Het was een zonnige dag in het begin van de zomer. Je kent het wel. Zo’n dag waarop je enkel in de zon wilt liggen en frisse drankjes wilt drinken. Ja, zo’n dag was het. En ik, Elizabeth Culfray, lag te zonnen in de enorme tuin aan ons landhuis. Het warme weer maakte me plakkerig, dus hoe minder ik bewoog, des te minder zweette ik en ik nam elk excuus graag aan om niet actief te hoeven zijn. Ik draaide me om in mijn ligstoel en een zucht ontsnapte aan mijn lippen. Ik hield echt van dagen als deze, met een warme zon en lui-lekker-zijn. Terwijl ik lag te genieten van de zon viel er plots een schaduw over me heen. Verbaasd keek ik op en zag ik dat er een grote uil naast me geland was.

“Oh, hoi, Sappho” Glimlachte ik naar de uil van mijn beste vriendin, Yuki.

De uil stak haar pootje uit, zodat ik de brief die eraan gebonden was, kon losmaken. Want dat was hoe wij brieven verzonden, via uilenpost. Veel sneller dan dreuzelpostbodes. Nieuwsgierig opende ik de brief, benieuwd naar wat Yuki te zeggen had.

Liefste Elizabeth,

Ik hoop dat alles goed met je gaat nu het terug vakantie is.
Hier is alles super (behalve het weer natuurlijk).
Daarnet kwamen mijn ouders met een geweldig voorstel voor de dag.
Ze stelden voor dat je de komende twee weken bij ons komt logeren. Tof, hé?
Als je mag, laat je het dan weten via uil? Dat gaat sneller.
Zo ja, dan verwachten we je morgen rond elf uur op de stoep.

Veel Liefs,
Yuki

P.S.: Ik mis je!


Yuki was al 6 jaar lang mijn hartsvriendin. We leerden elkaar kennen op onze eerste dag op Salem’s Wizarding Institute en sindsdien waren we onafscheidelijk, ook al waren we van andere komaf.

Mijn ouders waren namelijk nogal gekend in de toverwereld. Onze familiestamboom ging eeuwen terug. Papa was trouwens ook minister van toverkunst. En hij deed dat verdomd goed. Zijn beslissingen waren rechtvaardig en doordacht.

Yuki’s ouders waren dreuzels en hadden dus nooit iets van de toverwereld vernomen voordat Yuki haar toelatingsbrief kreeg. Dat moest wel een verrassing geweest zijn, veronderstelde ik. Toen we elkaar ontmoetten waren we beiden doodnerveus. Wat wil je ook, onze allereerste dag op die school. Gelukkig kende ik al enkele anderen, kinderen van mijn ouders’ vrienden, oh, en uiteraard ook mijn broer, mijn tweelingbroer Alexander. Yuki echter kende nog niemand en was dus nog een pak nerveuzer dan ik. Nadat we onze slaapzalen toegewezen hadden gekregen, bleek dat Yuki en ik op dezelfde slaapzaal sliepen en toen ging het allemaal van zelf. Al snel waren we onafscheidelijk en haalden we samen kattenkwaad uit.

Snel sprong ik uit m’n stoel en liep richting de keuken waar mam een cake aan het bakken was.

“Mam, Yuki vraagt of ik de komende twee weken bij haar kan logeren? Is dat oké?” Vroeg ik haar.

Mijn moeder is een lieve vrouw, lang bruin haar valt over haar rug en haar ogen hebben steeds een twinkelend lichtje. Ze wreef met haar handen over haar schort om ze proper te maken en draaide zich naar me om. “Wel, ik met het dadelijk als je vader thuis is eerst even met hem bespreken, maar voor mij is het oké.”

“Oh, dank je zo, mam!” Zei ik vrolijk en gaf haar een knuffel.

“Op één voorwaarde, dat je nog even goed naleest wat je schoolboeken zeggen over het Amerikaans Statuut van Tovergeheimhouding.”

Daar had ik nou echt geen zin in. “Vakantie is er om even niet aan school te denken, mam.”

“Tuttut, je hebt me gehoord. En je beseft vast ook het nut er wel van, dus hop. Ga snel lezen en dan kan je alvast beginnen inpakken. Ik denk niet dat je vader bezwaar zal hebben dat je gaat.”

“Oké dan. Tot zo!” Zuchtte ik, ook al was ik wel blij dat ze ineens ook voorstelde om m’n spullen al in te pakken. Dat betekende vast dat ze er sowieso wel zeker van was dat pap akkoord ging. Ik nam nog snel een stuk van de cake die al aan het afkoelen was en liep daarna de trap op naar m’n kamer.

Ik wist perfect wat dat Amerikaans Statuut inhield, maar zo gezegd zo gedaan haalde ik m’n boek over toverrecht uit m’n hutkoffer tevoorschijn en zocht de juiste pagina op.

Amerikaans Statuut 265 – Tovergeheimhoudig

Alle burgers van de Amerikaanse tovergemeenschap zijn bij wet verplicht hun tovenaarsachtergrond voor alle dreuzels verborgen te houden. Tenzij voorgenoemde wettelijke familie is.

Artikel 265.1: Wettelijke familie houdt in door het wetboek met elkaar verbonden. Voorbeelden zijn ouders, zussen, neven, nichten en echtgenoten. Partners die niet in de eed verbonden zijn vallen hier buiten.

Artikel 265.2: Een definitie voor Dreuzel vindt u in artikel 34.1

-
Artikel 34.1: Een dreuzel is elke persoon die geen magie bezit, die niet van een toverfamilie afkomstig is. Uitzonderingen hierop zijn vampieren, weerwolven, elfen, en andere magische wezens zoals beschreven in het Statuut voor Magische Creaturenhandhaving 137.


Wat verwachtte moeder in hemelsnaam dat ik zou doen dat dat in gevaar zou brengen. Verliefd worden? Nou, daar ging ik me echt niet met bezighouden. Jongens zijn fijn en alles, maar ik ging op logement bij Yuki, om samen plezier te hebben. Niet om ons met jongens bezig te houden, die niet eens veel over mezelf mogen weten door de wet. En avonturen waren wel fijn, maar… nou eigenlijk geen maar. Misschien had ze inderdaad wel een punt dat ik wat te nonchalant met m’n toverkrachten kon omgaan. Ik grinnikte in m’n eigen.

Zoals mam al voorspeld had, had pap er geen enkel probleem mee dat ik bij Yuki zou verblijven de komende twee weken. Ook hij haalde aan dat ik verantwoord moest omgaan met m’n krachten, maar ik verzekerde hem ervan dat dat wel in order zou komen. Ik had er zoveel zin!

Die nacht deed ik haast geen oog dicht en elk uur was ik wel even wakker. Opgelucht in de ochtend dat ik eindelijk dat bed uit kon komen, nam ik een uitgebreide douche. Bah, het was nauwelijks 8 uur. Wat wou ik dat ik al gewoon kon vertrekken. Ik wou natuurlijk ook niet onbeleefd overkomen, dus moest ik me maar geduldig even bezighouden en er niet te vroeg heengaan. 11 uur, zei Yuki, dus 11 uur was het.

Na het ontbijt besloot ik nog wat te lezen. Liefst had ik nog even wat naar het dorp gegaan of zo met Alex. Maar ach, die lag nog lekker te slapen en hem wakker maken leek me ook geen veilig plan. Zoals ik al zei is Alex, kort voor Alexander, mijn tweelingbroer. We zijn twee handen op één buik en stiekem verdacht ik hem ervan een oogje op Yuki te hebben. En eigenlijk vond ik dat niet eens erg. Het zou geweldig zijn als m’n beste vriendin ook nog eens familie van me zou worden. Maar daar liep ik misschien wat te veel vooruit. Alex en ik volgden grotendeels dezelfde vakken aan Salem’s. We hadden dan ook veel gedeelde interesses. Alleen was hij wat sportiever en zat in een van de Zwerkbalteams van de school en ik, ik hield me liever bezig met verweerclubjes. Alex was ook redelijk beschermend over me. Oh wee de jongen die m’n hart zou stelen, die zou zichzelf eerst even mogen presenteren aan hem.

Rond een uur of half elf sloot ik m’n boek en zocht m’n moeder op in de zitkamer. Pap had ik de avond ervoor al gedag gezegd, want die moest vandaag werken. Ik sprak nog even met m’n moeder en na een dikke knuffel trok ik het huis uit.

Ik liep met m’n draagzak tot voorbij onze anti-verschijnselbescherming. De meeste toverhuizen hebben wel enkele beschermingsbezweringen over hun domein. En deze was de meest standaardspreuk ervan. Het was nu eenmaal niet beleefd om zomaar ergens binnen te vallen zonder eerst even aan te kloppen. Bovendien moest m’n vader ook de nodige extra protectie hebben gezien z’n hooggeplaatste functie. De tovergemeenschap zou niet willen dat iemand onverwachts hun leider zou aanvallen. Dan zou alle hel losbreken.

Eens aan de rand van de grens, draaide ik me snel om en verdwijnselde ik. Ik haalde m’n brevet op m’n 16de , dat is de vroegste leeftijd waarop het toegelaten is en zo wordt het ook aangemoedigd op school. Zonder verschijnselbrevet is het zo ongelooflijk moeilijk om je te verplaatsen in dit gigantische land. Yuki en ik woonden dan misschien wel beiden in het noordelijke deel van de VS, ze woonde toch nog erg ver van me vandaan.

Ik verschijnselde in een bosje aan Yuki’s huis. Ze woonde in een Natives Reservaat en lag omgeven door groen. Echt geweldig en mooi, maar vooral ook rustgevend. Nu denk je misschien, waarom heeft ze dan een Japanse naam? Wel, La Push, het reservaat waar ze woonde, lag in het Noorden van de VS, een streek waar het vaak nat is en het ook wel veel durft te sneeuwen in de winter. En haar ouders vonden er niets beters op dan al hun kinderen een naam te geven verwijzend naar hun favoriete weersverschijnsel. Sommigen houden nu eenmaal veel van sneeuw, zeker?

Ik liep het bosje uit, de straat op richting Yuki’s huis. Ik was best opgelucht dat ik hier de zon scheen. Zoals ik al zei durfde het hier best wel vaak regenen. Een groepje jongeren een eind verder in de straat keek me op en neer aan. Ik bereidde me er al op voor dat ze me zouden aanspreken als ik er voorbijging. Deden jongens dat niet meestal? Ik liep verder en deed alsof ik hen niet zag, om een of andere reden voelde ik me wat nerveus.

Nog voor ik op gelijke hoogte was, kwamen twee van hen al naar me toegelopen. De ene iets ouder en groter dan de andere. Maar beiden opvallend gespierd. Neen, ze waren zeker niet lelijk.

“Hoi, jou ken ik niet. Kan ik je helpen met die zak? Ik ben Embry trouwens, en deze knul hier is Seth” Zei de oudste van de twee.

“Hoeft niet, lukt wel.” Mompelde ik, hopend dat ze me met rust zouden laten.

“Ben je zeker? En hoe heet jij?” Zei hij nog steeds enthousiast. De hint dat ik geen conversatie wou, leek zo over z’n hoofd heen te vliegen.

“Ja, hoor, toch bedankt. Ik ben Eliz, kort voor Elizabeth.” Zei ik nu wat duidelijker. Er leek geen ontsnappen aan dus kon ik maar net zo goed vriendelijk zijn.

“Nou, Eliz, hartelijk welkom in La Push van mij en Seth.” Hij stompte de stilzwijgende andere even in de zij.

“Ja, van mij ook.” Sprak die op. “Moest dat nou?” Vroeg hij aan Embry, wrijvend over z’n zij.

“Dank je. Ook al is het niet m’n eerste keer hier.” Zei ik terug. Ik keek op en glimlachte even naar hen. Mijn ogen ontmoetten de bruine ogen van Embry toen ik opkeek

“Oh nou fijn, hoe komt dat? Heb je hier familie?” Vroeg Seth.

“Ik ga op bezoek bij Yuki, kennen jullie d’r? Yuki Fuller?” Vroeg ik. Ik zag dat Embry een eindje terug gestopt was met volgen. En voor zich uit stond te staren. Wat was dat? “Uhm maakt niet uit, ik denk je vriend een toeval heeft of zo.” Veranderde ik het onderwerp.

Seth keek om en vloekte onder z’n adem, grinnikend. “Och dat komt wel goed. Maar ik zal toch maar even gaan kijken. Tot gauw?”

“Vast wel, ben hier twee weken.” Antwoordde ik.

“En je verblijft bij Yuki Fuller?” Checkte hij nog even.

“Ja, dat klopt. ’t Was fijn je te leren kennen, Seth.” Zei ik nog.

“Insgelijks, Eliz, tot gauw!” Met die woorden keerde hij zich om en jogde hij naar z’n vriend die hij een klap op z’n rug gaf.

Rare kerels, maar wel vriendelijk, dacht ik bij mezelf. Ik vervolgde mijn weg, benieuwd of ik hen nog terug zou zien. Wellicht niet, Yuki en ik hielden ons hier in La Push vaak redelijk afzijdig. Ach ja, maakte ook niet uit.

Geen idee had ik van wat me er nog allemaal te wachten zou staan. Hoeveel betekenis twee weken voor een mensenleven konden hebben.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen