Foto bij 13 Opzoek naar rust

Elke keer dat ik mijn ogen toe doe, kan ik gedurende vijf minuten rustig wegzakken in een halve slaap om daarna telkens wakker te schieten met de gekste gedachtes. Mijn ademhaling is rasperig terwijl ik de beelden van tijdens de ontvoering uit mijn geheugen probeer te wissen. Het geduw en getrek aan mijn lichaam voel ik elke keer opnieuw. Ik zit in een gebouw volgens vampiers, telkens wanneer ik mijn ogen sluit, denk ik dat iemand me bekijkt. Wachtend om aan te vallen en me die helse pijn weer te doen voelen. Een opengescheurde keel en warm bloed. En hoe zit het met mijn leven? Ik voel me vaak opgesloten... Ik wil niet dat Galeno's woorden waar zijn. Op de gang is veel lawaai. Druk lawaai, geroep en driftig gepraat dat niet helemaal tot me doordringt. De heisa is echter abnormaal snel weer weg. Ze hadden problemen... Er zou toch niets gebeurd zijn met Liam? Hij die niet op tijd terug was. Mijn hart gaat nog luider kloppen. Het licht moet ik niet aan doen om uit bed te stappen; mijn nachtlampje brandt al de hele nacht om duistere demonen uit mijn hoofd te krijgen. Ik ga op de gang staan. Misschien... Nee, als iedereen wakker is, zijn ze sowieso in de keuken. Daar ben ik nu niet welkom.
"Ah, afgeschermde gedachten." Een duidelijk schrikgeluid verlaat mijn lippen als Galeno's stem rechts van me opduikt. "Netjes." Hij glimlacht naar me en komt tevoorschijn van om de hoek. Wanneer hij me ziet, fronst hij kort. "Ik ben niet de enige die nog niet geslapen heeft, lijkt me." Hoe zie ik er zelfs uit? Oh, hij hoort me weer. "Het valt mee. Ik raad je wel aan om niet op de gang te blijven staan..."
"Wat is er vannacht gebeurd?" Galeno wendt zijn blik af; is dat goed of slecht? Vast slecht.
"Ik mag daar niets over zeggen, het spijt me. Zelfs niet fluisteren." Want dat horen ze toch allemaal. Hij glimlacht en geeft me een blik. Zijn ogen gaan naar boven, duidelijk. Ik knik, ik moet naar boven. Daar vind ik misschien rust. "Slaapwel."
"Slaapwel." Naar boven dus. Ik blijf even kijken waarna ik de onbekende treden naar boven neem. Waar is Liams kamer zelfs? Het lijkt iets banaals, maar hier zijn zoveel kamers…en zoveel vampiers. Waarschijnlijk ben ik iets doms aan het doen. Zou Galeno helemaal bovenaan bedoelen? Ik hoor geen stemmen of voetstappen en deze etage ziet er maar gewoontjes uit. Als Liam de leider is, zal hij vast wel een apart gedeelte van het gebouw bezitten. Ik begeef me helemaal naar boven… Het is geen gang meer, maar een ruimte waarin verschillende kleinere ruimtes met deuren zijn. Hier moet het zijn. In één kamer brandt licht. Ik vermoed dat wie daarin aanwezig is, mijn komst al van ver geroken en gehoord heeft.
“Liam?” Het is een voorzichtige fluistering terwijl ik aanklop en zomaar de deur openduw. Het is Liam. Hij zit in een grote lederen zetel met een glas drank in zijn hand… Het is niet alleen drank en het is niet het enige glas. Heel zijn tafel staat vol met kleine glaasjes met dezelfde mengeling. “Is alles goed?” Hij ziet er heel bleek en zweterig uit. Ik laat de deur achter me dichtvallen en kniel naast hem neer. Zijn ogen worden meteen bloedrood… Dat is niet normaal.
“Je kan hier beter niet zijn, Ab.” Hij glimlacht met moeite terwijl zijn vingers over zijn slapen wrijven en hij een gepijnigd gezicht trekt. Hij… Die zin bewijst dat hij me wel graag hier heeft, of niet?
“Ik kan niet slapen. Bovendien was er iets aan de hand terwijl ik op jou aan het wachten was… Wat is er nu juist? Je ziet er ziek uit.” Als dat zelfs kan voor een vampier…
“Een uit de hand gelopen gevecht. Ik ben door een mes gestoken.” Zijn gezicht verrekt van de pijn als hij zich een beetje rechter zet. Zijn donkerbruine ogen zijn duidelijk gekweld, en nu zijn de ogen weer rood, en grijs… Het is een beetje eng.
“Jullie genezen…toch?”
“Niet als er donkere magie rond dat voorwerp zit.” Zijn stem is schraperig en beladen met negatieve emoties.
“Mag ik kijken? Ik ben verpleegster…” Hij glimlacht en ik weet waarom. Dat was waarschijnlijk een van de waardelooste argumenten ooit, maar het kan maar helpen. Mijn ogen gaan opzoek naar een EHBO-kit. Ik vind in een badkamer, in een hele grote luxueuze badkamer, ook daadwerkelijk een koffertje. Ik moet niet vragen waar Liam gestoken is. Hij kreunt zachtjes terwijl hij zijn shirt omhoog rolt zodat zijn onderbuik tevoorschijn komt. Een zwarte wonde vol bloederige aders siert zijn gespierde onderbuik. Het lijkt te pulseren. “Wat valt er tegen dit te doen?” Liam geeft me een pessimistische blik, maar jammert als ik een ontsmettend doekje op die zwarte massa houd… Ik heb geen idee hoe ik hem kan helpen, maar hij vergaat duidelijk van de pijn.
“Er een persoon met gaven bijhalen. En die wil dan weer een deal en zo gaat heel de cirkel weer rond.”
“Je bent niet van plan iemand te laten komen.” Liam schudt zijn hoofd. Een druppeltje zweet heeft de weg langs zijn slaap naar beneden gevonden. Het doet me pijn om dat te horen.
“Ik wil kijken of ik zo niet…” Zijn lippen nemen een slok van zijn glas. Het moet iets verdovend zijn, want hij ademt terug iets rustiger. Die woorden maken me boos. Ik zal maar niet proberen om de snee te hechten. Zijn huid trekt gevoelig terug wanneer ik rond de ijskoude snee streel. “Doe dat opnieuw.” Het bevel doet me letterlijk schrikken en mijn hand terugtrekken. Rode ogen kijken me aan terwijl zijn knokkels wit zijn rond zijn glas. “Abbey, alsjeblieft. Ik wou je niet doen schrikken. Wil je je opnieuw op de wond concentreren? Alsjeblieft.” Waarom? Mijn lichaamstaal is duidelijk, maar zijn smeekbede ook. Hij moet iets gevoeld hebben. Zijn inmiddels grijze ogen overhalen me om mijn vingers terug rond de vieze snee te zetten. Ik denk aan helen, hoe ik hem wil genezen van die slechte kracht, die ik zelfs voel stromen, en hoe ik hem beter wil maken. Geen ijskoud zweet, geen pijn, geen honger, geen zwakte. Ik denk aan hoe ik de ziekte eruit zou trekken. Oh…ik had mijn ogen gesloten. Ik op… Wat is er mis met Liams gezicht? Ik heb hem nog nooit zo verbaasd… Oh. De wond is kleiner en lijkt zich duidelijk te sluiten.
“Is…” We zijn beiden te verbaasd om te reageren. “Is het normaal dat een beetje denken zoiets kan genezen?” Liam schudt met grote ogen zijn hoofd. Hij ziet er nog steeds heel slecht uit, maar zijn ademhaling is terug sterker, misschien zelfs opgejaagd.
“Ik denk dat we net je eerste gave gevonden hebben.” Zijn ogen beangstigen me kort, nee, het is het idee. De wonde verspreidt zich weer waardoor ik mijn eerdere actie herhaal. Het duurt enorm maar dan ook enorm lang om de wond te doen sluiten en zijn lichaam te bevrijden van al wat slecht is. Mijn benen zijn stram en pijnlijk van er zo lang op te zitten. Liam trekt me voorzichtig omhoog aan mijn arm. Uiteindelijk beland ik doodvermoeid op zijn schoot.

Vingers omhoog als je ook op Liams schoot wilt zitten!
Nee, een eerste gave is ontdekt: het helen van duistere magie. Nog twee te gaan?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen