Foto bij 1 Nieuw pad in mijn leven

Ik wandel net uit het ziekenhuis en rits mijn jas toe. Vrouwen in een verpleegsteroutfit kunnen wel eens bekeken worden, of erger. Met zelfzekere pasjes wandel ik naar mijn auto. Even naar huis rijden en dan… Nee, het is geen goed idee om te gaan wandelen énkel om die Liam weer te zien. Hij is ook zo verschrikkelijk aantrekkelijk… Maar wandelen is gezond. Een klein stukje kan vast geen kwaad. Uiteindelijk parkeer ik mijn auto vlakbij het bos. Mijn benen zitten in een veilige jeans en mijn jas gaat door de koude wind weer net iets dichter. Stond er de vorige keer wel een auto op de parking toen hij hier was? Misschien woont hij wel gewoon in de buurt… Mijn ogen verkennen het bos terwijl ik het hoofdpad volg, net als de vorige keer. Waarom klink ik als een klein meisje dat hopeloos verliefd is? Ik mis Liam echt niet, ik ken hem niet eens. Ik schud kort mijn hoofd en draai me na een tiental minuten terug om. Hij is er niet en ik heb het koud. Een warme choco doet me nu meer plezier dan een of andere gekke, maar absoluut prachtige man.

Abbey is al twee keer terug geweest. Telkens weer bewandeld ze het pad waar ze Liam ontmoet heeft. Liam weet dat, hij zit ergens vanboven in een boom haar te bekijken. Hij bedoelt het zeker niet slecht, nee. Hij wou dat hij naar haar toe kon gaan, maar de innerlijke strijd heeft hem tot stilzwijgen en verkrampt kijken aangemaand. In een klankloze stem vloekt de lange man als Abbey zich weer omdraait richting de parking. Zij komt duidelijk voor hem, maar hij komt voorlopig niet tevoorschijn.

Derde keer goede keer zeker? Dit is in ieder geval echt de laatste keer dat ik opzoek ga naar de speciale Liam. Misschien vond hij me toch te eerlijk (en waarschijnlijk te lelijk) om nog een keer op hetzelfde uur te komen wandelen. Misschien vermijdt hij me zelfs. Eigenlijk komt hij nooit tussen vijf en zes; dat zou pas erg zijn. Hoe dan ook… Ik ben nu weer onderweg in het bos. De kruising waar zijn hond de vorige keer uitgeschoten kwam, ben ik net voorbij. Een lage, luide blaf doet me niet verstrakken. Nee, het doet enkel mijn hart sneller kloppen. Is dat geluid van Liams hond? Wanneer een grijze hond blaffend op me afgelopen komt, glimlach ik. Ja, dat is wel degelijk Liams hond. Het duurt niet lang voordat een lang en smal figuur naar me zwaait en bij me komt stilstaan.
“We ontmoeten elkaar opnieuw”, zijn bruine ogen glimmen terwijl hij voorzichtig om ons heen kijkt.
“Ja, ik dacht dat je vaker hier kwam wandelen, maar dat is blijkbaar niet zo.” Was dat te wanhopig? Te doorzichtig? Liam glimlacht en krijgt een soort van schuldbewuste blik in zijn ogen.
“Ik weet het, maar planningen veranderen nu eenmaal. Wil je me nu vergezellen? Dan wandelen we rond het meer en terug.” Dat is wel een lange wandeling. Kan hij het aan om al die tijd met me samen te zijn? Ik zeg het niet en glimlach beleefd terug.
“Ja, misschien wil ik dat wel.” De kuiltjes in Liams wangen verschijnen kort waarna hij zijn hond verder stuurt en we erachteraan wandelen. “Hoe noemt je hond nu weer? Ik ben het helemaal vergeten.”
“Apate. Het is normaal dat je het vergeet.” Ik knik kort en herhaal de naam in mezelf. Apate. Appie dus. “Weet je mijn naam nog?” Dat klinkt verschrikkelijk plagerig. Ik knik en geef hem een geamuseerde blik.
“Ja, die weet ik nog.” Doordat ik hem niet benoem, een tactisch hoogstandje van mezelf, prikkel ik duidelijk zijn nieuwsgierigheid.
“En…?”
“Ik ga hem nu toch niet verklappen.” Ik onderdruk een lach en voel mijn mondhoeken omhoog gaan als hij me een bijna beledigde blik geeft. Hij weet goed genoeg dat ik het nog weet, het is slechts een beetje plagen. “Zijn er nog dingen die je wilt verklappen? Je hebt trouwens een mooie jas aan.” Alsof Liam niet weet wat voor lange jas hij draagt, bekijkt hij hem kort zelf even waarna hij traag knikt.
“Ja, dat kan wel. Bedankt.” Heb ik het net ongemakkelijk gemaakt? Zijn ogen gaan in ieder geval zoekend heen en weer waarna ze op Apate belanden. Apate, Appie, Liam. “En wat bedoel je met verklappen? Wil je meteen al mijn geheimen weten?” Alsof hij er zo veel heeft. Liams donkerbruine ogen lijken serieus te staan, zijn mondhoeken vertellen me wat anders. Hij plaagt me.
“Ah, je hebt dus geheimen.” Liam is in ieder geval verschrikkelijk mysterieus. Hij trekt aan twee bellen tegelijkertijd: de alarmbel en de rozevlinderbel. Ik weet niet hoe ik dat gevoel moet omschrijven, maar het is luid en duizelingwekkend.
“Wat ben jij slim.” Hij rolt grijnzend met zijn ogen en duwt zijn schouder kort tegen de mijne om me te doen draaien in een smaller bospad. Mijn hartslag stijgt kort. Hij zal me toch niets aandoen hier? Liam lijkt niets te merken en gaat gewoon verder. “Je zal echt wat meer moeite moeten doen om mijn geheimen te ontrafelen. Heb je een aanbieding?” Zijn stem klinkt bijna professioneel, hoe hij dat zegt… Ik glimlach en trek kort mijn wenkbrauwen op, plagend. Tijd winnend om na te denken, dat ook.
“Ik ben niet zeker wat voor aanbieding jij verwacht.” Liam lacht en richt zijn blik kort op de grond. Daarna lijkt hij even geconcentreerd voordat hij zijn lippen weer opent en me aankijkt.
“Geloof me, meisjes als jij zouden geen aanbiedingen moeten doen.” Ik snuif kort en wrijf dan in mijn rechteroog dat jeukt.
“Weer meisjes als jij… Je weet dat dat vaag is als je het meisje bent.”
“Het is nog steeds een compliment.” Liam glimlacht. Ik heb de neiging om hem aan te raken, maar probeer dat verschrikkelijk hard te onderdrukken. Volgens mij ruikt hij ook fantastisch lekker. Dat zijn dingen waar ik nu echt niet aan mag denken. “Echt.” Ik knik en laat me opnieuw aan de kant duwen als we ineens links gaan.
“Je kan ook zeggen: ‘We gaan naar links.’” Dat doet hem schuldig op zijn onderlip bijten en grijnzen. Waarschijnlijk duwt hij me expres, want dat doen jongens graag, zelfzekere, verkeerde jongens toch.
“Zou je dat van me aannemen?” Zijn bruine ogen staan voorzichtig. Hoe kan hij nu al weten dat ik een kritische ingesteldheid heb en niet zomaar alles overneem? Dat heb ik hem echt nog niet verteld.
“Dat hangt er maar vanaf hoe je dat vraagt.” Ik glimlach speels en richt mijn blik weer voor ons. We zijn bijna terug en het is even stil. “Weet je mijn naam nog?”
“Ja, die weet ik nog.” Hij geeft me hetzelfde antwoord als ik hem gaf en doet me hem daardoor wat aan de kant duwen. Hij is sterker en duwt me niet veel later zonder probleem richting een boom.
“Hé! Livio, niet doen!”
“Wat zeg je daar, Alissa? Livio?” Nu duwt hij me helemaal tegen een boom aan. Ineens staan we stil en is hij heel dichtbij. Ik zie niet alleen zijn borstkas omhoog gaan, maar voel ook bijna de adem die hij uitademt. Onze ogen maken contact en het is geen braaf contact.
“Ja, Livio. Dat was je naam toch?” Ik probeer met mijn polsen te wrikken zodat hij deze terug loslaat. Zijn grip verzacht meteen. Hij gaat me niet verkrachten. Toch laat Liam me niet los, nee. In plaats van mijn pols, neemt hij mijn hand vast en geeft hij er een kneepje in. En dat terwijl we elkaar aankijken en het beiden bloedheet krijgen.
“Dat is een belediging, Alissa. Weet je wat Livio betekent? Afgunstig. Niet echt de mooiste betekenis.”
“Weet je wat mijn naam betekent?” Liam schudt zijn hoofd, ik moet bluffen en blijf hem zelfzeker aankijken.
“De Engel.”
“Vast niet.” Hij lacht en laat mijn hand nu wel los. Doordat hij achteruit gaat krijg ik de ruimte om terug op het pad te gaan staan in plaats van tegen een boom.
“Waarom zeg je dat? Ik kan heel goed zijn…” En ook heel stout. Ik zeg het niet, we horen het allebei.
“Apate!” Zonder zich om te draaien roept hij zijn hond. De wandeling zit erop. Het enige waar ik aan kan denken zijn de brandende vingerafdrukken in mijn pols en de kracht van zijn bruine ogen en een glimlach. “Misschien moet je volgende keer dan laten zien hoe goed je bent, Alissa.” Goed in wat? Ik trek mijn wenkbrauwen op en doe hem daarmee grijnzen, dat meende hij niet. Met een beetje nep formuleer ik mijn respons.
“Kan jij dat aan, Livio?”

Volkomen 'engelachtig' zijn ze beiden duidelijk niet. Bovenaan een foto van Apate.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen