Foto bij 4 Koud

Ik heb geen idee waar we naar toe gaan, maar het gaat snel en alles schokt. “Dit kan beter de weg naar de douche zijn!” Ik hoor niets en begin te spartelen. De greep is echter opnieuw zo sterk dat het niet veel uithaalt. Dat betekent niet dat ik het tegenwerken opgeef. Mijn lichaam is zo gespannen dat het bijna automatisch gebeurt. Plotseling belanden mijn voeten ruw op de grond. Ik zak kort doorheen mijn enkels en voel terug zuurstof op mijn gelaat. Mijn ogen openen zich snel; dit is een badkamer.
“Je weet nog wat ik zei over meewerken?” Nu klinkt de man geïrriteerd. Hij neemt een handdoek en gooit hem bijna in mijn gezicht. Ik knik traag en laat voor het eerst mijn ogen de kamer verkennen. Het is een oude badkamer, zoals hij zei. Mijn handen zijn geschaafd, net als mijn ellenbogen en hals. Ik onderdruk een kreun en vind de trots om overeind te komen.
“Ja, een waarschuwing was fijn geweest. Ik neem aan dat ik wel alleen mag douchen?” Of dat hoop ik toch, anders ga ik nergens naartoe. Dan stink ik liever. Die twee brede kerels hebben een bepaalde blik op hun gezicht; ik wil het niet zien. De smallere leidinggevende kerel glimlacht.
“Ik kan je verzekeren dat mijn twee jongens hier netjes aan de deur blijven staan.” Voordat ik mijn hoofd ook maar één keer kan schudden, wordt alle lucht uit mijn longen geduwd en belandt mijn rug ruw tegen de muur. “Zorg nu dat je in die douche staat.” Het is een ijskoud bevel, gesist tussen kleine tanden. Ik ben hem aan het irriteren, dat is duidelijk. Hoe komt dat hij zo sterk is? Zonder nog iets te zeggen duwt hij me naar achteren totdat ik tussen twee muren sta. Ik hoor een deur dichtgaan. Aan de andere kant staan hoogstwaarschijnlijk de twee kerels nog. Zonder veel te zeggen, trek ik mijn jeans en shirt uit. Ik weiger meer uit te doen en zet een ijskoude kraan aan. De verdomde knop weigert me warm water te geven waardoor ik meteen onder het water vandaan kom. De brandwonden schuren, prikken en ik heb het ijskoud. Mijn lichaam trilt hevig en ik weet niet of dat enkel van de koude is. Ineens zie ik van boven de muur een handdoek verschijnen. Ik besluit door te bijten, veel keuze heb ik niet. Na een minuut van douchen kom ik bibberend onder het water vandaan en grijp ik naar de handdoek. Zo snel als het kan, droog ik me af en zorg ik dat ik terug mijn kleding aanheb. Mijn lichaam wil niet stoppen met bibberen. Ik zucht en kom een beetje schuchter tevoorschijn. De twee mannen hebben een neutrale blik, ik vertrouw ze echter voor geen haar. Vinden ze dit fijn? Een meisje kidnappen en doen douchen in een vreemd huis?
“Hier is je waarschuwing.” Ineens zit er weer een zak over mijn hoofd en hoor ik bewegende lucht. Volgens mij word ik gedragen door eentje. Eentje die snel loopt en geen enkele moeilijkheid ondervindt met 55 kg. Enkele seconden later raken mijn benen tamelijk hard een koude vloer en valt fel licht mijn ogen weer binnen. Ik hoor het slotdichtgaan. Geen sterke mannen meer te zien… Mijn lichaam bibbert hevig terwijl ik mezelf oprol tot een bolletje, opzoek naar warmte.
“Dit is onmogelijk!” Verschillende sterke mannen krimpen lichtjes in elkaar door het geroep van hun leider. Liam is enorm woedend en niets lijkt hem te kunnen kalmeren. En dat allemaal door een foto met een verzoekje. Een foto van een gekwetste Abbey, gevangengenomen door hun vijand.
“Je gaat dat meisje toch niet terughalen? Een mensenleven in vergelijking met vele anderen?” De ontgoocheling is bijna hoorbaar in de stem van een zwartharige, smalle man. Liam pikt het niet. Zijn grote lichaam is binnen enkele milliseconden vlak voor dat van de zwartharige man, bijna dreigend.
“Zayn, luister naar mij. Ik ga haar terughalen. Alleen of in team. Dat is wat jullie willen, maar ik ga haar halen zonder naar dat belachelijke verzoek te luisteren.” Er is veel tumult rondom het razende lichaam van Liam. “BEGREPEN?!”
“Tijd voor ontbijt, schatje.” Een nieuwe man staat met grote donkere ogen tegen mijn cel aan. In plaats van naar het plateau toe te gaan, deins ik terug tegen de muur. “Geen honger, mh?” Er verschijnt een rode gloed in zijn ogen. Ik voel mijn hartslag meteen dramatisch stijgen. “Ik heb anders wel honger.” Voordat ik kan roepen, is er geluid en ligt de man op de grond. De leidinggevende kerel veegt net zijn handen af.
“Wat zijn jullie?” De angst is te duidelijk in mijn stem. Ik duw me nog meer tegen de muur als de man ook rode ogen krijgt. Ineens trekt hij zijn volledige bovenlip op. Verschillende grote tanden gapen me zo aan dat ik mijn hoofd uit afschuw wegdraai.
“Heeft hij je dat nog niet verteld, Abbey?” Waar heeft hij het in godsnaam over? Dit is een horrorfilm, een hele echte, neppe horrorfilm.
“Ik heb geen idee wie je bedoelt…” Mijn domheid en angst doen hem grijnzen. Heel eng grijnzen, ik wil niet weten wat voor persoon hij is. Ik wil niet kijken, maar ik moet wel. Nee, ik wil niet. Ik wil weg.
“Liam. Jouw vriend. Jij bent zijn enige mensenvriendin, wist je dat?” Hij trekt zijn wenkbrauwen geamuseerd op. Hoe…
“Wat bedoel je met…m-mensenvriendin?” Waarom het woord mens ervoor? Dat is absurd. “Dit is de realiteit, geen sciencefiction.” Ik hoor mannen lachen. Het is niet enkel de dunne man, ook de mannen van verderop in de ruimte. Hoe horen zij dit? Ik ben bijna aan het fluisteren.
“Dit is de realiteit. Een vampierrealiteit.” Nee. Vampiers bestaan enkel in boeken en series. Ik schud mijn hoofd, de man begint zachtjes te lachen. Alweer, het begint heel vervelend en vernederend te worden. “Je gelooft wat je wilt geloven, Abbey. Weet enkel dat knoflook je niet bevrijden zal.” Dat is echt niet grappig. Ik schud mijn hoofd. De smalle kerel schuift een plateau naar me toe en staat dan op. Voordat ik kan knipperen is hij verdwenen. Vampiers…wat een waanzin. Dat maakt deze ontvoering alleen maar erger.
“WIE GAAT ER NU MEE!” Het is geen vraag meer, eerder een boze tirade. Liam bevestigt nog wat extra in gif gedoopte messen in zijn broekzakken en ritst ze vol woede toe.
“Een mensenmeisje…” Een kleinere vampier schudt zijn hoofd met een grijns. Hij krijgt al snel meer dan tien zwijgende blikken van de mannen rondom hem. Dat was geen slimme opmerking. Zonder dat Liam iets zegt, deelt hij een rake klap uit. Het is even stil waarna de leidinggevende stem van de man de ruimte weer vult.
“We gaan. Nu.”

TADADA Held Liam on the way!

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen