mee of niet, meneer de moordenaar?'
Heel even twijfel ik nog, maar dan stap ik uit.

Ik haat regen. Ik heb regen altijd al gehaat. En wanneer ik uitstap en ik het weer op me neer voel storten, word ik daar opnieuw aan herinnerd. Paige lijkt die mening niet met me te delen. Het eerste wat ze doet zodra het water haar raakt is haar hoofd in haar nek leggen, zodat de druppels op haar gezicht vallen, waarna ze de vochtige lucht inademt alsof het het enige is wat er nog toe doet.
‘Je houdt van regen,’ zeg ik dan, misschien net te verbaasd, want ze kijkt me bijna schuldbewust aan.
‘Sorry.’ Het klinkt net iets te verontschuldigend.
Ik schud mijn hoofd.
‘Zo bedoel ik het niet. Helemaal niet. Wat vindt je er eigenlijk dan zo leuk aan?’ vraag ik.
Ze schenkt mij een kleine glimlach.
‘Als ik aan het fietsen ben vind ik het ook niets, maar normaal wel. Het heeft iets bijzonders om te weten dat al dit water weer gaat verdampen, of in de zee terecht komt, of misschien op een gegeven moment wel mee gekookt wordt. Misschien is dat zelfde water ooit door - weet ik veel - een dinosaurus gedronken. Het heeft iets moois.’ Dat laatste zegt ze zachter - alsof het iets heel intiems voor haar is - en ze probeert te verbergen bloost.
Ik kijk even omhoog, alsof ik daarboven naar iets zoek.
‘Ja,' beaam ik. ‘Misschien wel.’ Ik doe een poging om mijn gezicht droog te vegen, wat niet werkt omdat mijn handen ook nat zijn. ‘Maar nu heb ik daar geen zin in,’ zeg ik, waarop ze lacht en instemmend knikt.
Iets gaat hier goed. Ze begint me meer te vertrouwen, zich gemakkelijker te voelen om mij heen. Dan opent ze de deur en net voordat ik naar binnen wil lopen, draait ze zich om, verspert mij de weg.
‘Je mag binnenkomen, maar als je ook maar even denkt dat ik...’ Ze begint met een hele sterke toon, alsof ze een dreigement op mij af gaat spuwen, maar haar harde laag smelt weg en opeens wordt haar stem heel zwakjes. ‘Niet dat. Oké? Ik wil niet d... oké? Dit is als collega's.’
Heel even schrik ik van de verandering in haar houding en weet ik niet precies hoe ik haar gerust kan stellen. Misschien kan dat wel helemaal niet.
'Ja. Natuurlijk,' zeg ik dan maar, na een net iets te lange stilte. 'En als ik toch iets doe wat je niet wilt, dan heb je bij deze toestemming mij zo hard als je kan in mijn gezicht te slaan.'
Heel even kijkt ze mij aan, haar haren en kleren doorweekt en licht rillend van de kou, maar nog altijd sterk. Dan knikt ze en stapt ze opzij.
'Kom binnen.'

Waarom ik opnieuw zo verbaasd ben dat haar appartement zo leeg is, weet ik niet, maar dat ben ik wel. Zelfs ik heb foto’s van mijn familie aan de muur hangen en met hen heb ik al jaren geen contact gehad.
'Wat wil je te drinken?' vraagt Paige en door de leegte echoot haar stem door de ruimte.
Ik draai me naar haar om en zie dat ze met een handdoek haar haar wat droog probeert te maken en gooit hem daarna naar mij zodat ik hetzelfde kan doen.
'Ik hoef niets alcoholisch,' zeg ik en het klinkt haast plechtig. Alsof het een prestatie is.
Ze kijkt een weg, een heel beetje maar, ook al keek ze mij toch al niet recht aan.
'Volgens mij heb ik niet eens iets van alcohol,’ bekent ze. Het klinkt bijna als een verontschuldiging. Zij zou zich nog verontschuldigen voor de lucht die ze inademt.
'Doe maar gewoon wat water,' kom ik terug op haar vraag en ze knikt.
Ik kijk weer de ruimte rond, mijn oog valt op het terrarium. Dat was waar ook. Ze had een slang.
‘Hoe heette hij ook alweer?’ zeg ik dan en Paige maakt een vragend geluidje.
‘Die slang. Hoe heet hij?’ verduidelijk ik mijzelf en ze loopt naar me toe.
‘Ody,’ antwoordt ze en geeft mij het glas water in haar linker hand, de andere is voor haarzelf. Dat denk ik tenminste. Misschien gaat ze het in mijn gezicht gooien als ik iets verkeerd zeg. Het zou kunnen.
Ik knik, proef de naam op mijn tong.
‘Ody. Ody de slang,’ zeg ik dan en ze maakt een kort, lachend geluidje.
‘Jep.’
‘Is-ie giftig?’
‘Nope.’
Ik knik.
‘Gaaf,’ zeg ik een neem een slok water, wat een stuk aangenamer is dan al die regen. 'Mag ik hem zien?’
Ze knikt en gebaart uitnodigend naar de bak.
Ik loop ernaar toe, kijk naar het dier. Rood met zwart en blauw. Als kind vond ik slangen geweldig en als we naar de dierentuin gingen, was dat ook precies waar ik altijd als eerste heen wilde. Ik was tegelijkertijd toevallig ook doodsbang voor ze.
Ze komt naast me staan, haalt de deksel eraf en steekt haar arm naarbinnen. Alsof het zo afgesproken is glijdt het dier naar haar toe en kronkelt zich om haar arm omhoog. Om de een of andere reden is mijn eerste reactie dat er gevaar is, dat het een roofdier is en het haar nu aanraakt en ik haar moet beschermen, maar binnen een seconde duw ik het weg, want het slaat nergens op. Ik gedraag me om de een of andere reden heel idioot wanneer ik bij haar in de buurt ben. Ik wil een argument verzinnen om haar daar de schuld van te kunnen geven, maar ik kan niets bedenken.
Wanneer ik naar haar kijk, zit er een klein glimlachje om haar lippen, terwijl ze niet naar mij kijkt en ook niet naar de slang, maar ze kijkt naar haar gedachten, naar een herinnering. Ze voelt zich op haar gemak, alsof een therapiehuisdier is, al heb ik nog nooit van een therapieslang gehoord.
Maar dan vertrekt haar gezicht een beetje en kijkt ze me aan. Even denk ik dat ik iets verkeerd gedaan heb, maar dat is het niet. Ik weet niet precies wat ik ermee moet, maar dan begint ze zelf te praten.
‘Waarom ben jij politieagent geworden?’ vraagt ze terwijl Ody zichzelf als een soort sjaal om haar hals neerstrijkt, waar ze helemaal geen ongemak in ziet.
Ik lach kort.
‘Jij bent niet van de koetjes en kalfjes-gesprekken, of wel?’ vraag ik.
Ze trekt een wenkbrauw op, wat haar een beetje een brutale uitstraling geeft, ook al kan ik niet stoppen met denken aan die droefheid op haar gezicht van net.
‘Had je ook maar een seconde gedacht van wel, dan?’ antwoordt ze.
Ik grijns.
‘Om eerlijk te zijn niet.’
Dan leunt ze met over elkaar heen geslagen armen tegen de vensterbank aan, een nonchalante blik op haar gezicht.
‘Dus?’ dringt ze aan en ik knik.
Heel even ben ik stil. ‘Ik kon niet snel genoeg rennen om een seriemoordenaar te zijn, dus ik help de overheid maar om ze te vangen,' zeg ik met een grijns, maar schud dan mijn hoofd. ‘Nee, serieus. Ik... denk omdat ik... het klinkt heel raar... ik kan gewoon niet... iets anders doen terwijl ik weet dat iemand pijn lijdt en ik er iets aan kan veranderen. Dat... kan ik gewoon niet.’
Heel even is het weer stil en ik denk aan alle keren dat ik ouders heb moeten vertellen dat hun kinderen zijn omgekomen. Telkens voelt het alsof ik een hamer vasthoud en op het punt staat ermee tegen een glazen plaat te slaan. Zo voelt het wel altijd. Alsof ze breken. Plotseling vraag ik me af of het me nou echt gelukt om iets te doen aan de pijn die mensen lijden.
‘En jij?’ vraag ik dan.
Nog steeds zijn haar armen over elkaar heen geslagen, maar het is nu anders, het is nu alsof ze zich klein voelt, iets probeert te verbergen.
Net wanneer ik wil zeggen dat ze het me niet hoeft te vertellen, antwoordt ze, haast pijnlijk in de verte starend. ‘Ik denk... dat het gewoon voelde als het juiste om te doen.’

Reacties (2)

  • MissEL

    Wow, ze is wel mysterieus 🤔

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Ik ben echt benieuwd wat er met Paige aan de hand is...

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen