Foto bij 6  Held of duivel?

“Ah, jouw komst was precies wat we nodig hadden.” De leidinggevende, die blijkbaar Vin heet, trekt zijn wenkbrauwen op wanneer een stomende Liam in de deuropening verschijnt. Zijn strakke, donkere kledij is besmeurd met bloed en zijn ogen smeulen als hete kooltjes. Zonder veel te zeggen haalt hij een houten spies boven. In één beweging verweert hij zich van drie mannen die hij met veel geweld aan de kant schuift, dood. Of dat lijkt toch zo. Ik probeer geen geluid te maken en vooral rustig te ademen. Een piepende hyperventilatie lijkt me niet ideaal. Zouden ze onderhandelen? Voordat ik mijn adem kan inhouden is er een speer door de lucht gevlogen. Ik hoor een kreun van Vin en bemerk niet veel later Liam die er mee strijdt. Ze bewegen aan een onnavolgbare snelheid. Mijn blik kan ik niet afwenden, het is Liam. Even knap en stoer als anders. Enkel een beetje moordzuchtig nu… Ik weet niet wat ik daarvan moet denken, maar ik kan niet stoppen met te kijken hoe ze als twee bruten vechten. Dat is niet de Liam uit het bos, het is de vampierkant, denk ik. Na enkele minuten hoor ik een plof en bemerk ik het in zwartgeklede lichaam op de grond.
“Hij is dood, kom.”
“Hoe…” Mijn ogen gaan van de grond omhoog… Een hart? Heeft Liam nu zijn donkerrode hart vast? Het bloedt sijpelt door zijn vingers. Hij gooit het hart neer en trekt me zonder na te denken overeind bij mijn arm.
“Ik neem je mee, Abbey.” Heel even lijkt hij de tijd voor me te nemen. Heel even. Intussen bewegen we weer aan misselijkmakende snelheid…totdat ik enkel zwart zie en stemmen hoor.
“Ze is echt wel wakker.”
“Nee, dat zie je toch, ze slaapt.”
“En wat weet jij van mensen, Johnsen?”
"Waarom rilt ze zo?" Een nieuwe stem.
"Heeft er niemand een vest of jas? Misschien heeft ze het koud." Dat was Liam, hij zit duidelijk links van me. Met mijn linkerhand ga ik opzoek naar zijn rechter. Blijkt dat die maar vijf centimeter van de mijne lag. Waarom voel ik me zo duf en moe? Ik knijp zachtjes in het eerste van zijn hand dat ik voel.
"Bedoel je een trui die niet vol bloed hangt?" Het klinkt sarcastisch en komt rechts van me.
"Zayn, alles wat haar niet meer doet rillen."
"Nieuw plan, we dumpen het meisje bij haar thuis en gaan de rommel opruimen."
"Nee!" Dat was Liam opnieuw, duidelijk gefrustreerd.
"Ze is een mens, komaan! Sinds wanneer hebben we daar vriendschappelijk contact mee?" Een lage grom doet elk geluid verdwijnen. "Oké, dan nemen we haar mee naar onze plaats."
"Misschien ligt er nog een jas van tijdens patrouilles in de koffer. Kan je daar even stoppen?" Ik voel hoe de auto minder snelheid maakt. De stem van de persoon rechts van me is die van een Zayn. Dat is ook waar de deur opengaat. De koude doet me mijn plakkerige ogen opendoen.
"Ze is wakker." Een vierde stem. Ik duw mijn rug tegen de autoleuning aan in een poging om niet als een zwak hoopje zand te zitten. Liam heeft zijn arm dicht bij de mijne en helpt me. Naast die bruine ogen die me een gemengde blik geven, zie ik ook dat we op een kleinere veldweg staan. We zitten in een jeep. Een slanke man met zwarte haren en een klein baardje reikt me een zwarte, lederen jas aan. Dat is dus Zayn. Ik neem hem dankbaar aan. Nu is het pas zichtbaar hoe toegetakeld mijn vingers zijn. Liam wil me helpen als ik vol stijfheid het ding wil aantrekken, ik weiger dat en rits de jas toe. Ze hebben gelijk, ik ril als een rietje.
"Ril je van de koude?" De vierde stem is van de passagier links vooraan. Hij heeft lange bruine krullen en indrukwekkende grijze ogen. Zijn stem klinkt bezorgd. Al is dat waarschijnlijk niets in vergelijking met Liam die me nauwlettend in het oog houdt.
"Ik denk het, en de shock." Het lijkt kort alsof ze daarmee willen lachen. Ik ga er tegenin als de auto weer vertrekt.
"Waar gaan we naar toe? Eén ontvoering was wel genoeg." Ik draai mijn hoofd in Liams richting, zijn blik is nog steeds een raadsel. Het lijkt heel...berouwvol, maar het heeft ook iets met kracht. Zayn naast me glimlacht, maar zegt niets.
"Ja, Cap. Waar gaan we naartoe?" Dat lijkt Liam te irriteren. De chauffeur is duidelijk de man met de grote mond.
"Naar een veilige plaats." Het is bijna een grom.
"Zij mag de weg toch niet zien?" Liam lijkt langzaam te knikken terwijl hij met zijn kaken op elkaar nadenkt.
"Je vraagt of ik haar terug doe slapen?" Hij twijfelt, dat is duidelijk hoorbaar.
"Alsjeblieft niet. Ik..." Mijn hartslag neemt snel toe. Ik voel me echt niet gerust. Mijn lichaam trilt nog steeds en mentaal probeer ik de gekke situatie te negeren.
"Heeft iemand een stuk stof bij?"
"Dat lijkt op een nieuwe ontvoering." Ik geef hem een boze blik. Wat is dat voor voorstel? Dit is duidelijk een andere Liam in een andere situatie.
"Dat is het niet." Zijn trouwe bruine ogen doen me twijfelen. Ik wil hem vertrouwen, maar eigenlijk wil ik dat ook niet. Ik heb genoeg gehad... "Abbey, dat is het niet." Zijn vingers bevinden zich ondertussen op een stuk groen stof. Vers gescheurd stof van de bruinharige mans shirt. Er hangt vast wel ergens bloed aan van het bloedbad. Dit is zo surreëel; alsof ik droom. Wanneer ik niets meer zie en probeer kalm door mijn mond te ademen, voel ik ruwe vingers de mijne opzoeken bij mijn linkerhand. Er is een zacht knijpje, ik weet niet goed of ik terug moet knijpen, maar van de angst neem ik ze automatisch stevig vast. Ik droom dus niet. Hoe kan Liam zo lief en zo ruw en meedogenloos tegelijkertijd zijn?
“Wat gaan jullie met me doen?” Het is lang stil. Aangezien Liam ook Cap genoemd wordt, zal hij de persoon zijn die moet antwoorden.
“Je oplappen. Als alles veilig is, kan je naar huis, als je dat wilt.” Ik hoor gesnuif langs andere kanten en frons tegen het doek aan.
“Ik moet morgen werken.” Volgens mij lachen ze me allemaal uit, maar ik kan hun gezichten niet zien. Het is echt heel vervelend. “Ik kan moeilijk zeggen dat ik door vampiers ontvoerd en gered ben.” Het blijft stil. Horen ze me wel? Ik knijp nu vragend in Liams wijsvinger. Hij beantwoordt dat vrijwel meteen door terug te knijpen en zijn stemgeluid te laten horen.
“We zijn er bijna.” De stilte is echt wel beknijpend. Ik voel mijn hoofd langzaamaan bonken. Niet veel later stopt de auto bruusk. Ik schiet naar voren, maar beland gelukkig automatisch terug tegen de stoel. Ik word ineens aan mijn arm naar rechts getrokken en schreeuw daarom angstig. Waarom hebben ze me weer niet gewaarschuwd?
“Sh, niet roepen.” Dat is de stem van die Zayn. De smalle, zwartharige man trekt me zonder veel medelijden vooruit. Op het laatste moment wordt er ruw aan mijn arm getrokken om me van richting te doen veranderen. Ik weet niet hoe lang we moeten wandelen. Het lijkt een eeuwigheid te duren en ik bots zo vaak dat ik af en toe geïrriteerd terugtrek of wat verwensingen mompel. Ze negeren me volledig.
“Ah!” Donkerlicht. Voor me staat die Zayn. Hij glimlacht niet, hij kijkt niet boos. Nee, het is een neutrale, misschien wel bezorgde blik. Plotseling verschijnt Liam ernaast, hij is duidelijk wel bezorgd.
“Abbey, als je mij wilt volgen.” Nu zijn we ineens beleefd? Onder druk van andere blikken van sterke mannen doe ik het toch maar. We belanden in een soort van enge gastenkamer. “Kalmeer, alsjeblieft. Hier zal je niets gebeuren.” Ik adem trillerig uit, hoe kan ik dat geloven. “Echt.” Ineens krijg ik een speels duwtje. Dat doet me denken aan de Liam van het bos. “Dit is een spannende andere locatie…”
“Voor een date?” Die moedige poging doet me wat treurig lachen. Liam lijkt te twijfelen of hij wel gaat antwoorden op die suggestie.
“Ik zou het niet echt een date noemen. Of toch geen ideale date, en dat ligt niet aan jou.”
"Euh..." Ik begin te lachen uit miserie. "Ik probeer mezelf nog steeds te overtuigen dat ik al wakker ben." Liam kijkt heel serieus en knikt dan kort. Hierbij haalt hij zijn stevige schouders op.
"Ik kan het je zeggen, je bent wakker. Is dat voldoende?"
"Voor nu wel." Daar is die sfeer weer. Die spannende sfeer van in het bos. Ineens lijkt zijn lichaam veel dichterbij.
"Het spijt me dat ik je hierin gehaald heb. Dat was dom van me." Nu haal ik mijn schouders op. In welke mate is het zijn schuld dat ik ontvoerd werd?
"Als dit het ergste was, is het wel oké.." Ik veeg een lok haar uit mijn nek en zucht dan. Volgens mij zie ik er enorm vies uit.
"Hebben ze van je gedronken?" Ineens klinkt hij boos en raakt zijn rechterhand mijn hals aan. De woede van hem doet mijn hartslag stijgen.
"Zie je dat?" Mijn stem klinkt benepen waardoor hij me meteen een zachtere blik probeert te geven, maar hij fronst nog steeds in zichzelf.
"Nee, ik ruik het." Dat is helemaal normaal. Hij lijkt mijn ongemakkelijkheid op te merken en zet terug een stap achteruit. "Daar is een badkamer." Hij stapt zelf in de kleinere ruimte binnen, trekt een lade open en legt twee handdoeken klaar. Er hangt ook een grote spiegel... Ik zet terug een stap achteruit als ik daar mezelf in zie. Dat...
"Abbey...?" Hoe kan ik zo gaan werken? Ik stap terug schuin vooruit. Heel mijn gezicht hangt vol zwart vuil en zit vol kneuzingen en bulten. "Dat lossen we nog wel op. Beloofd." Ineens fluistert hij het langs achteren. Ik kijk omhoog en vind zijn knappe gezicht in de spiegel. "Ben je oké?" Hij wil, moet vertrekken, ik merk het aan zijn houding.
"Definieer oké. Ik leef nog. Mijn bewustzijn is echter...wazig. " Liam knikt en streelt opnieuw over mijn hals. Alles doet pijn. Ik voel elke zenuw doorheen mijn lichaam schreeuwen naar rust.
"Vin heeft aan je gezeten, of niet soms?" Alsof dat niet heel jaloers klinkt, is het wel boos.
"Hij heeft het...gemaakt." Liam knikt en trekt zijn koude, ruwe vingers terug.
"Wel, hij is dood nu. Ik laat je alleen. Mijn gsm-nummer ligt op het bed. Stuur naar me als je iets nodig hebt. Abbey," nu geeft hij me een heel duidelijke blik door de spiegel, "loop hier niet alleen rond. Zij zien je als mens, als eten. Ja?" Ik knik traag bij die bezorgdheid, knipper, en hoor dan verderop een deur toegaan. Ik heb geen schaamte meer en trek meteen mijn gescheurde, vieze kledij uit om de oude douchekraan aan te zetten. Eerst stroomt er koud water, dan warm. Het water dat van me afloopt is grijs van de modder en het zand. Nu zie ik dat niet enkel mijn gezicht en handen gekneusd zijn, blauwe plekken vullen ook mijn middel en bovenbenen. Niets aan te doen zeker? Ik voel me zo afwezig, zeker nu het warme water mijn stramme spieren en vele gemoederen lijkt te sussen. Wat een hel.

Zijn er ook engelen in de hel?

Reacties (1)

  • IrisThePiris

    Nee er zijn geen engelen in de hel, denk ik.
    Misschien wel in dit verhaal ;O ?

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen