De vliegreis naar Livia duurt ongeveer twee uur. Ik kijk een film op het scherm voor me en dommel het laatste stuk een beetje.
Tijdens de daling krijgen we allemaal een kauwgompje tegen de oorpijn van Olwyn. Als we veilig stil op de grond staan, slaak ik een diepe zucht. Ik strijk mijn witte blouse vluchtig glad en sta op. Bij het opstaan stoot ik mijn hoofd tegen het boven rek en ik krimp met een zuur gezicht in elkaar. Gina kijkt me aan en grinnikt. ‘Dat zou mij nou nooit gebeuren.’
Ik bekijk het meisje eens. Ze is misschien wel meer dan een halve kop kleiner dan dat ik ben. Ze staat gewoon rechtop en komt bij lange na niet met haar hoofd bij het rek.
‘Misschien moet je dat maar als pluspunt zien, want het doet verschrikkelijk zeer.’ Zachtjes wrijf ik met mijn hand over de zere plek.
‘Gaan jullie mee?’ Olwyn wenkt ons. Met z’n vijven schuifelen we achter haar aan het vliegtuig uit.
Het vliegveld in Troeva was al indrukwekkend, maar dit vliegveld is gewoon overweldigend. Overal bewegen mensen, rollen karren en flikkeren er lichtjes. Om de haverklap word er iets omgeroepen over de megafoon. Verbluft blijf ik even staan in de aankomst haal.
‘Alle sterren.’ Mompelt Gina. Ik kijk even naar mijn groepje en zie dat Quinn me met open mond aanstaart. Ik haal mijn schouders naar haar op. ‘Indrukwekkend hé.’
Ze knikt, niet instaat iets te zeggen en draait haar hoofd weer naar de drukte. ‘Dit is echt… Fantastisch!’ Gilt Jolee ineens opgewonden en ze maakt een raar sprongetje in de lucht. Haar witte jurk zwiert rond haar benen en ik grijp haar vast. ‘Kijk uit, straks bots je nog tegen iemand op.’
Jolee blijft met een roodhoofd naast me staan, maar haar lach verraad hoe opgewonden ze is. Terwijl we ons een weg door het vliegveld banen, kijk ik me ogen uit. De aankomsthal heeft een enorme ronde koepel als dak. In de ruimte staan allemaal lopende banden waar koffers op rollen. De muren zijn wit, maar om de zoveel meter is het logo van Livia te zien met zijn blauwe en groene kleuren. De vloer bestaat uit allemaal vierkante stenen en laten de wieltjes van de verschillende koffertjes hobbelen. Aan het plafond hangen grote lampen die de hele hal verlichten.
‘Moet je nagaan dat dit maar één hal is.’ Mompelt Emi en komt als eerste in beweging. Snel volgen we Olwyn die al een stukje verderop bij een lopende band staat.
‘Als jullie je koffer zien, moet je hem van de band afhalen.’
Mijn blik glijd naar de rollende band. In het midden zit een gat en telkens spuugt daar een koffer uit. De koffer glijd naar beneden en beland op de band.
Quinn komt als eerste in beweging en trekt een kleine, zwarte koffer van de band. Aan het hengsel hangt een kaartje met haar naam. Ik bijt om mijn lip, dat had ik ook moeten doen.
Het duurt even, maar dan komt Gina’s koffer ook tevoorschijn en vlak daarna Emi’s. Ik zucht en wiebel met mijn benen. Ik voel de verzuring opkomen van de lange dag en verlang naar een slaapplek.
‘Hé Isra, is dat niet jouw sporttas?’ Jolee stoot me aan en wijst naar een plek verderop op de lopende band. Ik knijp mijn ogen samen en zucht. Ik heb mijn tas gemist.
Ik kom in beweging en hol op de band heen. ‘Sorry.’ Mompel ik tegen een man waar ik half tegenaan bots en grijp mijn tas beet. Ik hang hem om mijn schouder en zucht opgelucht. Wat zou er gebeurd zijn als Jolee hem niet had gezien. Was ik hem dan kwijt?
Ik richt mijn blik op het einde van de rollende band en zie tot mijn ergernis dat het een cirkel is. Hij was gewoon weer langs de plek gekomen waar ik stond.
Met een lichte klamme zweet op mijn rug van het rennen voeg ik me weer bij de groep. Quinn kijkt me met fronsende wenkbrauwen aan, maar het is Emi die het woord neemt. ‘Je had er niet achteraan hoeven rennen. Hij was gewoon weer langs gekomen’
Ik voel mijn wangen roodkleuren en duw een onzichtbare plukje haar achter mijn oor. ‘Ja, daar kwam ik te laat achter.’
‘Ik heb ook mijn tas!’ Roep Jolee en zwaait er mee door de lucht. Onderweg raakt de tas twee vrouwen, die geërgerd omkijken, maar Jolee merkt het niet.
‘Dan kunnen we.’ Zegt Olwyn en begint te lopen. Ik haak mijn arm door die van Jolee, bang dat ze onderweg nog meer mensen raakt en volg Olwyn.
Buiten op de parkeerplaats staat een hover op ons te wachten. Met z’n zevenen schuiven we op de bank en ik besef me dat ik de naam van de tweede begeleider niet weet. Het maakt ook niet zoveel uit, want Olwyn heeft duideljk de leiding.
‘Is het ver naar het huis?’ Vraagt Quinn. ‘Een paar minuten maar. Jullie kunnen bijna naar bed.’ Glimlacht Olwyn.
De reis duurt inderdaad niet lang. Al snel mogen we weer uitstappen.
Het “huis” voor ons is gigantisch. Het is eerder een enorm, wit, kasteelachtig, landhuis. Een trap leid naar een twee-deurige voordeur met twee leeuwenhoofden als kloppers.
Het huis telt 3 verdiepingen aan de ramen te zien. Aan beide kanten is een balkon op de tweede verdieping.
Dikke pilaren ondersteunen het dakje boven de deur. Ik klem mijn versleten sporttas tegen me aan en voel meteen dat ik hier totaal niet pas.
Iedereen is een beetje overdonderd, zelfs Jolee is er stil van. Olwyn gaat voor ons staan en spreid haar armen. Ze grijnst even naar onze verbaasde gezichtjes. ‘Welkom op Landgoed leeuwenkuil.’

Reacties (3)

  • Spiridakos

    OH YESSSS

    2 jaar geleden
  • Madelaine

    Omg leeuwenkuil, klinkt veelbelovend. Laat de drama maar komen yay

    2 jaar geleden
  • Ravenmeisje

    Wat ben ik blij dat jij weer regelmatig schrijft:)

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen