Thorin kon onmogelijk zijn angst ontkennen. Hij keek schichtig om zich heen terwijl hij richting de ingang rende om samen paraat te staan met het leger eens de draak door de poorten van Erebor heen brak. De vlammen die erdoor spatten lieten hem even stil staan. Voor een ogenblik, niet meer dan een seconde schaamde hij zich. Hij was hier wel de prins, de enige overgebleven prins van Erebor en hij was al bang terwijl de draak nog niet binnen was. Wat moest het volk niet van hem denken? Maar eens hij weer opzij keek zag hij zijn soldaten en zelfs zijn vader met zelfde angst in zijn ogen opkijken naar de poorten. Een paar luide knallen tegen de deur, gevolgd door wat geschreeuw van de draak zorgde ervoor dat Thorin zijn zwaard hief en het leger aanmoedigde om door te zetten tot het bittere eind. Na die woorden schoten de deuren los en raakten met steen en alles wat in de weg zat voor de draak de grond. Thorin kon zelf niet toekijken wat voor schade het beest had toegebracht aan zijn thuis, hij was te overdonderd van de grootte van het machtige schepsel. Net toen hij in actie wou komen en wou aanvallen schoot het wezen naar voor en liep zonder omkijken over brokstukken en soldaten heen. Al wie hem probeerde tegen houden vloog de lucht in. Ook Thorin probeerde nu een plan te bedenken om de draak te slim af te zijn. Er hing een doek aan de muur waar hij misschien wel kon opklimmen en zo dichterbij de draak kon komen. Als hij op het beest zijn rug kon springen had hij misschien een kans om het schade toe te brengen. Zo rende de dwergenprins naar de doeken aan de muur, al snel volgden ook wat soldaten hem. Net toen ze aan hun klimavontuur begonnen kreeg het schepsel hun ook in de gaten. Met een enorme zwaai met zijn staart gooide hij nog wat soldaten om zich heen en keerde zich om naar Thorin. ‘Dacht je nou echt te ontkomen aan mij?’ spuwde de draak. Thorin die niet goed wist waar hij het meest van onder de indruk moest zijn, de sprekende draak, of zijn opmerkzaamheid, hing even bevroren in de wandtapijten. ‘Mijn naam is Smaug en niemand is hier slim of sterk genoeg om mij te stoppen dwergenprins!’ Hierna draaide Smaug zich sissend weer om ‘Kijk maar toe hoe ik jou en je leger en volk verbrand of plattrap!’ gronde het wezen. Hierna volgde een slag van zijn staart waarbij het wandtapijt losschoot en Thorin en zijn soldaten al snel de grond raakten. Een volgende stap van Smaug zorgde er ook voor dat alles even donker werd voor Thorin’s ogen. Als bij wonder kon hij zijn ogen al snel weer openen en zag Smaug al verder Erebor inlopen. Was hij nu net vanonder de gigantische poten van dat beest vandaan geraakt? Plots besefte hij dat Thrain en Thror hierook moesten rondlopen. ‘Vader!’ riep hij dan ook half in paniek en tegelijk bang om te luid te roepen wat het beest zijn aandacht zou kunnen trekken. ‘Vader!’ probeerde hij nogmaals waarbij iets hem vastgreep en hij een gang in getrokken werd ‘Thorin we moeten je grootvader halen, Thror is in zijn schatkamers!’ siste Thrain waarbij Thorin het al snel op een lopen zette. Hij had altijd al geweten dat zijn grootvaders obsessie met zijn goud en diamanten zijn tol zou eisen. Nu was die draak hier voor zijn schat en zat zijn grootvader koppig zijnde er nog steeds over te waken. Net op tijd kwamen Thrain en Thorin dan ook aan in de schatkamer, Thror zat voorovergebogen op de trappen en jammerde over zijn Arkenstone, het koningsjuweel waarvan Thorin vermoedde dat het tussen al het goud zoekgeraakt was. Hoewel Thorin het ook een belangrijk juweel vond kon hij nu onmogelijk begrip tonen voor de situatie en greep zijn grootvader bij de middel. ‘We moeten gaan!’ riep hij terwijl de draak in topsnelheid over de schatten naar hen toevloog. ‘De Arkenstone!’ riep Thror nog maar Thorin trok hem mee achteruit en verdween net op tijd in de trappenhal voor Smaug zijn furie op hen losliet. Onder luid protest en gejammer van koning Thror brachten Thrain en Thorin hem naar buiten. ‘Ga naar het volk kijken zoon, ik red ons hier wel!’ zijn Thrain toen ze er bijna waren en Thror zich letterlijk vooruit liet slepen. Thorin twijfelde kort maar dacht toen aan Terwyn, Dis en hun kinderen waarbij hij al snel naar buiten liep op zoek naar hen. Dat was ook het moment waarop hij vanboven op de heuvel die uitkeek op Erebor en Dale de elfenkoning van het Groene Woud zag staan. Thranduil was gekomen, en met een leger dan nog! Wist hij van deze aanval? Was het zelf mogelijk dat hij zo snel hierheen kwam? Hoe dan ook Thorin moest wat doen. ‘Help!’ schreeuwde hij dan ook, eerst met een droog en ruw geluid vanuit zijn zere keel. ‘Help ons!’ deed hij nog een poging waarbij de elfenkoning zijn kant opkeek. Kort staarden ze in elkaars ogen, Thranduil’s ogen stonden koud en bijna emotieloos. Alsof dit drakenvuur en het leed van de dwergen hem niets deed. Op dat moment realiseerde Thorin zich dat Thranduil helemaal niets wist over de draak zijn komst, hij was hier ook niet om hulp te bieden. Hij had zijn ogen op een andere prijs gezet. Eén die nu ver buiten zijn handbereik was. Zoals Thorin dan ook dacht draaide De elfenkoning zonder enige emotie te tonen zijn hoofd weg en beviel zijn leger om zich terug te trekken. De dwergen stonden er alleen voor.

Reacties (1)

  • Croweater

    Wat ben je ook een lul Thranduil

    Afijn ik heb eindelijk weer een fatsoenlijke telefoon en kan nu wat makkelijker alle hoofdstukjes inhalen^^

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen