Ja, jullie zien het goed. Ik heb besloten deze story weer op te pakken ^^

Toen Sirius de volgende ochtend weer beneden kwam, trof hij een grote puinhoop aan. Overal zaten soepspetters en in het midden van de puinhoop zat de jonge weerwolf. Zodra zijn blik viel op Sirius, krabbelde hij snel overeind. Sirius grijnsde. Hij had nu al die macht over Remus.
      "Goedemorgen Remus, lekker geslapen?" vroeg hij. Stilte was zijn antwoord. Hij had niks anders verwacht. Remus was tegen hem aan het vechten, maar hij zou zich nog wel realiseren dat hij al verloren had vanaf het moment dat hij het huis op Grimmauld Place betreden had.
      "Je hebt er wel een puinhoop van gemaakt," vervolgde hij. Langzaam liep hij om de kooi heen, alles goed in zich opnemend. Remus draaide met hem mee, hem opnemend met zijn gouden ogen die hem de arena al zo hadden geraakt. Toen hadden ze zich al niet willen overgeven terwijl hij op het punt had gestaan om te sterven. Nu was zijn trots alleen nog maar gegroeid. Het bewoog iets diep in Sirius. Een langvergeten instinct wellicht. Het vertelde hem om die gouden ogen te domineren, te beheersen. Ze moesten volledig van hem zijn.
      Hij haalde zijn toverstok uit zijn zak en wees de stok naar Remus en de soep. Remus kromp ineen.

      "Crucio!" Een allesoverheersende pijn trok door de negenjarige Sirius heen en hij stortte op de grond. Hij beet hard op zijn tong om te voorkomen dat hij het zou uitschreeuwen. De smaak van bloed vulde zijn mond.
      Net zo plotseling als het gekomen was, hield de pijn ook weer op. Zonder dat hem het gezegd werd, krabbelde Sirius weer overeind om Moeder aan te kijken. Ze stond emotieloos toe te kijken hoe hij al zijn kracht probeerde te verzamelen om niet te wankelen. Hij zou haar niet nogmaals falen door nu zwakte te tonen.
      "Snap je het nu? Je gaf me geen andere keuze dan dit te doen."
      "Ja Moeder, ik snap. Ik zal je niet meer falen. Ik wil alleen maar dat je van me houdt."
      Zonder aankondiging trok de pijn nogmaals door hem heen. Ditmaal kon hij een gepijnigde kreun niet inhouden.
      "Er bestaat geen houden van. Geen liefde. Je bezit iemand of je bent zijn bezit. Vertel me eens, Sirius. Ben jij van mij?"
      Sirius kreunde zacht terwijl hij zijn pijnlijke lichaam weer dwong om te staan. "Ja Moeder."


      Het zou zo makkelijk zijn om de spreuk die hij al zo vaak gehoord en ervaren had uit te spreken, en te zien hoe Remus neer zou vallen. Misschien zou hij wel om genade smeken. Toch deed Sirius het niet. Dat was iets tussen Moeder en hem wat hij niet met Remus wilde delen.
      In plaats daarvan gaf hij een kort zwiepje met zijn stok waardoor de soep op de grond verdween. De rode tomatensoepvlekken in Remus' kleding bleven zitten waar ze zaten.
      "Zullen we dat maar eens schoonmaken?" zei hij met een knikje op de vlekken. Met een zachte klik opende het slot zich en de deur zwaaide open. De behoedzaamheid was zichtbaar in Remus' ogen, maar toen Sirius geen enkele aanstalten maakte om de kooi te betreden, stond hij toch op om wat onzekere stappen richting de gegeven vluchtweg te maken, alsof hij niet goed wist wat hij moest doen. Sirius keek alleen toe.
      Zonder iets te zeggen draaide Sirius zich om om de kamer te verlaten. Remus zou hem volgen wist hij. De wolf was er nieuwsgierig genoeg voor. Hij liep een van de andere kamers in, waar een sterkgeurend bad klaarstond. De stoom steeg ervan op.
      Remus kwam inderdaad na hem de kamer binnen, maar zodra zijn oog viel op het bad hield hij halt. Zijn ogen schoten van Sirius naar het bad en weer terug. Sirius keek geamuseerd toe en liep langzaam om Remus heen, die aan de grond genageld leek. Hij legde zijn handen op de schouders van Remus. Remus verstrakte meteen, maar draaide zich niet om naar de man die achter hem stond. Sirius grijnsde.
      Hij verschoof het shirt van Remus iets, zodat de schouder bloot kwam te liggen en volgde met zijn vinger het litteken dat daar liep. Met een ruk trok Remus zijn schouder weg, zodat het contact tussen zijn huid en Sirius' vinger verbroken werd.
      "Schone kleding ligt klaar," zei Sirius terwijl hij richting de deur liep. In de deuropening draaide hij zich om naar de wolf die nog steeds bewegingloos stond. "Of moet ik je komen helpen?" Remus' kaak verstrakte en juist daarom liet Sirius zijn blik langzaam over het lichaam van Remus glijden. Toen hij Remus langzaam rood zag worden, knipoogde hij en verliet de badkamer.
      Remus wist precies wat hij zei, daar was hij zeker van. Hij had het gezien in de manier waarop Remus naar hem keek als hij iets zei. Hij gedroeg zich misschien als een beest, ergens in hem was ook een kant die 'mens' sprak. Het maakte het alleen maar beter voor Sirius. Want wat voor lol was er aan een beest te beleven?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here