1 dagje later dan beloofd maar dan is hier eindelijk hoofdstuk 10! Ik ga nu meteen hoofdstuk 11 schrijven dus die upload ik dan morgen of misschien vanavond nog!

Albus probeerde zich enigszins te verzetten maar het waren er simpelweg teveel.

De grond voelde koud aan, maar zijn hoofd lag op in iets warms, was het bloed? In de verte dempte het gelach van andere weg en Albus was alleen. Met moeite wist hij zich naar de muur te slepen en daar rechtop te zitten. Terwijl hij probeerde de stroom van bloed uit zijn neus te stoppen keek hij naar de plek waar de Zwadderaars hem hadden aangevallen. Er lag wel bloed maar niet zoveel als hij dacht, natuurlijk stelde hij zich weer aan. Met moeite wist Albus zich omhoog te trekken en een paar stappen te verzetten. Wat moest hij doen? Naar de ziekenzaal? Het afdelingshoofd? Nee hij wilde niet zo'n lafaard zijn. Maar misschien ben je wel een lafaard? Dapperen mensen gaan tenslotte naar Griffoendor? Zei een ondertussen bekende stem in zijn hoofd. Niet luisteren en gewoon doorlopen. Albus begon zijn weg naar de leerlingenkamer in de hoop niemand tegen te komen.

Wonderbaarlijk was de weg naar de leerlingenkamer verlaten, de leerlingenkamer was jammer genoeg vol genoeg. Na met moeite binnen te zijn gestapt trok hij meteen alle aandacht. De gesprekken werden gestopt en iedereen keek hoe Albus meer strompelend dan fatsoenlijk lopend zijn weg naar de slaapzaal maakte. Bijna was het hem gelukt maar een bekende stem die zijn naam riep dwong hem om te draaien. Het was zijn neef Louis. “Waar kijkt iedereen naar?” waren de volgende woorden die uit zijn mond kwamen en de meeste van de Raven gingen weer verder met hun algemene bezigheden. Louis maakte zich een weg richting de plek waar Albus stond en bekeek hem eens goed waarna hij een bezorgde blik trok “Wat is er ooit met jou gebeurd Albus? Het lijkt wel of je in elkaar bent geslagen” Zonder het echt te willen begon Albus te huilen en viel in Louis zijn armen die een beetje onhandig op Albus zijn rug klopte. Na een tijdje besefte Albus weer waar hij was en schrok een beetje van hoe hij bij Louis stond, normaal zou hij dit bij niemand doen, niet eens zijn moeder. Louis moest gemerkt hebben dat hij weer een beetje bij zinnen was want hij liet Albus weer op zijn eigen gewicht staan. “Je moet naar de ziekenzaal kom mee” ligt dwingend duwde hij Albus, die niet de energie had zich te verzetten voort.

De weg was lang, verlaten en stil. Louis zou vast duizenden vragen hebben maar hij stelde ze niet en daarvoor was Albus hem dankbaar. Pas bij de ingang hielden ze stil en draaide zijn neef zich richting Albus. “Albus, wat in Merlijns naam is er gebeurd?” Maar Albus reageerde niet en keek alleen naar de grond. Hij kende Louis eigenlijk helemaal niet zo goed, hij was de zoon van Bill en Fleur met wie zijn ouders niet zoveel omgingen. Na een stilte vervolgde Louis“Je moet het zelf weten, ik gok dat de zuster ook wel benieuwd is.” En met die woorden duwde hij Albus naar binnen.

Reacties (1)

  • GoCrazy

    Ocharme Albus! Zo erg! Gelukkig is Louis er:)

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen