Foto bij H9 Lianne

Huilend stormde ik op mijn bed af, voor de zoveelste keer was ik vernederd, en waarom? Niet omdat ik niet goed genoeg was maar omdat de uitdeler me haatte. Zijn dochter was vermoord door de vampiers, de nacht dat ik met haar gekoppeld werd. Eerst was er niks aan de hand, maar uit het niets kwamen ze. Een groep met vampiers. We veranderde in onze weerwolf vormen, klaar om alles uit elkaar te scheuren dat in de buurt kwam. Maar ze waren met minstens twee keer zoveel als wij. Ze keken ons in onze angstige ogen terwijl ze ons omsingede. De andere weerwolven liepen ver van ons vandaan in het bos. Onze missie was om het huis van de vampiers te vinden. We wisten dat het of onder de grond zat, of totaal geen ramen had aangezien vampiers niet tegen uv straling kunnen. De vampiers kwamen op ons af met hun knal rode bloedlustige ogen en hun uitklapte tanden die klaar stonden om ons te vergiftigen Er werd van mij verwacht dat ik haar zou beschermen, en mee zou vechten tot de dood erop volgde maar dat had ik niet gedaan. Ik was wegerend, en me huilend als een klein kind verstopt in de dichtstbijzijnde begraafplaats. Achter de grootste grafsteen zat, wachtend tot het geluid van het gegil van mijn vrienden voorbij was. Wachtend tot ik eindelijk naar huis kon. Het geluid van gegil was na een paar minuten voorbij. Maar de geur van oud vlees was in de buurt. En het kwam steeds dichter en dichter bij. Mijn neus prikte van de vreselijke geur. Vampiers kunnen hier niet komen, vampiers kunnen hier niet komen zei ik tegen mezelf. Ik kneep mijn ogen stijf dicht van angst. Ik bleef het herhalen en herhalen totdat ik uiteindelijk een arm langzaam mijn been voelde opkruipen. Ik bleef mijn ogen stijfdichthouden. Wat er ook gebeurde ik keek niet in doe bloedlustige ogen. Een schreeuw ontglipte mijn keel zonder dat ik het merkt.
"Kop houden, of ik sla je neer" horde ik opeens naast me in gegrom dat alleen een weerwolf kon verstaan. Die stem herkende ik! Dat was geen vampier, dat was Lara. Heel langzaam opende ik mijn ogen. Het eerste wat ik zag was Lara die in haar wolfvorm achter de eerst volgende steen naast me zat. Ik haalde mijn kop onder mijn harige staart vandaan. Wat ik zag maakte me alleen nog maar banger. Als verstijft bleef ik staan bij de aanblik van vampiers die op ons zaten te loeren net voorbij de begraafplaats. Wederom hadden ze ons omsingeld. De angst lag als een wollen deken over mijn schouders heen geslagen. Maar toch lukte het me om te staan. Vampiers kunnen hier niet komen, vampiers kunnen her niet komen hield ik mezelf bij.
"Ga liggen idioot, ze zien je!"
"Kijk om je heen, het maakt niets meer uit." gromde ik terug.
Ook Lara ging staan en staarde haar ogen uit naar de vampiers. In een sukkel drafje patrouilleerde ik langs de randen van de begraafplaats. Overal om ons heen stonden ze, zeventien in totaal, verspreid over elke drie meter van deze kleine begraafplaats. Klein maar fijn dacht ik, ze kunnen er niet komen, het is een begraafplaats. Van alles werd er naar me gegooid, van zilveren kettingen tot speren van het aller fijnste metaal dat mijn kloppende hart zou doorboren. De speer ontweek mijn hart maar raakte mijn voet. Heel even deed het zeer, maar lang ermee zitten kon ik niet. De zilveren kettingen die door de gehandschoende macho gegooid werd moest ik ontwijken of het zou aan mijn vacht vast plakken tot het door me heen was gebrand. Mijn drafje veranderde in het snelste tempo dat mijn poten konden houden. Ik sprong over grafstenen heen en ontweek alles wat er naar me gegooid werd. Ik ging door totdat ik weer op mijn eigen plaats stond, veilig tussen twee grafstenen in. We waren volledig omsingeld door de vampiers. Ze hadden vast iedereen die kon vechten opgetrommeld om ook ons te vermoorden. Uren gingen voorbij, meerdere speren en zilveren kettingen vlogen om mijn oren, maar Lara en ik overleefde het lang genoeg om de zon langzaam op te komen. Ik keek lang genoeg naar de macho vampier om de haat tegen me te zien branden in zijn ogen. Maar hij had geen keus, hij moest weg, of hij zou verbranden. Wij zouden zodra we zeker wisten dat de zon sterk genoeg was dat geen enkele vampier het zou overleven naar huis vluchtten, ook dat wist hij. Hij zou ons voorgoed kwijt zijn. Uren gingen voorbij en voor mijn gevoel duurde het weken. Uiteindelijk wisten we zeker dat het zelfs in de bossen voor de vampiers nu te licht moest zin en kwamen van ons plek af. Met onze neus, oren en scherpe tanen gereed liepen we heel voorzichtig uit de begraafplaats. Als eerst liepen we naar wat eerst onze mede weerwolven waren. Alles wat er van over was, was stukken vacht , bloed en botten. Wat ooit vrienden van ons waren geweest zag er nu onherkenbaar uit. Lara en ik haalde brandhout, stolen een doosje lucifers en wat spirits en verbrandde wat er van onze vrienden over was. Geen mens mocht ooit achterkomen wat hier gebeurd was, nooit. We bleven staan totdat alles volledig in as was opgegaan. Het vuur siste doen we er water op gooide. Water was sterker dan vuur omdat het in de meerderheid was, net als vandaag. Wolven waren sterker dan vampiers maar we waren in de minderheid. Om niet in ons blootje terug te moeten bleven we in wolfvorm en stopte niet met rennen totdat we veilig in ons ondergronds huis waren. Veilig was misschien het verkeerde woord. Ik was nog niet binnen of mijn ouders, de uitdeler en al de bazen stonden samen met Lara in mijn kamer. In mijn ondergoed, met rode uitgelopen mascara ogen vertelde ik wat er gebeurd was. Ze zagen het niet als slim dat we niet tegen de vampiers vochten die sterk in de meerderheid waren. Ze zagen het als laf. Wij hadden ons leven moeten geven voor de groep en dat hadden we niet gedaan. En daar boette we nu voor. Keer op keer werden we terug gestuurd door de uitdeler zonder ook maar het oneerbiedigste klusje te krijgen. Dat was onze straf en als we het ooit goed mochten maken zou dat een doodsmissie worden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen