Foto bij H8 Esmey

Net toen ik de standaard smeekbede van de ouders aan het lezen was over hun lieve dochter, ging mijn mobiel. Ik schrok me rot, dit was natuurlijk mijn moeder die gemerkt had dat ik niet in mijn bed lag. Ik had haar nooit moeten vragen of ik mocht, ik had niks moeten zeggen. Opnemen of niet? Ik haalde mijn mobiel uit mijn zak en zag tot opluchting dat het Mike was. Heel even was ik opgelucht, totdat ik bedacht dat ik net tegen hem had gelogen en Alexanderg thuis had moeten zijn. Maar toch nam ik op, ik kon het niet aan om hem ook nog eens te negeren. Waarschijnlijk was hij gewoon ongerust en dat zou dan alleen maar erger worden.
‘Met Esmey’ zei ik heel zachtjes.
‘Heej, met Mike, waarom heb je me niet gebeld? Ik was doodongerust!’
‘Ehhm, omdat ik nog niet thuis ben?’zei ik heel voorzichtig.
‘Nog niet thuis? Je had al lang thuis moeten zijn.’
‘kennelijk loo… ik bedoel fiets ik langzaam.’Nu was ik er geweest, ik had mezelf verraden.
‘Esmey ga me niet vertellen dat je helemaal niet op de fiets bent…’
‘In dat geval zeg ik niets’.
‘Waar ben je? Ik kom je wel halen’. Zijn zin was nog niet bij me aangekomen of ik hoorde iets aan mijn rechter kant. Automatisch draaide ik me om, om niets te zien. Mijn hart bonste in mijn keel en iets in me zei dat ik nu als een speer weg moest wezen. Maar ik stond aan de grond genageld.
‘Esmey! Hallo ik praat tegen je! Esmey!’klonk het uit de telefoon.’
‘Er is hier iets’ begon ik, maar ik had geen tijd om te vertellen wat ik hoorde of er kwam al weer een nieuwe windvlaag van geluid langs. Dit keer aan mijn linker kant. Weer draaide ik me om, maar er was helemaal niets.
‘Mike, help!’riep ik paniekerig in de telefoon. Ik hoorde het gebrom van zijn auto starten.
‘Godver, waar ben je?’riep hij dit keer ook paniekerig.
‘Bij het oude bouwterrein’.
Het geluid bleef maar komen, links, rechts, achter me, maar ik zag niks.
‘Ren Esmey, ren voor je leven! We weten niet wat het is!’ Als een gek begon ik te rennen. Het papiertje klemde ik uit angst als een balletje in mijn handen. Mijn mobiel werd fijngeknepen terwijl ik Mike nog steeds aan de telefoon had. Ik rende mijn benen uit mijnlijf, maar wat er ook achter me aan zat, het was sneller dan ik. Ik hoorde dat ik mijn voorsprong begon te verliezen. Uit paniek struikelde ik en maakte een koprol over de grond. Mijn botten kraakten en de pijn in mijn rechter been was ongelofelijk. Ik schreeuwde het uit van pijn, maar niemand behalve Mike zou me kunnen horen.
‘Esmey, wat is er?Ik ben er bijna, hou nog even vol!’
Zwaar ademend keek ik om me heen. De lantaarnpaal links van me deed pijn aan mijn ogen en veroorzaakte een enorme hoofdpijn. Ik was hulpeloos. Een enkele seconde hoorde ik weer het rare geluid van een windvlaag. Toen het ophield zag ik wat me achterna zat. Het was een vrouw. Op het eerste gezicht leek ze een doodgewone vrouw. Maar haar ademhaling klopte niet. Ze haalde roggelend adem alsof ze iets rook maar dat niet wou ruiken. Ze kwam steeds dichterbij en boog uiteindelijk zelfs over me heen. Ze trok het mobieltje uit mijn hand en ging er opstaan alsof het een veertje was. Mijn ademhaling werd steeds moeizamer maar ik gaf niet op. Ik keek de vrouw recht in haar ogen, ze zou mij onthouden als ze me vermoord had. Ik zou haar achterna jagen als herinnering. Haar blik ging van mijn ogen naar mijn arm. Er was bij mijn arm dat ze erg interessant vond. Het ging zo snel dat ik het amper door had. Ze bewoog haar mond naar de wond op mijn arm en begon eraan te zuigen. Haar tanden beten in mijn vlees. Ik liet het toe. Ik voelde als verlamt, zelfs schreeuwen was te moeilijk.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen