Foto bij 10 Ontvoerd

“Natuurlijk ben ik zeker! Denk je dat ik dit voor de grap doe? Om het nog wat dramatischer te maken?! Zayn, ze is een Nereus. Ze heeft zelfs drie vlekken.”- “Ja, drie van de vier!” Liam fluistert driftig, gepanikeerd terwijl hij in de kleine hal met stevige passen wandelt.
Een beetje aarzelend komt Liam de ruimte weer binnen. Zijn ogen vinden me traag. Ik zit op de bank, proberend geen gekke dingen in mijn hoofd te halen. Maar…ik zou niet menselijk zijn? Dit is nog steeds een lange, absurde droom.
“Alles goed, Liam?” Hij bekijkt me wel erg lang nu. Het doet me bijna opstaan uit bezorgdheid. Hij antwoordt daar niet op, zoals meestal.
“Ik… Het is beter als je terug mee naar mijn huis gaat.” Zijn huis. Het kronkelt daar van de vampiers.
“Tussen allemaal vampiers?” Hij schudt kort zijn hoofd. Ik ga niet terug naar die gevangenisachtige kamer.
“Nee, echt mijn huis. Een deel van het complex. Op dit moment ben ik niet echt in staat om je alles uit te leggen, maar…je moet gewoon meekomen.” Mijn werk, mijn vriendinnen, mijn leven… Het lijkt zo onbelangrijk als je Liam zo hoort spreken. Zo gevoelig, twijfelend…
“En mijn leven hier?”
“Abbey, dat kunnen we iets later nog regelen. Je hebt een telefoon, juist? Ik wil je tot niets verplichten, maar voor je eigen veiligheid kan je…” Ineens vliegt de deur van de hal open. Een schreeuw stond op het punt om mijn lippen te verlaten.
“Abbey, Abbey, Abbey. Onze Nereus. Ik wil die moedervlekken zien.” Zayn komt naast Liam staan. Liam lijkt zich terug te vermannen, maar dat is niets in vergelijking met de duisternis die rond Zayn hangt. Wat moet ik daarop antwoorden? Liam lijkt mijn ongemakkelijkheid te merken.
“Laat de anderen buiten wachten.” Het is een duidelijk bevel, Zayn knikt en maakt aanstalten om naar me toe te komen. Zijn lichaam blijft echter gehoorzaam achter dat van Liam. Anderen? Wat anderen? “Abbey, als je zo vriendelijk wilt zijn?” Zo’n oude taal… Het zijn, zijn bruine ogen die me overeind doen kijken. Zonder veel te zeggen, neemt Liam achteraan mijn trui vast, zijn vingers zijn koud maar geruststellend. Hij onthult zo de huid van mijn rug tot aan mijn schouders.
“Godv….” Een duidelijke vloek van Zayn. “Ze is echt…”
“Ik ben wat echt?” Nu draai ik me om. De twee mannen staan me een beetje ongemakkelijk te kijken. “Het is geen één april, ofwel?” Ik frons gemeend, want dit lijkt echt op een gekke grap.
“Nee. Liam heeft gelijk, je moet meekomen.” Ik haal mijn schouders op en loop dan maar naar mijn slaapkamer. In ieder geval neem ik kledij mee, mijn oplader… De twee vampiers staan me een beetje raar te bekijken terwijl ik alles inlaad. Is dit geen logische reactie? Eigenlijk word ik gewoon opnieuw ontvoerd…
“Jullie wouden toch dat ik meekwam?” De twee stoere mannen geven elkaar een vragende blik terwijl ze me bekijken. Nadat ik het essentiële heb, stap ik weer naar buiten met de grote rugzak op mijn rug.
“Ik denk dat vooral Liam dat initieel wou, maar ja.” Zayn krimpt in elkaar onder een boze blik van zijn leidinggevende. Ik negeer die opmerking volledig, misschien vind ik het zelfs leuk dat we ons zo voelen. Voorlopig toch nog.
“Niet schrikken, maar er staan buiten allemaal vampiers de wacht te houden.” Euh… Liams bruine ogen zorgen voor de zekerheid om verder te lopen. En…hij heeft gelijk. In de gang staan twee jongens, beneden aan de deur staan er nog twee. Niet veel later herken ik de jeep. Met een gehaast loopje beland ik op de achterbank van de auto. Naast me zit Zayn en de jongere kerel van eerder. Liam zit aan het stuur en start de wagen snel om dan met grote snelheid weg te scheuren. Wat is er ineens zo dringend? Drie uur geleden vond hij mijn huis nog super veilig. Ik probeer geen domme blikken te trekken, maar de vermoeidheid speelt op. Het zijn Liams ogen, die heel vaak in de achteruitkijkspiegel kijken, die me wakker houden. De rit duurt lang, de wagen schokt gezellig en mijn lichaam neemt me uiteindelijk toch mee naar een andere wereld. Of dat de echte is…?
Ah, mijn hoofd… Eigenlijk heb ik overal wel pijntjes. Wacht…ik ben niet thuis. Toch lig ik in een zacht bed en onder dikke lakens die me zelfs lichtjes doen zweten. Mijn ogen gaan eindelijk open. Het is halfdonker in mijn kamer, gelukkig. En mijn kamer is leeg. Ik weet niet voor hoelang dat gaat zijn aangezien ik buiten mijn kamer allemaal gedempte stemmen hoor. Dit is veel beter dan de kamer die ik de vorige keer had. Eenmaal mijn linkerhand een lichtknop gevonden heeft, sta ik langzaam op en bestudeer ik kort de ruimte. Mijn tas ligt in een open kast, samen met mijn kledij. Ik draag nog steeds een strakke jeans van gisterenavond, het zal wel zijn dat ik me zo stram voel. Na wat rondgapen trek ik toch maar nieuwe kledij aan en open ik de deur. Drie paar ogen begroetten me. Liam, Zayn en een gekke kerel met lang, blond haar dat samengebonden is in een staart.
“Goedemorgen”, het is Zayn die me verwelkomt en daardoor een blik van Liam ontvangt. Ik glimlach voorzichtig en blijf ongemakkelijk staan. Wat wordt er van me verwacht?
“Dit is Elfred." De blonde man geeft me een beleefd knikje. Hij heeft iets... Alsof hij alles weet en alles meegemaakt heeft.
"Een Nereus zei je?" Zijn helderblauwe ogen maken me onrustig dus kom ik wat dichterbij zodat ik niet meer uitdrukkelijk in de belangstelling sta. "Hoeveel moedervlekken?" Eigenlijk wel grappig, ik heb ze zelf nog niet gezien. Ik weet niet eens wat er speciaal aan zou zijn.
"Drie." Liam is duidelijk even formeel als de man.
"Ik wil ze zien, uiteraard." Alweer. Waarom staan die dingen op mijn rug? Zijn helblauwe ogen zoeken geen toestemming bij de vampiers, maar bij mij. "Je hebt geen idee waar we het over hebben, of wel soms?" Ik schud kort mijn hoofd, maar dat lijkt overbodig als hij naar een gsm vraagt. Het is Liam die beschermend dichterbij komt en me een vragende blik geeft. Ik haal mijn schouders onzichtbaar op. Veel keuze heb ik blijkbaar niet... Het is allemaal ondergaan. "Ik ga even kijken, Abbey?" Ik knik en kijk strak voor me als mijn shirt gelift wordt tot aan mijn bh. De enige die me nog frontaal aankijkt is Liam, hij glimlacht voorzichtig. Ook wanneer warme vingers mijn huid aanraken, warm? Dat is even geleden. "Hier." Een gsm wordt letterlijk in mijn handen geduwd. Er staat een foto van mijn rug open, met drie kleine moedervlekken: het zijn precies drie kleine golfjes. "Veel heisa om drie kleine plekjes." Zijn glimlach is vriendelijk bedoeld, maar ik vind het eerder eng. Wat voor...wezen is hij zelfs? "Ze hebben bijna gelijk, je bent een dochter van een Nereus, een Nereïde." Wauw, nu is alles heel duidelijk. Mijn blik doet alle mannen grijnzen. “Dat heeft natuurlijk veel uitleg nodig. Officieel komt de benaming Nereïde uit de Griekse mythologie. Nereïden zijn dochters van de zeegoden of Neureusen. Vrij vertaald ben je dus een zeenimf. Sinds je geen vinnen en een staart hebt, kan je je wel voorstellen dat het woord zijn betekenis een beetje verloren heeft.” Zijn blauwe ogen kijken me enorm strak aan. Zo strak dat ik me verplicht voel om af en toe mijn blik even af te wenden, puur uit beleefdheid. Ik ben echt in een of andere fantasiewereld beland, Liam glimlacht. Hij kan geen gedachtelezen, wel? “Maar dat betekent niet dat ons volk geen gaven meer heeft.”
“Ons…volk.” Ik geef hem een blik.
“Er zijn meerdere nimfen, om het zo te zeggen. Iedere nimf heeft zijn eigen vaardigheid. De jouwe is ons voorlopig nog een raadsel. In ieder geval kan je van deze mannen respect afdwingen.” Ik trek kort mijn wenkbrauwen op waarna ik zowel Liam als Zayn aankijk, hebben ze dat gehoord? Niet meer vampierspelletjes spelen met de zwakke mens… Wel, nu ben ik officieel geen mens hier, denk ik. Het is allemaal vaag. “Het wordt duidelijk, geloof me.” Weer die intense blik die me de kriebels geeft; ik mag Elfred niet.

Een zeenimf...wie heeft dat nu weer bedacht?;)

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen