Foto bij 3 Hallo?

Werk, eten, slapen. Eten, werk, slapen… Maar goed dat ik blij ben met de job die ik doe. Ik ben operatieverpleegkundige op de afdeling cardiologie; zeker een pittig ding. Het is leuk werk zolang alles goed gaat… De professors lijken vaak te vergeten dat het gaat om mensen met een karakter, een familie, een leven. Een kleine fout kan zoveel gevolgen hebben… Ik zucht en stap thuis uit mijn autootje om me om te kleden. Veel eten kan ik nog niet klaarmaken aangezien ik vergeten ben om naar de supermarkt te gaan. En dat komt door mijn afspraakjes met Liam. Liam, Liam, Liam… Zou hij me wel mogen? Als vriendin, als lief, hoe hij dat wil. Ik voel me een klein beetje afgewezen sinds hij me niet op openbare plekken ontmoeten wil. Zou hij bekend zijn? Een jaloerse vriendin hebben? We weten zo weinig over elkaar. Het is al halfdonker wanneer ik mijn auto op de parking van de supermarkt neerzet. Er staan slechts drie andere auto’s waarvan één een grote jeep. Ik neem mijn tassen, één euro en het winkelbriefje waarna ik uitstap en richting de ingang loop.
Wat Abbey echter niet ziet, zijn de donkere individuen die zich in de grote jeep verschuilen. Ze volgen haar al de volledige dag, wachtend om toe te slaan. Hun extreem goede oren verkennen de omgeving voortdurend, terwijl hun ogen hun een beter zicht geven dan dat van een normale mens. De grootste van de twee mannen stapt uit wanneer Abbey voor hen loopt. Abbey zal hem echter niet zien of horen. Hij beweegt zich aan een snelheid die zo veel groter dan de hare is. Alsof haar hoofd een veertje is, geeft hij haar een tikje waardoor ze meteen flauwvalt en neerzakt. Zonder dat enige mens iets gezien of gehoord heeft, draagt hij haar tot in de jeep. Ze rijden weg, Abbey ligt op de achterbank ‘te slapen’. Haar auto staat nog op de parking van de supermarkt, alleen.
Wat is die hoofdpijn? Ik onderdruk een kreun en grijp naar mijn… De vloer is koud, en nat. Wat doe ik zelfs op een vloer? Snel open ik mijn ogen. Het licht doet me deze weer verward toeknijpen. Hoor ik nu stemmen? Waar ben ik in godsnaam? Dit is echt niet normaal… Wacht, het is ook warm tussen mijn benen. Niet enkel de vloer is vochtig. Natuurlijk, om een of andere reden heb ik mijn pil niet kunnen nemen. Ik open mijn ogen opnieuw en onderdruk de duizeligheid. Wat is dit? Ik zit in een soort van betonnen cel. En het is heel koud, ik voel mijn lichaam rillen. Iets verder lijk ik stemmen te horen, maar ik kan niet in de gang kijken vanuit deze positie. Wat doe ik in een cel? Dit is zeker niet van de politie; ik heb niet eens een bed. Ik voel me echt zo slecht… Is het slim om ontvoerders te laten weten dat je wakker bent? Het duurt niet lang voordat ik vage schimmen waarneem. Alsof schaduwen komen en gaan zonder dat ik hun eigenlijke vorm kan zien. Ik knipper nog eens. Ineens staat er een man in de uiterste rechtse hoek. Zijn lange haren zijn in een knot samengebonden terwijl zijn verfijnde gezicht me een bestuderende indruk geeft.
“Je bent wakker.” Ik weet niet goed hoe ik daarop moet reageren. Hij lijkt kalm, maar waarschijnlijk kan hij ook heel gruwelijke dingen doen gebeuren. Ik knik traag en trek mijn koude benen tot tegen mijn borstkas; in een poging om mezelf te beschermen tegen het ergste. “Je voelt je niet helemaal goed, wel Abbey?” Zijn knappe uiterlijk en de lieve vragen verwarren me. Wat wil hij in godsnaam van me? Me toch niet verkopen als… Angstig kruip ik terug tegen de koude muur. Eentje die mijn hoofd minder doet draaien. “En je hebt je maandstonden.” Hij lijkt zijn neus op te halen, maar ik zie het niet allemaal goed met mijn ogen halfdicht. “Ik laat ze je iets brengen.” Waarom zo bezorgd? Ik knipper traag een keer en kijk weer op. De man is verdwenen. Ik weet niet hoelang het duurt voordat er op een houten blad maandverband en één droge boterham gebracht wordt. Mijn keel voelt aan als schuurpapier dus eet ik niet eens de helft van het korrelige brood op. Waar is iedereen? Ik kan hier toch niet alleen zitten? Ik dwing mijn benen om op te staan en loer even doorheen de kamer. Er is een minuscuul raampje. Jammer genoeg is het glas zo vuil dat er niet veel meer door te zien is. Wanneer ik me omdraai, staat dezelfde man voor me. Deze keer leunt hij bijna tegen de tralies aan. Hij is duidelijk belangrijk, dat straalt hij uit.
“Wat willen jullie van me?” De kerel grijnst en buigt zijn hoofd een beetje. Zijn linkse vuist zit gebald rond de tralies. Ik wil niet weten wat die ene vuist kan aanrichten.
“Van jou, niets. Jouw lot hangt niet af van jezelf, liefje. Maak je maar geen zorgen.”
“Dat betekent dat ik niet dood ga, toch?” De man lacht en knikt uiteindelijk. Hij lijkt wat te mompelen waarna hij me een intense blik geeft. De man zorgt voor slechte kriebels over mijn lichaam.
“Goed berekend.” Zo snel als ik terug kan opkijken, is de deur geopend en trekt hij me ineens ruw overeind. Hij is abnormaal sterk…en snel. Het doet me bijna denken aan Liam in het bos. “Luister, wanneer jij braaf bent, zijn wij ook braaf.” Hij trekt me zo dicht tegen zijn dunne borstkas aan, dat ik me automatisch van hem weg wil duwen. Jammer genoeg is hij te sterk, ik ben gedwongen om met zijn vieze adem en sterke greep te luisteren naar stinkende woorden.
“Dat geldt vast ook omgekeerd.” De man grijnst enkel en laat me met dezelfde ruwe beweging los.
“Ga je douchen, je ruikt naar bloed en zweet.” Een beetje beledigd trek ik mijn wenkbrauwen op. Dat moet hij zeggen. Het is te hopen dat die douche privé is… Ik blijf lang in mijn kamer staan. De elegante kerel heeft intussen al een paar keer gezucht en verwijten gemompeld voordat ik mijn cel uitstap. Op de gang staan er inderdaad nog twee mannen. Twee kasten van mannen, nog breder en gespierder. Zij hebben niet die beleefde uitdrukking… Ik wend snel mijn blik af en volg de elegante man. Achter me lopen de andere twee. Plotseling voel ik me zo naakt en kwetsbaar op deze trappen… Mijn vingers trillen, ik hoop dat ze het niet zien.
“Wat?!” Voordat ik iets kan doen zit er een zak over mijn hoofd en word ik ruw gedragen.

Waar zou dit vandaan komen?

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen